Waarom Ik Meer Bezig Ging met Kleine Dingen

Ik maak me al een tijdje zorgen over het redden van de wereld. Die moet absoluut gered worden, maar mijn pogingen daartoe hebben niet veel effect gehad. Tenminste, als ik het dagelijkse nieuws lees.

Maar toen gebeurde er iets dat mijn perspectief veranderde.

We verhuisden naar een nieuwe plek, omringd door een bosperceel. Het bos had aandacht nodig. Sommige bomen zijn aan het sterven, andere delen worden overgenomen door een agressieve, invasieve soort, we hebben meer diversiteit nodig, we hebben wat paden nodig om het terrein toegankelijker te maken… Het voelde als opnieuw een groot project: het bos redden. Uiteindelijk kwam het er natuurlijk op neer dat we gewoon iets kleins moesten kiezen en daar moesten beginnen. We plantten wat jonge bomen, we verwijderden wat van de invasieve bomen, we begonnen een pad vrij te maken. Stapje voor stapje. En nu, iets meer dan een jaar later, beginnen we de vruchten van onze arbeid te zien. Op heel kleine manieren begint het bos er beter, levendiger en meer in balans uit te zien.

Geen van de veranderingen die we hebben doorgevoerd, zijn echt groot. En de meeste verbeteringen die we zien, zijn gewoon de natuur die haar eigen gang gaat. Maar de kleine dingen die we doen, hebben net genoeg impact om de natuur daarbij te helpen.

Dus nu kijk ik steeds meer naar de kleine verschillen die ik dagelijks kan maken, erop vertrouwend dat de grote dingen zichzelf zullen oplossen. Ik geef dingen een klein duwtje in plaats van ze te veranderen; ik ondersteun dingen in plaats van ze te forceren; ik moedig dingen aan in plaats van te proberen ze te dwingen.

Ik weet nog steeds niet of ik de wereld red, maar ik red er zeker mijzelf mee en krijg er een gezonde combinatie van nederigheid, vervulling en gemoedsrust bij cadeau.

Verwacht dus niet dat ik grote, wereldveranderende resultaten zal boeken. Maar als je iets kleins, positiefs en de moeite waards wilt doen zal ik je graag ondersteunen. Op welke kleine manier dan ook.

Op een dag …

Op een dag …

UntitledOp een dag was het genoeg. Bijna veertig jaar lang had hij geprobeerd te leven zoals anderen dat van hem verwachtten. Maar hoezeer hij ook zijn best had gedaan zich aan te passen, helemaal was dat nooit gelukt. Het bleef een toneelstuk. Weliswaar zo goed ingestudeerd dat hij zelf regelmatig bijna kon vergeten dat het slechts een rol was die hij speelde. Maar dan gebeurde er iets, een ontmoeting, een opmerking, een passage in een boek of een onverwacht vergezicht tijdens een wandeling of autorit; telkens was er iets dat hem weer tot besef bracht van de onechtheid van wie hij trachtte te zijn.

En nu ging het echt niet langer. Hij kon in zichzelf niet langer de kracht vinden het masker weer op te zetten, zijn plaats terug te vinden in het script en netjes op tijd de volgende handelingen in het stuk op te voeren. Hij geloofde er niet meer in.

Hij nam niet eens de moeite om iets in te pakken of mee te nemen. Gewoon zoals hij zich die ochtend had aangekleed, in zijn t-shirt en spijkerbroek, liep hij zijn huis uit, wetend dat hij er nooit meer terug zou komen.

Hij liep eerst naar het einde van de straat. Op de hoek aangekomen draaide hij zich om en zag zijn huis als een miniatuurtje aan de horizon staan. Hij kreeg een idee: met één oog dichtgeknepen strekte hij zijn hand uit in de richting van het huis. Uiterst voorzichtig pakte hij het gebouwtje tussen duim en wijsvinger vast en begon te trekken. Na wat heen en weer wrikken en wiebelen, als een tandarts die een weerbarstige kies moest trekken, wist hij het huis los te krijgen van zijn funderingen. Hij schudde nog wat aarde en zand van de bodem af en stak het kleinood in zijn zak. Tevreden liep hij de straat uit – nu zou hij nooit zonder huis zitten, waar hij ook terecht kwam.

©Bard 2020