Wat zou er mis kunnen zijn met loyaliteit?

Loyaliteit wordt vaak geroemd als een positieve emotie, iets om te bewonderen en mensen voor te belonen. Toch is loyaliteit door de hele geschiedenis heen, en waarschijnlijk ook al lang daarvoor, de oorzaak geweest van veel onnodig lijden.

Loyaliteit zet het individu onder druk om zich op te offeren en te lijden ‘voor het grotere goed’. Loyaliteit motiveert groepen tot discriminatie, uitsluiting en geweld jegens ‘anderen’. Het kan zelfs hele naties ertoe aanzetten oorlogen te voeren en massamoord en genocide te plegen, gedreven door de overtuiging dat dit de loyale manier van handelen is.

Ik heb me altijd afgevraagd waarom loyaliteit zo vaak van mij werd verwacht in contexten waar ik niet voor getekend heb. Ik heb er niet voor gekozen om geboren te worden waar ik geboren ben. Ik heb er niet voor gekozen om tot de religie van mijn ouders, grootouders en anderen te behoren. Ik heb niet gestemd op de krankzinnige leiders die de landen waar ik heb gewoond ruïneren. En toch werd mij regelmatig verteld dat ik de heilige plicht had loyaal te zijn jegens mijn familie, stam, religie, land en leiders. Er werd zelfs van mij verwacht werd dat ik geweld zou plegen tegen anderen en met plezier mijn leven zou geven in dienst van die vage maar zogenaamd heilige constructies waar ik blijkbaar deel van ben.

Het lijkt me dat loyaliteit aan een bepaalde groep altijd een gevaarlijke propositie is, omdat het automatisch en onvermijdelijk betekent dat ik andere mensen uitsluit van mijn zorgplicht. Loyaliteit aan ‘ons’ betekent altijd dat je je afkeert van ‘hen’; de anderen die een bedreiging voor ons vormen, die de goede dingen willen die wij bezitten, en die ons willen beroven, tot slaaf willen maken of doden als we ze ook maar een halve kans zouden geven. Elke zorg, empathie of bezorgdheid die ik voor die anderen zou kunnen voelen, zo wordt mij constant verteld, betekent ontrouw aan degenen die ik als de mijne zou moeten beschouwen. Alsof mijn vermogen tot loving-kindness te beperkt is om te verspillen aan buitenstaanders.

Ik heb loyaliteit altijd diep gewantrouwd als motivator, vooral als motivator voor uitsluiting, wantrouwen, geweld en haat. Natuurlijk voel ik een bijzondere genegenheid en verbondenheid met degenen die dicht bij me staan. Natuurlijk voel ik dankbaarheid en zelfs een gevoel van schuld aan mijn voorouders, die zo hard hebben gewerkt en vaak hebben geleden zodat ik het mooie leven kan leiden dat ik leid. Ik heb er geen probleem mee als me wordt gevraagd iets terug te geven; om een ​​positieve bijdrage te leveren aan mijn familie, stam en natie. Maar mijn loving-kindness, mijn vermogen om anderen te helpen, mijn medeleven met elk leven dat lijdt, beperkt zich niet alleen tot mijn eigen groep. Ik zie geen reden om welk levend wezen dan ook uit te sluiten van mijn zorgplicht of medeleven. Al het leven is één, voor zover ik kan zien, en heeft daarom evenveel recht op mijn loyaliteit en liefde.

Geen enkel levend wezen verdient het om te worden uitgesloten, verwaarloosd, vernederd, tot slaaf gemaakt of gedood, alleen omdat het niet hetzelfde is als wij.

Waarom Ik Meer Bezig Ging met Kleine Dingen

Ik maak me al een tijdje zorgen over het redden van de wereld. Die moet absoluut gered worden, maar mijn pogingen daartoe hebben niet veel effect gehad. Tenminste, als ik het dagelijkse nieuws lees.

Maar toen gebeurde er iets dat mijn perspectief veranderde.

We verhuisden naar een nieuwe plek, omringd door een bosperceel. Het bos had aandacht nodig. Sommige bomen zijn aan het sterven, andere delen worden overgenomen door een agressieve, invasieve soort, we hebben meer diversiteit nodig, we hebben wat paden nodig om het terrein toegankelijker te maken… Het voelde als opnieuw een groot project: het bos redden. Uiteindelijk kwam het er natuurlijk op neer dat we gewoon iets kleins moesten kiezen en daar moesten beginnen. We plantten wat jonge bomen, we verwijderden wat van de invasieve bomen, we begonnen een pad vrij te maken. Stapje voor stapje. En nu, iets meer dan een jaar later, beginnen we de vruchten van onze arbeid te zien. Op heel kleine manieren begint het bos er beter, levendiger en meer in balans uit te zien.

Geen van de veranderingen die we hebben doorgevoerd, zijn echt groot. En de meeste verbeteringen die we zien, zijn gewoon de natuur die haar eigen gang gaat. Maar de kleine dingen die we doen, hebben net genoeg impact om de natuur daarbij te helpen.

Dus nu kijk ik steeds meer naar de kleine verschillen die ik dagelijks kan maken, erop vertrouwend dat de grote dingen zichzelf zullen oplossen. Ik geef dingen een klein duwtje in plaats van ze te veranderen; ik ondersteun dingen in plaats van ze te forceren; ik moedig dingen aan in plaats van te proberen ze te dwingen.

Ik weet nog steeds niet of ik de wereld red, maar ik red er zeker mijzelf mee en krijg er een gezonde combinatie van nederigheid, vervulling en gemoedsrust bij cadeau.

Verwacht dus niet dat ik grote, wereldveranderende resultaten zal boeken. Maar als je iets kleins, positiefs en de moeite waards wilt doen zal ik je graag ondersteunen. Op welke kleine manier dan ook.

Verbinding maken met het land: vind de verhalen

Een tijdje geleden vertelde ik dat ik het gevoel had dat mijn land mij terugwon. Een onderdeel van dat proces was het opnieuw verbinden met de natuur. Het gevoel in contact te zijn met en verwelkomd te worden door mijn herontdekte natuurlijke omgeving gaf mij een gevoel van thuiskomen dat ik niet had verwacht te vinden.

Maar er zit meer achter dit proces. Dat zijn de verhalen die verborgen liggen in het land waarmee ik opnieuw verbinding maak.

Tientallen jaren woonde ik in Australië. Een van de opmerkingen die mijn Europese familieleden en vrienden tijdens hun bezoek vaak maakten, was dat Australië een grote natuurlijke schoonheid heeft, maar weinig geschiedenis. Ze zien het als een jong land, zonder monumentale gebouwen, historische steden of ruïnes van vroegere beschavingen. Op het eerste gezicht hebben ze het niet helemaal mis. Vergeleken met andere continenten is het bewijs van langdurige menselijke bezetting van het land veel minder zichtbaar. De feitelijke menselijke geschiedenis van Australië gaat echter veel dieper dan de meeste monumenten en archeologische vindplaatsen die toeristen elders in de wereld bezoeken.

Hoe diep die geschiedenis gaat, wordt pas duidelijk als je de mondelinge geschiedenis, kunst, muziek en dansen ontdekt die door de inheemse bevolking van Australië worden uitgevoerd. Ze vertellen verhalen die tienduizenden jaren oud zijn. Hun kunst bevat kennis en inzichten die al honderden generaties worden doorgegeven. En interessant genoeg zijn de meeste van die oude verhalen, liederen en kunstwerken, in plaats van verbonden te zijn met door de mens gemaakte monumenten, nauw verbonden met het land zelf. Ieder natuurlijk kenmerk heeft zijn eigen verhaal, zo lijkt het, en is door dat verhaal verbonden met vele andere plekken op het continent. Voor een inheemse Australiër is wandelen door Country nooit zomaar een wandeling van plaats A naar B; het is tegelijkertijd een wandeling door de geschiedenis van hun volk, een herbezoek van oriëntatiepunten die zij zien als hun voorouders, en een reactivering van alle kennis en geleerdheid van de generaties die eraan voorafgingen. Elke stap die ze zetten zorgt ervoor dat ze zich veilig verankeren in Country en hen in niet mis te verstane bewoordingen vertelt dat dit is waar ze thuishoren.

Ik kwam terug naar Nederland met het idee dat ik veel zichtbare geschiedenis zou aantreffen, maar weinig van het niet-tastbare verhaal. Het bleek dat ik ongelijk had.

Zeker, de zichtbare dingen zijn gemakkelijker te vinden. Het staat tenslotte in alle reisgidsen. Maar het land hier zit ook vol verhalen, als je weet waar je ze moet zoeken. Ze liggen gewoon veel dieper begraven dan in Australië, waar nog steeds mensen actief zijn om ze in leven te houden.

Er is een klein meertje vlakbij ons huis. Het is door de mens gemaakt. Niet omdat mensen een meer wilden hebben, maar omdat ze de turf aan het afgraven waren die ze nodig hadden als brandstof om hun huizen te verwarmen. Het landschap is bezaaid met kleine meren en waterwegen, die spreken van mensen die de grond verbrandden omdat er niet genoeg bomen in de buurt waren om te oogsten als brandhout.

Sommige meren zijn bijna perfect rond, waardoor ze een nog kunstmatiger uiterlijk krijgen. Maar die meren, pingo’s genoemd, zijn juist een natuurlijk fenomeen, veroorzaakt door ijs en smeltwater tijdens de ijstijden die het hele land hier bedekten. Alles bij elkaar spreekt het land over de langzame krachten van erosie en de veel snellere krachten van ontginning, waardoor zowel een zeer uniek landschap ontstaat als wordt herschapen.

Er zijn hier ook enkele oude monumenten, uit de tijd dat de mensen hier jager-verzamelaars waren. Enorme rotsblokken werden gegroepeerd en afgedekt met nog grotere om grafheuvels te vormen die we “Hunebedden” noemen, wat letterlijk “bedden van reuzen” betekent. Ze werden gebouwd lang voordat de latere boeren van dit land uit het oosten arriveerden en werden opgenomen in lokale legendes over de reuzen die in de oudheid door het land zwierven. Sommige van die legendes werden sprookjes, andere werden opgenomen in de lokale overlevering, en sommige werden religieuze verhalen over heiligen en demonen die tussen de gigantische stenen vochten.

Het is nog steeds mogelijk, met wat onderzoek en veel geduld, om een tapijt van half vergeten, half verkeerd herinnerde verhaallijnen samen te stellen die ooit de manier waren waarop onze voorouders hier betekenis gaven aan het landschap om hen heen. Dit doen, denk ik, is een andere manier waarop ik dit land mij terug laat winnen en mij op laat nemen in haar weefsel. Hoe vaker ik de eeuwenoude verhalen tegenkom, hoe gemakkelijker het voor mij wordt om mij niet vreemd, afgescheiden en vervreemd te voelen, maar deel uitmakend van alles om mij heen. Hoe meer ik die oude verhalen opnieuw vertel en reconstrueer terwijl ik het land verken, hoe meer ik het gevoel krijg dat ik een deelnemer en verzorger word, en niet alleen maar een nieuwsgierige toerist op doorreis.

Wat Is het Verschil?

Regenbogen over Australië – ©2023 Bard

Wachtend in de lounge van een vliegveld, kon ik er niet aan ontkomen het nieuws te zien dat op tv aan elke muur werd uitgezonden. En ik kan niet zeggen dat wat ik zag mij erg blij maakte.

De wereld is vol conflicten. Noord vecht tegen Zuid, Oost vecht tegen West, Links vecht tegen Rechts, Kinderen vechten tegen Ouders, Ouders vechten tegen elkaar. Buren worden bittere vijanden; voormalige vrienden felle vijanden. Elk kleinigheidje wordt een probleem, elk probleem een reden voor de strijd.

Wat ik pijnlijk vind om aan te zien, is dat de meeste van die zwaarbevochten conflicten gaan over denkbeeldige verschillen en fictieve verdeeldheid. We hebben een miljoen manieren om andere mensen als de ander te zien in plaats van als een van ons. Hun baarden zijn te lang of te kort, hun ogen te donker of te licht, hun haar te blond of te bruin, ze spreken de verkeerde taal, zingen de verkeerde liedjes, geloven de verkeerde verhalen. Eenmaal gecategoriseerd, worden ze minder dan menselijk. Ze zijn afwijkend en dus fout. En voor dat fout zijn moeten ze worden bevochten en gestraft.

Waarom is het zo moeilijk om ons te zien zoals we werkelijk zijn? Als je de minuscule verschillen waarlangs we mensen rangschikken en verdelen opzij zet, lijken we veel meer op elkaar dan dat we van elkaar verschillen. We zijn allemaal zeer nauwe verwanten met DNA dat over de hele wereld vrijwel identiek is.

Het kan waar zijn dat we een verbazingwekkend aantal verschillende talen spreken, maar taalkundig gezien zijn de overeenkomsten tussen alle menselijke talen veel groter dan wat hen onderscheidt. Ieder menselijk kind kan elke bestaande menselijke taal leren, als het er vroeg genoeg aan wordt blootgesteld.

De religies waar we zoveel bloedige gevechten over voeren, hebben allemaal gemeenschappelijke thema’s en beelden, symbolen en verhalen, een soortgelijk concept van goed en kwaad, goed en fout. Ik geloof dat een buitenaardse bezoeker die de mensheid observeert, ze nauwelijks uit elkaar zou kunnen houden.

Alsjeblieft, mensen, probeer uit liefde voor de mensheid in gedachten te houden dat we allemaal hetzelfde zijn, ondanks de oppervlakkige verschillen waar we zo aan blijven hangen. We zijn allemaal mensen, allemaal mooi en gebrekkig, allemaal groots en onbeduidend tegelijk. Er zijn geen goede of slechte mensen, alleen mensen die dingen doen die wij als beter of slechter beoordelen. Bedenk dat er veel goede dingen zijn gedaan om twijfelachtige redenen, en vreselijke dingen voor de meest glorieuze idealen.

Onthoud altijd dat onze gedeelde menselijkheid belangrijker is dan ons waargenomen anders-zijn. Als we moeten vechten, laten we dan samen vechten in plaats van tegen elkaar. Laten we ons verenigen om te vechten voor gerechtigheid, gelijkheid, vrede en geluk. En als we zulke gevechten voeren, zorg er dan voor dat ze gaan over de systemen, ideologieën en dogma’s die deze idealen ruïneren, en niet tegen de mensen die gedreven worden door ideeën die een bedreiging vormen voor wat ons dierbaar is. Die mensen zijn wij, gezien vanaf de andere kant. Laten we ze niet haten vanwege de tekortkomingen die we in onszelf al te gemakkelijk negeren.

Over nukkige koningen en kinderachtige tirannen

Ik vraag me vaak af waarom de mensheid de neiging heeft om nukkige koningen en kinderachtige tirannen te kiezen en te volgen; waardoor die niet alleen aan de macht kunnen komen, maar ook in staat worden gesteld weerzinwekkende misdaden tegen de menselijkheid te begaan en hele beschavingen te vernietigen, niet zelden ook die van henzelf.

Je zou denken dat de neiging om slechte heersers te kiezen na verloop van tijd wel uit onze genen zou verdwijnen. Welk evolutionair voordeel kan er schuilen in deze hang naar leiders die meer schade dan goed aanrichten? Toch vallen we keer op keer voor dezelfde types.

Waarom? Welke mechanismen spelen er waardoor deze types niet alleen aan de macht komen, maar hun macht tot belachelijke hoogten kunnen laten stijgen, terwijl hun kinderachtige en destructieve gedrag toch duidelijk zichtbaar is voor elke kritische volwassene?

Omdat dit patroon zo vaak voorkomt in alle beschavingen, vermoed ik dat het diep in ons DNA gecodeerd moet zijn. Ik kan alleen maar speculeren – omdat we niet echt weten hoe ons DNA ons gedrag codeert – dat nukkige koningen en kinderachtige tirannen afhankelijk zijn van een verkeerde inschakeling van verder gezonde en noodzakelijke instincten.

Mensen hebben bijvoorbeeld diepgewortelde ouderlijke instincten, die ons ertoe aanzetten hulpeloze baby’s te beschermen en te verzorgen. Misschien wekken infantiele tirannen datzelfde instinct op, op een overdreven en disfunctionele manier, zoals te grote en onnatuurlijk felgekleurde eieren een fanatieke broedimpuls bij vogels veroorzaken. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat we een openlijk kinderachtige en onverantwoordelijke leider willen beschermen en zelfs koesteren.

Een ander patroon dat ik verdenk is ons instinctieve verlangen naar de bovenmenselijke ouder die we verloren toen we opgroeiden en onze ouders ontmaskerd werden als net zo onmachtig en onvolmaakt als iedereen. Er schuilt iets diep troostend in de overtuiging dat onze ouders alwetend en almachtig zijn. Het stelt ons in staat het onschuldige kind te zijn, machteloos maar veilig onder de bescherming van wezens die superieur aan ons zijn.

Misschien verlangen we er allemaal nog steeds naar om dat kind te zijn, vol ontzag buigend voor de wil van onze bovenmenselijke ouders. Dat zou kunnen verklaren waarom we ons aangetrokken voelen tot individuen die openlijk en uitdagend wetten, regels en sociale conventies overtreden. Het zou onverantwoordelijke, opschepperige en arrogante leiders op een vreemde manier aantrekkelijk maken voor het innerlijke kind dat we in onze vroege kinderjaren verloren. Het zou ook verklaren waarom koningen en tirannen door de eeuwen heen altijd zijn afgeschilderd als groter dan levensgroot, dicht bij God of Goden, en in het bezit van magische en mystieke krachten.

David Graeber en Marshall Shalins betogen in hun boek ‘On Kings’ dat we niet willen dat onze koningen en heersers de wet gehoorzamen, maar erboven staan. Een koning die constitutioneel beperkt is, mist die bovenmenselijke, zelfs bovennatuurlijke aantrekkingskracht die een heerser die aan niets en niemand verantwoording aflegt, lijkt te hebben. Als ik zie waar tirannen historisch gezien mee wegkwamen, en dat vaak nog steeds doen, zou dat kunnen komen doordat hun volgelingen behoefte hebben aan iemand die werkelijk boven alle menselijke wetten staat. Dat zou een echo kunnen zijn van wat het machteloze kind in zijn ouders zag voordat ze uit de gratie vielen.

De paradoxale combinatie van deze twee instincten – de drang om onze kinderen te beschermen en te koesteren, veroorzaakt door volwassenen die zich gedragen als te grote peuters en de behoefte aan bovenmenselijke ouderfiguren, veroorzaakt door meedogenloze individuen die openlijk wetten en regels aan hun laars lappen – zou de fanatieke toewijding en verdediging gecombineerd met onvoorwaardelijke gehoorzaamheid kunnen verklaren waarmee destructieve tirannen en zich misdragende koningen zo vaak omringd worden.

Als mijn vermoedens waar zijn, loopt de mensheid voortdurend het risico om door een paar van onze diepste instincten te worden misleid om diep gebrekkige, psychopathische en destructieve individuen te bewonderen, mogelijk te maken en te gehoorzamen. Niet omdat we er bewust voor kiezen, maar omdat onze instincten ons daartoe aanzetten.

Wat kunnen we eraan doen? Zijn we gedoemd om voor eeuwig te vallen voor infantiele bazen en belachelijke heersers?

Ik hoop het niet. Ik geloof dat we meer zijn dan onze instincten. Ik geloof dat we ons zelfbewustzijn en zelfbeheersing kunnen trainen om te herkennen en bij te sturen wanneer onze instincten ons bedriegen en tegen ons worden gebruikt. Ik geloof ook dat we onze cultuur – de gedeelde aannames, gedragingen en verhalen die onze samenleving bovenop onze instincten legt – vorm kunnen geven om ons tegen dergelijk misbruik en bedrog te beschermen. Het betekent wel dat we onze cultuur niet kunnen laten dicteren door degenen die misbruik willen maken van dergelijke manipulatie. We moeten er collectief voor kiezen onszelf te wapenen tegen het misbruik van onze kwetsbare instincten, zodat we minder geneigd zijn blindelings achter heersers aan te rennen die ons op een dwaalspoor brengen.

Op het Randje

Op het randje – ©2017 Bard

Enige tijd geleden schreef ik over de aardige mensen en onaardige systemen die ik tegenkwam toen onze auto midden op een redelijk drukke provinciale weg nogal dramatisch pech kreeg. Vriendelijke onbekenden brachten mijn vrouw en mij veilig thuis; onvriendelijke systemen maakten het ons erg moeilijk om onze mobiliteit terug te krijgen. Het was uitsluitend aan de vriendelijkheid en klantgerichtheid van de garagehouder te danken dat we maar een paar dagen zonder auto hebben gezeten.

Voor mij is dit echter niet het einde van dit incident, maar eerder het begin van een leertraject. Ik probeer altijd te leren van de verstoringen en omwentelingen in mijn leven. Mede om erachter te komen wat ik in de toekomst anders kan doen om te voorkomen dat dezelfde dingen opnieuw gebeuren. Maar ook omdat retrospectief leren zulke incidenten een betekenis geeft die verder gaat dan alleen vervelend, pijnlijk of erger. Het helpt mij om dingen in perspectief te zetten.

Dus toen ik vandaag met de monteur sprak die aan mijn auto had gewerkt, was het eerste wat ik vroeg of ik iets anders had kunnen doen, hetzij om te voorkomen dat de auto defect zou raken, hetzij om veilig van de weg te komen als dat toch gebeurde. Hij verzekerde mij dat ik niets verkeerd had gedaan. Toen hij de auto meenam voor een proefrit nadat hij de boordcomputer had gereset en wat diagnoses had uitgevoerd, vertoonde de auto precies hetzelfde defect, waardoor hij midden op een rotonde strandde. Hij moest door zijn collega’s worden gered temidden van boos toeterende auto’s bestuurd door verwoed gebarende chauffeurs. Het was voor hem wel duidelijk dat de auto de schuld had, niet de bestuurder.

Dus toen werd de vraag: wat zorgt er precies voor dat de auto op deze manier opspeelt? Waarom gebeurt dit? Welk onderdeel is schuldig?

Interessant genoeg legde de monteur uit dat geen van de onderdelen als zodanig defect was; ze deden allemaal wat ze moesten doen en presteerden volgens hun ontwerpspecificaties. Toen ze echter werden samengevoegd, slaagden een aantal componenten er onder zeer specifieke omstandigheden in om een gecombineerde piek in de elektriciteitsproductie te creëren. Die piek activeerde het veiligheidssysteem van de boordcomputer en schakelde alles uit om te voorkomen dat de elektronica kapot zou gaan. Met andere woorden: nominaal correct functionerende onderdelen kunnen, zonder dat een van deze onderdelen defect raakt, een plotselinge ineenstorting van de functionaliteit van het hele systeem veroorzaken; waardoor het in ons geval tot een dramatische noodstop halverwege de reis kwam.

Om een lang verhaal kort te maken (de monteur en ik praatten een aantal uren terwijl we wachtten op de huurauto): wat er mis was met de auto had minder te maken met de onderdelen dan met de manier waarop ze samen functioneerden. Wanneer meer dan een paar onderdelen hun randcondities naderden, kon het resultaat het gecombineerde systeem over de rand duwen.

Wat leert dat ons?

Ten eerste: geen van de onderdelen was kapot. Ze deden allemaal wat ervan verwacht werd. Geen schuld dus. Ten tweede: het systeem als geheel was ontworpen met voldoende fail-saves om grote schade te voorkomen. Dus ook daar geen schuld.

Fail-safe is echter niet hetzelfde als veilig falen. Ik denk dat er veel ruimte is voor verbetering in de manier waarop de auto stopt met functioneren. Door bijvoorbeeld de vergrendelingen van het stuur- en remsysteem handmatig op te kunnen heffen, zou de bestuurder de auto op zijn minst van de weg kunnen duwen zodra deze tot stilstand was gekomen. Misschien had het systeem geleidelijker en eleganter uit kunnen gaan, waardoor de bestuurder meer tijd had om een veilige plek te bereiken om de auto te stoppen. En ik denk dat de waarschuwingssignalen op het dashboard dringend een meer op de bestuurder gericht herontwerp nodig hebbben. De meeste waarschuwingen waren misschien nuttig voor een monteur die probeert vast te stellen wat er mis gaat, maar dat hielp mij niet te begrijpen wat er aan de hand was en hoe ik daar het beste op kon reageren. Een klein voorbeeld: “remsysteem inspecteren” is geen nuttige instructie als je 80 km per uur rijdt en de auto plotseling uit zichzelf begint te remmen.

Ten tweede: toleranties en redundanties kunnen er op papier als verspilling uitzien, maar kunnen een systeem dat onder druk staat, maken of breken. De monteur en ik vermoeden dat sommige onderdelen ondergedimensioneerd waren om kosten te besparen. Hoewel ze technisch gezien binnen de specificaties lagen, hadden ze niet de extra ‘speelruimte’ om verschillende randgevallen op een elegante manier af te handelen.

Tenslotte: complexe systemen, vooral wanneer ze nauw geïntegreerd zijn en vol afhankelijkheden, worden bronnen van onvoorspelbare uitzonderingen. De boordcomputer van onze auto zit vol met op regels gebaseerde software die hem vertelt hoe hij moet reageren op alle bekende uitzonderingen. Maar op regels gebaseerde systemen zijn hulpeloos in het licht van onvoorspelbare gevallen waarin de grenzen worden overschreden op een manier waar geen regels voor zijn. Het zou de verantwoordelijkheid van de ontwerpers moeten zijn om a) de afhankelijkheden tussen componenten te verminderen; b) meer toleranties en redundanties in te bouwen om het vermogen van het systeem om fouten die zich voordoen te herstellen (of elegant uit te gaan) te verbeteren; en c) een interface te bieden die op de bestuurder gericht is, en niet op de auto, om de bestuurder te helpen de auto veilig uit de gevarenzone te krijgen wanneer de systemen falen.

Ik geef de ontwerpers, de fabrikant of de monteurs niet de schuld van wat er is gebeurd. Schuld leert ons niets nuttigs. Maar ik hoop wel dat iemand hier wat van leert en die lessen toepast om een beter resultaat te krijgen dan waar wij onlangs mee geconfronteerd werden.

Afspraak is Afspraak – Over contracten en overeenkomsten

Een paar weken lang hadden we een huurauto in bruikleen in afwachting van de reparatie van onze leaseauto. De huurauto werd geregeld door de dealer en niet, zoals ik had verwacht, door de leasemaatschappij.

Verschillende mensen reageerden op mijn verhaal over de onwil van de leasemaatschappij om ons mobiel te houden nadat onze auto defect was. Een veel voorkomende aanname was dat een leasecontract een DAAS-overeenkomst (Driving as a Service) is. De auto zou er niet toe moeten doen, wat er wel toe zou moeten doen is dat we mobiel zouden blijven.

Dat was eerlijk gezegd ook mijn uitgangspunt toen ik het leasecontract tekende. Om precies te zijn: toen ik de huurovereenkomst tekende, wat een verkorte versie was van het volledige contract. Het volledige contract stond op de website van de leasemaatschappij. Ik herinner me dat ik die destijds wel heb doorgebladerd, maar niet de tijd nam om het hele stuk te lezen, omdat het vele pagina’s lang was en geschreven in het soort kleine lettertjes waar je ogen van tranen en je hoofd pijn van doet.

Het blijkt dat mijn begrip van de overeenkomst die ik met de leasemaatschappij heb gesloten niet helemaal overeenkomt met hun begrip van wat we hebben afgesproken. Het basiscontract is niet veel meer dan een financieringsdeal, met wat extra diensten rondom onderhoud, verzekeringen en een financieel aantrekkelijke manier om na een paar jaar over te stappen naar een nieuwe auto. Terwijl de website en de informele communicatie van de leasemaatschappij vol staan met beloftes rond ‘zorgeloos rijden’, ‘wel de lusten, niet de lasten’, ‘de zekerheid dat alles goed geregeld is’, etc. is het eigenlijke contract overduidelijk zorgvuldig opgebouwd rondom heel wat voorwaarden, uitzonderingen en kanttekeningen die deze beloften ondermijnen. Als ik de tijd en moeite had genomen om het volledige contract te bestuderen voordat ik de overeenkomst tekende, had ik misschien om een andere overeenkomst gevraagd, of was ik naar een andere leasemaatschappij gegaan.

Waar we dus mee zitten is een mismatch tussen mijn begrip van de afspraken en dat van de leasemaatschappij. Wiens schuld is dat? De mijne of die van hen?

Juridisch gezien ligt de schuld natuurlijk bij mij. Hoewel het niet was opgenomen in het papierwerk dat de leasemaatschappij mij stuurde, was het volledige contract met alle clausules en bijlagen online beschikbaar. Ik had dat moeten bestuderen voordat ik de overeenkomst tekende.

Ethisch gezien is het antwoord misschien niet zo eenvoudig. De leasemaatschappij maakte bijvoorbeeld niet bepaald reclame voor het feit dat er achter het eenvoudige overeenkomstformulier dat ik tekende een lang en ingewikkeld contract zat. Er werd alleen naar verwezen in een voetnoot, gedrukt in superkleine lettertjes, onderaan de (grotendeels lege) pagina, verstopt onder hun logo en enkele irrelevante bedrijfsinformatie. Bijna alsof ze probeerden mij ervan te weerhouden het te lezen. En het contract zelf vereiste nauwkeurige lezing en kennis van het Nederlands op hoger onderwijsniveau om volledig te kunnen begrijpen wat erin stond. Sommige zeer slimme advocaten moeten enorm veel plezier beleefd hebben aan het vinden van creatieve manieren om ons essentiële diensten te ontzeggen terwijl ze deze schijnbaar wel beschikbaar stellen.

Ik ben van mening dat een klantgericht bedrijf, een bedrijf dat echt geeft om het welzijn en de tevredenheid van zijn klanten, zich verantwoordelijk moet voelen om ervoor te zorgen dat zijn klanten de afspraken begrijpen waarvoor ze tekenen, vooral als die afspraken complex zijn en makkelijk kunnen leiden tot verkeerde aannames en misverstanden. In dergelijke gevallen zouden morele overwegingen hun zorgplicht moeten bepalen, en niet het gebruik van juridische argumenten die ze een excuus geven om zich niets van de klant aan te trekken.

De Vriendelijkheid van Vreemde Mensen

Een tijdje geleden, op de terugweg van ons boodschappenrondje, begon onze auto op te spelen. Het automatische remsysteem begon op willekeurige momenten te remmen, wat eng genoeg was, voordat er allerlei waarschuwingslampjes op het dashboard verschenen, gevolgd door een waarschuwing in vetgedrukte letters op een felrode achtergrond die me vertelde dat de auto een noodstop zou maken. Niet precies wetend hoeveel tijd ik nog had voor we definitief tot stilstand zouden komen ging ik verwoed op zoek naar een veilige plek om de auto van de weg te krijgen.

We waren bijna in veiligheid. De auto stond half op de berm van de weg, waarbij slechts een stukje van de achterkant nog uitstak toen de auto onder mijn handen stierf en daarbij de remmen en het stuur blokkeerde. Het had nog erger kunnen zijn, in ieder geval was het grootste deel van de auto van de weg af, maar het stuk dat uitstak, op een 1,5-baans weg, in een bocht geflankeerd door bomen, was gevaarlijk genoeg om ons ongerust te maken. Wat ik ook probeerde, het lukte me niet om de motor opnieuw te starten, noch kon ik de remmen en het stuurmechanisme ontgrendelen.

Binnen enkele minuten stopte er een busje achter ons, de chauffeur stapte uit en vroeg of hij kon helpen. We probeerden de auto verder in de berm te duwen, maar die gaf geen krimp, dus verontschuldigde de man zich uitgebreid voordat hij verder reed. De volgende persoon die hulp bood was een plaatselijke boer die te horen kreeg dat iemand een auto aan de rand van zijn aardappelveld had geparkeerd. Hij was ook erg vriendelijk en stelde enkele nummers voor die we konden bellen voor deskundige hulp.

Dus hebben we de wegenwacht gebeld en gewacht, in de hoop dat niemand ons van achteren zou aanrijden of een frontale botsing zou veroorzaken door om onze auto heen te sturen zonder te controleren of er tegenliggers aankwamen. Eerlijk gezegd waren er enkele bijna-ongevallen, maar gelukkig geen echte crashes.

Ongeveer een uur later kwam de ANWB-meneer langs. Hij stelde zichzelf voor en besteedde vervolgens bijna een uur aan allerlei soorten diagnoses om ons ter ziele gegane voertuig te reanimeren. Het mocht niet baten. We moesten een sleepwagen bellen en kregen te horen dat het nog minstens een uur zou duren voordat er een zou arriveren.

Tot onze verbazing besloot de ANWB-man bij ons te blijven wachten. Hij had de zwaailichten van zijn truck aangezet en een reeks pylonnen om onze auto gezet om ervoor te zorgen dat er geen auto’s tegen ons aan zouden botsen. Vervolgens hadden we toen een zeer boeiend gesprek over zijn werk, mijn werk, de toestand van de wereld, zelfs de politiek en een beetje religie, allemaal in een zeer vriendschappelijke sfeer, bijna alsof we oude vrienden waren die aan het bijpraten waren onder het genot van een (denkbeeldig) biertje. Toen de sleepwagen eindelijk arriveerde, werd met hulp van de ANWB-man onze volledig dode auto succesvol op de sleepwagen geladen.

Hij hoefde dit niet te doen. Hij had al uren geleden kunnen inpakken en verdergaan. Het was pure vriendelijkheid en behulpzaamheid waardoor hij aan onze zijde bleef en daar zal ik altijd dankbaar voor zijn.

De chaffeur van de sleepwagen was ook behulpzamer dan hij strikt genomen hoefde te zijn. In plaats van ons af te zetten bij de garage waar onze auto moest worden afgeleverd – waarvandaan we dan een taxi hadden moeten nemen om thuis te komen – reed hij een stuk om om bij ons op de hoek van de zandweg naar ons huis te kunnen afzetten. Daarvandaan was het een paar minuten lopen, dus dat scheelde enorm. Op de afbeelding zie je hoe ik onze boodschappen wegdraag in een kruiwagen die we net gekocht hebben, niet wetende dat deze al zo snel van pas zou komen :-).

Mijn Land van Herkomst Wint Mij Terug

In 2023 ben ik wat afwezig geweest op LinkedIn. Niet helemaal, maar ik was wel veel minder actief dan voorgaande jaren.

Een van de redenen is het feit dat omstandigheden die grotendeels buiten onze macht liggen, mijn vrouw en ik hebben gedwongen terug te verhuizen naar het land waarin we zijn geboren, Nederland, en ons land van keuze, Australië, achter ons te laten.

Dat proces, dat zich midden in de COVID-pandemie afspeelde, was soms rommelig, hectisch en nogal pijnlijk. Maar de transitie ligt inmiddels achter ons en we zijn aan het settelen in ons nieuwe huis, in een prachtig bos in het noorden van het land.

Iets dat mij opvalt, is hoe het land mij lijkt terug te winnen. Na ruim twintig jaar in Australië te hebben gewoond, voelde ik mij (en voel mij soms nog) meer Australisch dan Nederlands. Ik kwam terug naar dit land en voelde me een vreemdeling in een vreemd land; een bezoeker van een land dat niet veel leek op het land dat ik in de vorige eeuw achterliet.

Maar de afgelopen maanden is dat gevoel aan het veranderen. Geleidelijk aan begon ik te voelen dat mijn oude wortels – degene waarvan ik dacht dat ik ze had doorgesneden en weggegooid toen ik naar Australië migreerde – weer tot leven komen en zich vastzetten in de grond van het bos om me heen. Ik begin het gevoel van het zand onder mijn voeten te herkennen, de geluiden van de vogels en insecten, de geur van het gras en de omringende bomen. En ik begin me weer Thuis te voelen.

Wat dit proces voor mij interessant maakt, is dat het niet de natie of haar bevolking is die mij terugwint, maar haar natuur, haar bodem, haar Country, zoals de Australische Aboriginals het zouden noemen. Het is een gevoel dat in Australië langzaam bij mij was gegroeid, maar – omdat ik daar niet geboren ben – nooit helemaal zou kunnen doordringen: het gevoel bij het land te horen. Hier in Nederland voel ik mij welkom en wordt mij verteld dat ik hier thuishoor; dat ik hier nooit echt ben weggegaan, hoe ver weg ik ook was.

Voor mij is dit een belangrijke herinnering aan hoe diep we werkelijk verweven zijn met de natuur, met het land waarop we geboren worden, leven en sterven. We staan niet los van Country, we zijn de nakomelingen ervan, en eraan verbonden via vele, vele onzichtbare wortels en verbindingen. We hebben misschien deze illusie gecreëerd van de mens versus de natuur, of de mens boven de natuur, of zelfs de mens er volledig los van, maar in onze kern zijn we gewoon een andere vorm van natuur. Niets meer niets minder. Alleen als we dat erkennen en ons land ons volledig als het zijne laten opeisen, kunnen we echt gelukkig zijn en in harmonie met onszelf en de wereld.

Ik hef het glas op Thuiskomen en teruggewonnen worden. Hier is een toast op het land.

Gelukkige nieuwe toekomst.

Uitgelicht

De Laatste Vijand

De Laatste Vijand – ©Bard 2022

De soldaat wist precies wat zijn missie was en hoe belangrijk. “Zolang er ook maar één van die schoften over is kan er geen vrede zijn”, was hem verteld. En vrede was wat hij het liefste wilde, na jarenlang een oorlog gevoerd te hebben die niemand had gewild maar niet had kunnen voorkomen.

Dus ploeterde hij voort door regen en sneeuw, door puin en modder, door platgebombardeerde steden en met loopgraven gevulde velden. Nergens was er leven te zien; er waren geen vogels, geen dieren, geen insecten. De bomen en velden waren zwartgeblakerd en uiteen gereten door explosies. Zelfs de ratten hadden het niet overleefd.

Toen hij het uitgebrande karkas van een huis passeerde zag hij binnen iets bewegen. Op zijn hoede, zijn geweer in de aanslag, stapte hij door de deuropening naar binnen en zag de vijand naar hem kijken. “Wat een monster”, dacht hij, “onder de modder en opgedroogd bloed, zijn uniform vol scheuren en gaten. Kijk naar dat smerige haar, zijn ongewassen gezicht en handen. Zie die verwrongen grijns op dat gezicht, de waanzin in die gemene ogen. Je zou bijna nog medelijden met hem krijgen.”

Maar de soldaat wist wat zijn missie was en aarzelde geen moment. Hij verbrijzelde de manshoge spiegel voor hem met de achterkant van zijn geweer en activeerde een granaat, die hij tegen zijn borst aandrukte. Het huis en de soldaat desintegreerden in een enorme explosie van licht en geluid.

Na een tijdje kwamen het puin en het stof tot rust op de grond en was alles weer stil.

De vrede was eindelijk teruggekeerd.

Bard ©2022