
Wachtend in de lounge van een vliegveld, kon ik er niet aan ontkomen het nieuws te zien dat op tv aan elke muur werd uitgezonden. En ik kan niet zeggen dat wat ik zag mij erg blij maakte.
De wereld is vol conflicten. Noord vecht tegen Zuid, Oost vecht tegen West, Links vecht tegen Rechts, Kinderen vechten tegen Ouders, Ouders vechten tegen elkaar. Buren worden bittere vijanden; voormalige vrienden felle vijanden. Elk kleinigheidje wordt een probleem, elk probleem een reden voor de strijd.
Wat ik pijnlijk vind om aan te zien, is dat de meeste van die zwaarbevochten conflicten gaan over denkbeeldige verschillen en fictieve verdeeldheid. We hebben een miljoen manieren om andere mensen als de ander te zien in plaats van als een van ons. Hun baarden zijn te lang of te kort, hun ogen te donker of te licht, hun haar te blond of te bruin, ze spreken de verkeerde taal, zingen de verkeerde liedjes, geloven de verkeerde verhalen. Eenmaal gecategoriseerd, worden ze minder dan menselijk. Ze zijn afwijkend en dus fout. En voor dat fout zijn moeten ze worden bevochten en gestraft.
Waarom is het zo moeilijk om ons te zien zoals we werkelijk zijn? Als je de minuscule verschillen waarlangs we mensen rangschikken en verdelen opzij zet, lijken we veel meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen. We zijn allemaal zeer nauwe verwanten met DNA dat over de hele wereld vrijwel identiek is.
Het kan waar zijn dat we een verbazingwekkend aantal verschillende talen spreken, maar taalkundig gezien zijn de overeenkomsten tussen alle menselijke talen veel groter dan wat hen onderscheidt. Ieder menselijk kind kan elke bestaande menselijke taal leren, als het er vroeg genoeg aan wordt blootgesteld.
De religies waar we zoveel bloedige gevechten over voeren, hebben allemaal gemeenschappelijke thema’s en beelden, symbolen en verhalen, een soortgelijk concept van goed en kwaad, goed en fout. Ik geloof dat een buitenaardse bezoeker die de mensheid observeert, ze nauwelijks uit elkaar zou kunnen houden.
Alsjeblieft, mensen, probeer uit liefde voor de mensheid in gedachten te houden dat we allemaal hetzelfde zijn, ondanks de oppervlakkige verschillen waar we zo aan blijven hangen. We zijn allemaal mensen, allemaal mooi en gebrekkig, allemaal groots en onbeduidend tegelijk. Er zijn geen goede of slechte mensen, alleen mensen die dingen doen die wij als beter of slechter beoordelen. Bedenk dat er veel goede dingen zijn gedaan om twijfelachtige redenen, en vreselijke dingen voor de meest glorieuze idealen.
Onthoud altijd dat onze gedeelde menselijkheid belangrijker is dan ons waargenomen anders-zijn. Als we moeten vechten, laten we dan samen vechten in plaats van tegen elkaar. Laten we ons verenigen om te vechten voor gerechtigheid, gelijkheid, vrede en geluk. En als we zulke gevechten voeren, zorg er dan voor dat ze gaan over de systemen, ideologieën en dogma’s die deze idealen ruïneren, en niet tegen de mensen die gedreven worden door ideeën die een bedreiging vormen voor wat ons dierbaar is. Die mensen zijn wij, gezien vanaf de andere kant. Laten we ze niet haten vanwege de tekortkomingen die we in onszelf al te gemakkelijk negeren.