De Beer

De Beer
Beer – ©Bard 2021

De beer was die ochtend uit een lange winterslaap ontwaakt. Nog zwak en wankel was hij op zoek gegaan naar voedsel. Alles was welkom. Als hongerige alleseter was hij niet kieskeurig. Toch zou hij onder normale omstandigheden een ruime boog gemaakt hebben om het dode mens dat hij niet ver van zijn schuilplaats tegenkwam. De meeste wilde dieren die dicht genoeg bij mensen leven hebben een instinctieve neiging om bij ze uit de buurt te blijven. Maar dit keer won de honger het van die diepgewortelde voorzichtigheid. Haastig schrokkend verslond de beer een groot deel van het lichaam en rende daarna snel weer terug naar de grot waar hij zich veilig voelde. Daar viel hij al snel in een onrustige slaap.


Opeens schrok hij wakker. Hij wist niet precies waarom: een geluid misschien? Hij spitste zijn oren, maar hoorde alleen zijn eigen adem. Dat verbaasde hem. Het was hem nooit eerder opgevallen dat zijn adem zo zwaar klonk, tussen snuiven en grommen in. Hij had sowieso nooit aandacht besteed aan ademhalen. Dat was iets dat vanzelf ging, net als lopen, eten, slapen… Maar nu was hij zich ineens bewust van de spieren die de lucht naar binnen zogen en naar buiten bliezen. Hij voelde de koude lucht naar binnen stromen en als warme, vochtige wolken weer naar buiten gaan. Hij zag hoe stoom zich voor zijn ogen vormde. Totaal verward vergat hij adem te halen, tot zijn lijf protesteerde en hem dwong een grote hap lucht te nemen, waarin hij zich vervolgens verslikte, zodat hij proestend en blaffend op adem moest komen.

De beer raakte steeds meer in de war. Waarnemingen en half-gevormde indrukken tuimelden over elkaar in zijn hoofd. Wat het hem meest verwarde was dat hij zich hiervan bewust was. Hij was wel eerder verbaasd geweest. Of geschrokken van een onverwacht geluid. Hij was wel vaker in situaties terecht gekomen die hem onzeker maakten, en verward genoeg om zich nerveus uit terug te trekken. Maar nog nooit eerder was hij zich van zichzelf bewust geweest. Nooit eerder strekte wat hij waarnam van de wereld zich tot die waarnemingen zelf uit. Waarnemingen, indrukken en emoties kwamen en gingen, net als het landschap waar hij doorheen bewoog. Hij had zichzelf nog nooit als het centrum daarvan gezien. Hij had was nooit op de gedachte gekomen dat er een centrum was. Hij had zichzelf nog nooit gezien.

De vanzelfsprekendheid waarmee de wereld en de beer één vloeiende dans vormden van actie, reactie en interactie viel uit elkaar. Totaal nieuwe emoties overweldigden hem. Hij voelde zich verloren, klein en machteloos, bang, alleen. Voorheen was hij altijd even groot geweest als de wereld die hij waarnam, direct en onvoorwaardelijk verbonden met alles om hem heen. Bewust van zichzelf als waarnemer was hij geen deelnemer meer maar een toeschouwer vanachter de transparante muren van zijn zintuigen. Hoe meer hij naar zichzelf keek, hoe kleiner hij zich voelde. Hij zag zichzelf krimpen tot een enkel punt van bewustzijn omringd door de oneindigheid, compleet alleen. Voor het eerst drong het tot hem door dat hij zelf dus eindig was – fysiek begrensd maar ook in tijd. Wetend dat er een vroeger was waarin hij met alles verbonden was vreesde hij dat er ook een later zou zijn waarin hij geheel zou zijn verdwenen.

De beer werd bang. Bang voor de dood. Bang voor het einde. Doodsbang.

Dit was niet het soort angst waar hij simpelweg op zijn instincten kon vertrouwen hem uit de problemen te helpen. Het besef van de dood zat van binnen, niet van buiten. Er was geen tegenstander om aan te vallen. Er was geen plek om naar te vluchten. Er was geen manier om zich te verschuilen. Totale paniek overviel hem. Zonder te kijken waarheen, zonder acht te slaan op zijn omgeving, begon de beer te rennen.


Hij rende door tot hij van uitputting neerviel. Zwaar hijgend lag hij een tijdje met gesloten ogen te wachten, overtuigd dat de dood hem zou overvallen en doen verdwijnen in het niets.


Het geluid van wind over water drong tot hem door. Voorzichtig opende hij zijn ogen. Hij zag dat hij op een strandje lag aan de rand van een klein meer omringd door hoge bomen. Het zand was bijna puur wit. Het water van het meer was zo helder dat het alleen te zien was door de schaduwen van de golven die door de wind werden voortbewogen. De lucht was stralend blauw.

Wat hij zag deed hem een beetje tot rust komen. Hij had nog nooit bewust naar een landschap gekeken. Deze vredige schoonheid riep een nieuwe emotie in hem op. Hij voelde zich veilig hier en in harmonie met zijn omgeving. Hij zou bijna de doodsangst kunnen vergeten die hem hiernaar toe gedreven had.

“Dat zou mooi zijn,” sprak een stem “als een beetje natuurschoon genoeg zou zijn om jouw problemen op te lossen. Helaas, zo makkelijk gaat dat niet.”

De beer kwam haastig overeind. Zijn eerste neiging was om weg te rennen, of op zijn achterpoten te gaan staan om zich zo groot en dreigend mogelijk te maken. Maar de verbazing over de onverwachte stem, en het feit dat hij had begrepen wat er gezegd was, wonnen het van zijn instincten. Verbouwereerd zakte hij door zijn achterpoten en keek naar waar die stem vandaan kwam.

Voor hem stond een mensenvrouw, klein, met lang donker haar. In haar hand hield ze een lange stok. Hoewel hij haar met een enkele klap van zijn voorpoot zou kunnen doden wist de beer instinctief dat zij veel machtiger was dan ze eruit zag.

“Ja” sprak ze, “ga er maar eens goed voor zitten. Je hebt jezelf aardig in de nesten gewerkt.” De beer wist niet wat hem meer verbaasde: het feit dit mensenvrouwtje hem aansprak of dat hij alles begreep wat ze tegen hem zei. Hij had wel eerder mensen geluiden horen maken, maar het was nooit anders geweest dan het gezang van de vogels of het geknor van de wilde varkens. Maar nu drong elk woord tot hem door en veroorzaakte een vloed van gedachten en vragen.

“?????” gromde hij tegen haar.

“Probeer maar niet te spreken,” antwoordde zij, “daar is jouw bek niet geschikt voor. Het zou ook niet goed voor je zijn. Je zit al genoeg in de problemen, als je nu ook nog in woorden gaat denken wordt het alleen maar erger.”

“??!!??!!????!?!?!” gromde hij terug, enigszins gefrustreerd dat wat hij wilde communiceren zulke vreemde geluiden opleverde, in plaats van de vragen die hij in zijn hoofd had.

“Weet je nog wanneer dit allemaal begonnen is?” vroeg de vrouw. De beer gromde terug dat hij wakker was geworden met dit vreemde gevoel. “Dat begrijp ik. De verwarring begon bij het ontwaken. Dus moet er iets gebeurd zijn voor je bent gaan slapen. Zoiets ingrijpends gebeurd niet uit zichzelf. Denk eens heel goed na. Kan je je iets herinneren van de momenten voor je die laatste keer ging slapen?”

De beer dacht na, wat hem niet makkelijk afging omdat hij dit nooit eerder bewust geprobeerd had. Hij was gaan slapen, dat wist hij nog. Hij was nogal snel naar zijn schuilplaats gerend, dat herinnerde hij zich nu ook. Hij had daarvoor iets gegeten … iets dat hij normaal niet zou aanraken … !!! Ineens zag hij het beeld voor zich van het dode mens en proefde hij de vreemde smaak van mensenvlees in zijn bek. Hij had een mens gegeten!

“Juist,” sprak de vrouw, “daar was ik al bang voor. Je at een mens die nog maar net was overleden of nog net niet helemaal dood was. Daardoor is een deel van het menselijk bewustzijn bij jou terechtgekomen. Je bent als soort altijd verstandig genoeg geweest om deze vorm van bewustzijn uit de weg te gaan. Dat jullie liever geen mensen eten is niet omdat jullie bang voor ze zijn maar omdat jullie instinctief aanvoelen dat er iets vreemds aan mensen is. Iets waar ze allemaal aan lijden. Door aan je honger toe te geven heb jij jezelf besmet met datzelfde lijden – de vreselijke last van het zelfbewustzijn.”

“!!!???!!” gromde de beer hoopvol.

“Nee. Dit gaat niet vanzelf weer over. Als je die drempel eenmaal over bent kan je niet zomaar terug naar je oude bewustzijn. Zelfbewustzijn houdt zichzelf in stand. Elke waarneming van je eigen gedachten versterkt het gevoel dat die gedachten zijn wie jij werkelijk bent. En hoe meer je je met je gedachten vereenzelvigd, hoe moeilijker het wordt om die identificering los te laten. Als we er niets aan doen ga je nog denken dat als je gedachten ophouden jij ophoudt te bestaan. En dan ga je datgene beschermen wat je het meeste leed berokkend.”

“???????!!!” gromde de beer, bang, boos en verdrietig tegelijk.

“Ik zal je helpen” zei de vrouw, “maar het zal niet eenvoudig zijn. Je zult mij moeten vertrouwen en gehoorzaam alles doen wat ik je opdraag. Geen vragen, geen twijfel. Denk je dat je dat kan?”

“!!!!!!!!!” gromde de beer, allang blij dat de vrouw leek te weten hoe ze hem kon helpen. Hij nam zich voor precies te doen wat ze hem opdroeg. Hij wilde zo snel mogelijk weer die beer van vroeger zijn waar hij, terugkijkend, zo gelukkig mee was, al was hij zich daar toen niet van bewust.

En zo begon zijn leertijd onder leiding van de vrouw.


Het was allemaal niet zo makkelijk als hij gehoopt had. Hij verwachtte dat ze hem een simpele truc zou leren om die vreselijke stroom van bewustzijn en gedachten tot stilstand te brengen. Het moest toch mogelijk zijn om deze maalstroom net zo abrupt te doen stoppen als ze begonnen was? In plaats daarvan vertelde ze hem dat hij zich vooral niet moest verzetten tegen zijn eigen bewustzijn. Hoe meer hij bewust zou proberen zijn gedachten te stoppen, hoe meer hij verstrikt zou raken in de paradox van het bewust proberen zich nergens meer bewust van te zijn.

“Je moet je laten meedrijven met de stroom,” vertelde de vrouw hem. “Je kan alleen aan deze stroom ontsnappen door er helemaal aan toe te geven. In die overgave zit de overwinning.”

Hij begreep niet echt wat ze hem vertelde. Winnen door je over te geven? Zo werkte de natuur toch niet? Hij had vaak genoeg om territorium moeten vechten. Degene die zich overgaf had duidelijk verloren en moest vaak rennen voor z’n leven. Dat kon je toch geen overwinning noemen?

“Een afgedwongen overwinning is geen echte overwinning,” sprak de vrouw, zijn gedachten lezend. “Dat is slechts een tijdelijke verplaatsing van het evenwicht. Hoe meer je het evenwicht met macht probeert te verstoren, hoe sterker het uiteindelijk zal terugslaan om de balans weer te herstellen. Nee, jij moet leren jouw evenwicht te vinden door de balans te dienen, niet door het te verstoren.”

Het zal wel, dacht de beer, die er nu nog minder van begreep maar niets beters wist dan zich over te geven aan wat komen zou.

“Prima!” zei de vrouw, “Dat is wat ik bedoel. Geef je over en je zal zien dat je krijgt waar je naar zoekt.”


De maanden die volgden waren de moeilijkste die de beer ooit had meegemaakt.

De vrouw gaf hem vreemde en onmogelijke lijkende opdrachten. Ze liet hem bijvoorbeeld over het strand lopen en naar het zand kijken. Maar dan mocht hij alleen de zwarte zandkorrels zien. Al het andere moest hij negeren. Ieder keer als zijn oog per ongeluk op iets anders viel, een gekleurd steentje, een schelpje, of een kruipend insect, gaf ze hem een venijnige tik op zijn snuit met haar staf. “Laat je niet afleiden,” zei ze dan, “blijf je aandacht de baas.” De eerste keren had hij verontwaardigd, zelfs boos, gereageerd op die klappen. Hij had naar haar gegromd, zijn tanden laten zien, en één keer was hij zelfs overeind gekomen, klaar om haar een mep terug te verkopen. Ze was daar totaal niet van de onder indruk. “Boosheid is afleiding.” zei ze. “Wie boos is verzet zich tegen de stroom en en veroorzaakt alleen maar turbulentie, geen vooruitgang.” Ze benadrukte haar woorden met opnieuw een scherpe tik op z’n neus. “Opnieuw.” zei ze. “Alleen de zwarte korrels. De rest is niet van belang.” Hij wist niets beters te doen dan terugzakken op alle vier de poten en zich weer te concentreren op de zwarte korrels zand tussen de ontelbare afleidingen die hem van zijn taak probeerden af te houden.

Op andere dagen liet ze hem aan het water zitten met de opdracht álles waar te nemen wat zijn zintuigen maar konden registreren. Bewegingen, geluiden, geuren, aanrakingen, … hij moest proberen zich van alles bewust te zijn zonder aan één specifieke waarneming voorrang te geven of ergens bij stil te staan. Ook dit bleek in het begin een ware kwelling voor hem. Als er iets jeukte wilde hij krabben, maar zodra hij een beweging maakte was er weer zo’n tik op z’n neus. “Alleen registreren,” zei ze dan, “en laten gaan. Vooral niet blijven hangen. Geen permanentie verlenen aan al het vluchtige om je heen.” Hij wist niet precies wat dat betekende maar wel dat er aan haar staf niet viel te ontkomen. Dus ging hij maar weer zitten en probeerde zich bewust te zijn van alles om hem heen zonder ergens echt aandacht aan te besteden.

Ook waren er dagen dat hij zich van haar moest concentreren op het een of andere kleine diertje. Dat kon een vogel zijn, een insect, een vis, een eekhoorn, … elk dier dat regelmatig in de omgeving van het water te observeren was kwam wel een keer aan de beurt. Zijn opdracht was zo’n diertje heel bewust te bestuderen en zich er zo op te concentreren dat hij kon zich kon gaan invoelen in de belevingswereld van dat dier. “Wordt die vogel,” zei ze dan, “en beleef de wereld door zijn ogen. Zie wat hij ziet, voel wat hij voelt, tot elke vleugelslag jouw vleugelslag is, en elke noot die hij zingt uit jouw keel lijkt te komen.”

Dit laatste was misschien wel de moeilijkste van alle opdrachten. Hij had nog nooit bewust gekeken naar andere wezens. Hij had gejaagd op kleine prooien, of om grotere beren of groepen wolven heen getrokken om conflicten te vermijden. Maar dat ging nooit om hen, altijd alleen maar om zijn eigen gevoelens van dat moment. Honger, angst of nieuwsgierigheid deden hem andere dieren opmerken, maar nooit had hij zelfs maar een neiging gehad zich in hun belevingswereld te verplaatsen. Hoe kon hij ook? Hij was zich niet eens bewust van zichzelf. Zijn per ongeluk verkregen zelfbewustzijn had alles drastisch veranderd. Ineens was alles verdeeld in hemzelf en al het andere – hij en de wereld. Andere dieren waren buiten hem en daardoor niet met hem verbonden. Hoe hard hij ook probeerde zich in die andere dieren te verplaatsen, in het begin leek het bewustzijn van die scheiding tussen hemzelf en de wereld buiten hemzelf een ondoordringbare barrière. Hij kon de dieren wel waarnemen, maar hij kon zich niet in hen verplaatsen. Hij probeerde zich voor te stellen hoe dat zou voelen maar voelde het niet echt.

En dus kreeg hij ook hiervoor regelmatig zo’n klap op z’n neus. “Niet bedenken hoe het zou zijn,” zie de vrouw, “maar beleven hoe het is. Voel mee met de ander. Doorbreek de muur van je zelfbewustzijn. Die muur bestaat alleen in jouw gedachten. Ze is er niet echt.” Dan begon hij maar weer opnieuw, intens starend naar de nerveuze handelingen van een vogeltje op zoek naar zaden in de struiken of het schijnbaar doelloze gescharrel van een torretje in het zand.


Op een dag – hij zou niet weten hoe lang hij al bij de vrouw in de leer was – was ineens alles anders. Hij liep over het strand, zich concentrerend op de zware zandkorrels. Na een tijdje, hij wist niet hoelang, merkte hij dat hij niet langer de individuele korreltjes zag maar een fragiel netwerk van zwarte patronen over en door het overwegend witte zand heen. Die patronen strekte zich overal uit, hoe ver hij ook keek. Verbaasd bleef hij staan, enigszins overdonderd door de ingewikkelde, tere schoonheid van dit weefsel van zwart zand om hem heen. Ineens was daar de vrouw, die hem ditmaal geen tik op z’n neus gaf, maar hem in z’n oor fluisterde: “Niet stoppen nu, laat jezelf opgaan in die patronen. Laat je gedachten stromen met de lijnen en figuren die je waarneemt in het zand.” Hij deed wat ze zei, en liet zijn bewustzijn deel worden van wat hij voor zich zag op het strand. Daar waar hij zijn aandacht op richtte lichtte het zwarte zand even op, alsof er puur wit licht door de donkere patronen stroomde; licht dat meedanste met de bewegingen van zijn aandacht. Hij ging zo op in dit spel van aandacht en beweging dat hij zichzelf en de tijd vergat en zich pas weer van zichzelf bewust werd toen de zon onderging en het te donker werd om nog onderscheid te maken tussen de kleuren van het zand.

Vanaf die dag ging het snel.

Niet lang daarna was hij een eekhoorn aan het bestuderen die van tak naar tak sprong toen hij merkte dat hij meebewoog met elke sprong. Meer dan dat, hij wist, zonder te weten hoe, precies naar welke tak de eekhoorn zou springen en hoe hij daar zou landen. Hij ving geluiden op die voor de eekhoorn van belang waren. Hij zag hoe de wereld er voor zo’n klein en haastig knaagdier uitzag. Even wist hij niet of hij een beer was die een eekhoorn bekeek of een eekhoorn die een beer zag.

Hij keek om zich heen. Hij was niet langer een eenzame beer in een vreemde en afstandelijke wereld. Hij was een punt van een licht in een eindeloos tapijt van lichtpatronen die zich om hem heen verspreidden in een voortdurende dans van licht en donker. Hij voelde hoe er overal dieren waren die net als hij punten van bewustzijn waren in datzelfde netwerk van licht. Hij was een druppel in een oceaan van leven en die hele oceaan tegelijk. Er was geen onderscheid meer, alleen verbondenheid.

De beer besefte dat hij terug was op het punt waar hij ooit begonnen was. Hij was weer een deel van de totaliteit van de wereld die hij waarnam. Met het verschil dat hij zich nu bewust was van zowel zichzelf als van die totaliteit. Hij zat niet langer gevangen in de afzondering van zijn eigen gedachten en zijn naar binnen gekeerde zelfbewustzijn. Hij was vrij en onbeperkt. Hij was zowel onmetelijk klein als allesomvattend. Hij spiegelde zichzelf in het hele universum en het universum spiegelde zichzelf in hem.


De vrouw keek de beer na terwijl hij het bos inliep waar hij zoveel maanden geleden in paniek vandaan gekomen was. Hij keek niet om maar ze voelde zijn dankbaarheid jegens haar in de manier waarop hij bewoog en om zich heen keek. Ze leunde op haar staf. Ze keek naar het bos waar de wind de bomen zachtjes deed ruizen en deed meedeinen in harmonie met de stappen van de beer die in de verte verdween.

En ze zag dat het goed was.

©Bard 2021

Verhalenland

Verhalenland

“Zonder verhalen zou de kennis sterven en als de kennis was verdwenen zou al het andere eveneens sterven.”
Karl-Erik Sveiby and Tex Skuthorpe, Treading Lightly

Verhalenland
Verhalenland – ©Paulina Noordergraaf 2018

Het land was eindeloos en oneindig rijk. Elke steen, elke heuvel, elk stroompje had een verhaal over haar oorsprong, haar levensloop en haar betekenis in het grotere geheel. Alles was met elkaar verbonden door een levend web van verhalen, liederen en rituelen. Die verhalen waren tijdloos en eeuwig: geboorte, leven en dood vonden allen plaats in die ene tijdloze ruimte van de scheppingstijd. Alles wat ooit was, is en altijd zal zijn werd daar in leven gehouden. Zo bleef het land verbonden, levend en onuitputtelijk. Zo kon het land zich voortdurend vernieuwen zonder wezenlijk te veranderen.

De mensen van dit land wisten maar al te goed hoe belangrijk de verhalen waren. Zij wisten dat elk verhaal een draadje was in het weefsel dat hen in leven hield en hun leven zin gaf. Het was een weten dat veel dieper ging dan het verstand alleen. Ze voelden het in hun ziel, hun lichaam, hun botten. Dankzij de verhalen leefden deze mensen in een wereld waarin elke plek even bekend was als hun eigen familie en vrienden. Wie de verhalen kende van een boom of een plas, kende die plek alsof ze samen waren opgegroeid, kende alle gaven die de plek te bieden had en alles wat ze nodig had om die gaven te kunnen blijven geven. Hoewel ze als nomaden rondtrokken waren deze mensen nooit onderweg, verlangend naar een bestemming. Ze waren altijd thuis. Het land was hun veilige bestemming, hoever ze ook trokken, zolang ze de verhalen kenden.

En dus zorgden de mensen van het land voor haar verhalen en daarmee voor het land. Het was hun heilige plicht elk verhaal te koesteren en ongeschonden door te geven van generatie op generatie. Soms kwamen er verhalen bij, maar er gingen nauwelijks verhalen verloren. Verhalen werden uitgewisseld tussen stammen, meer waardevol dan materiële giften. Verhalen werden eindeloos verteld, gezongen, gedanst en geschilderd. Als het land veranderde – door vulkanen, overstromingen, klimaatveranderingen – werden de verhalen uitgebreid met nieuwe elementen. Niets bleef onverteld. Niet bleef onverbonden. Zolang ieder mens deelnam aan het weven van dit weefsel was het land één, rijk en gul voor iedereen.

Tientallen millennia duurde deze tijdloze scheppingstijd. Eeuwig bewegend, eeuwig hetzelfde.


Tot de vreemdelingen verschenen in hun vreemde schepen. Vreemdelingen waren niet onbekend in het land, maar tot nu toe waren het altijd bezoekers geweest: mensen die kwamen om handel te drijven en verhalen uit te wisselen, om vervolgens weer te verdwijnen. Of mensen die kwamen, de verhalen leerden en zich voegden naar het land tot ze geen vreemdelingen meer waren. Deze vreemdelingen waren anders. Zij kwamen niet om te bezoeken maar om te veroveren. Zij kwamen niet om deel te nemen aan wat het land te bieden had maar om het land aan zich te onderwerpen. Ongevraagd kwamen ze aan. Zonder te vragen bleven ze en zeiden dat het land nu van hen was.

De vreemdelingen zagen niet de verbondenheid tussen het land en haar bewoners. Ze zagen het land niet en haar diep gewortelde geschiedenis. Ze zagen alleen grond en grondstoffen. Ruimte die ze konden innemen. Rijkdommen die ze konden vergaren. Ze zagen een zielloze uitgestrektheid die ze konden vullen met hun eigen bedenksels.

Ze zagen amper de oorspronkelijke bewoners en al helemaal niet hun verhalen, liederen en symbolen. Integendeel, waar de wijze mannen en vrouwen van het land soms probeerden de vreemdelingen deelgenoot te maken van de basisverhalen, waarmee kinderen en bezoekers altijd geacht werden te beginnen, werden de ouden uitgelachen. De vreemdelingen vonden de verhalen kinderachtig en primitief. Sprookjes voor onontwikkelde mensen. Bijgeloof en verzinsels. Hoe sneller deze onzin uit het land verdween hoe beter, vonden ze.

Zelf brachten ze wel verhalen mee, maar die waren levenloos en ontdaan van context. Oude verhalen uit een land dat ze zelf nooit bezocht hadden. Verhalen die ze angstvallig gevangen hielden, opgetekend in doodzwarte inkt op dode bladeren, samengebonden en in leer geketend. Dit waren geen levende verhalen, verbonden met het web van het land, maar dode fossielen, niet in staat om zich met het web te verbinden en erin op te gaan.

De vreemdelingen namen het land over met een achteloze wreedheid die het land niet eerder had meegemaakt. Ze verboden het vertellen van de verhalen, het zingen van de liederen, het dansen van de ceremonies. Ze verboden zelfs de taal waarin de mensen spraken en zongen.

Met elk woord dat verdween verdween er een draadje uit het web van verhalen. Met elk draadje dat brak, verzwakte het web. Het land begon in fragmenten uit elkaar te vallen. De bewoners raakten verdwaald in hun eigen land. Zelfs de plekken waar hun voorouders honderden generaties geleefd hadden voelden niet meer als thuis, omdat de verbindende verhalen ontbraken. Het land verloor haar betekenis en verborg haar geheimen. Van een levenslang familielid dat gul haar overvloed deelde veranderde het land in een wildernis met meer gevaren dan voedsel. Steeds minder mensen konden het land zien en zich welkom voelen.

De vreemdelingen merkten nauwelijks hoe het land verbrokkelde en het leven verdween. Zij zagen niet hoezeer het land en haar bewoners leden. Zonder contact met de scheppingstijd waarin alles verbonden was, merkten ze het verval niet op, of schreven het toe aan tegenslag, weersverandering, natuurgeweld. Jarenlange droogtes werden gevolgd door enorme overstromingen. Ingevoerde dieren en planten werden plagen die het natuurlijke evenwicht volledig verstoorden. Steeds grotere delen van het land veranderden in zinloze leegtes. Steeds meer land werd woestenij. Dor en dood.

De vreemdelingen trokken zich terug in hun steden waar ze in hun onnatuurlijke huizen konden doen alsof de teloorgang van het land hen niet kon deren. Ze bouwden muren om zich heen om het verval niet te hoeven aanschouwen. Ze vertelden zichzelf dat ze alle problemen konden oplossen met nieuwe technologie. Ze wisten zeker dat ze natuur konden bedwingen en het land naar hun hand zouden kunnen zetten. Al wat nodig was was nog meer energie, nog meer machines, nog meer geweld.

En zo gingen de vreemdelingen ten onder. In de laatste stad keken de laatste overlevenden naar een betekenisloos land, zonder leven, zonder mededogen. Het land was woest en ledig. Er was geen thuis waar ze zich veilig voelden. Er was geen verleden waar ze deel van waren. Er was geen toekomst om naar uit te kijken. Er was zelfs geen verteller om deze teloorgang nog zin te geven. Er was alleen de leegte van een kil en zinloos universum waarin voor mens geen plaats meer was.


Het land bleef achter als een onbeschreven blad, zonder bergen of dalen, zonder rivieren of meren, zonder leven. En het wachtte tot iemand haar terug zou vinden. Tot er weer echte bewoners zouden komen die het land met hun verhalen en liederen tot leven zou brengen. Die met hun ceremonies en schilderijen het landschap zouden vormen en vullen met betekenis en waarde.

Het land wachtte …

©Bard 2021

Het Sociale Weefsel

Het sociale weefsel is een magisch weefsel
Geweven uit onze verplichtingen
Uit schulden gemaakt en gunsten verleend
In het algemeen belang

Geweven uit onze hoop en dromen
De verwachting van een betere toekomst
Herinneringen aan een gouden verleden
En de verhalen die we samen delen

Het sociale weefsel is een kwetsbaar weefsel
Dat kan verzwakken en kan scheuren
Door eigenbelang en hebzucht
Door achterbaksheid en verraad

Ontrafeld en uitelkaar gescheurd
Door geweld en machtsmisbruik
Door verdeeldheid en haat
En de politiek van de angst

Het sociale weefsel is een kostbaar weefsel
Dat ons behoedt met haar beschutting
Ons de kans geeft te kiezen tussen
mededogen en onverschilligheid

Zonder dit doek om ons te kleden
Zouden wij naakt staan in de wereld
In een ijzig donker Universum
Elk van ons alleen

Bard – 2019

Het Maken van een Parelsnoer – Stap 7

Goed voorbereid en goed geplanned zijn we nu klaar om te beginnen aan de volgende etappe van onze reis. We moeten er niet van uit gaan dat alles precies zo gaat als we geplanned hebben; dat doet het leven meestal niet. We moeten daarom regelmatig onze vooruitgang controleren met behulp van de ZIVs die we hiervoor hebben opgesteld. Dit geeft ons de kans dingen bij te stellen terwijl we onderweg zijn. Op koers blijven en tegelijkertijd reageren op de wereld die om ons heen beweegt en verandert is een balanceerkunst. En net als het bewandelen van het slappe koord vereist ook dit aanzienlijke vaardigheid. Een vaardigheid die we alleen kunnen aanleren door daadwerkelijk dat koord op te gaan. Om er dan weer af te vallen. Diverse keren in het begin, dan steeds minder naarmate we er beter in worden. Zolang we dat vallen niet als falen zien is elke val gewoon deel van het leerproces. We trekken onze kleren recht, halen een paar keer diep adem, en gaan weer terug het koord op om het opnieuw te proberen.

Stap 7: Het Waarmaken

Als we ons pad volgen moeten we beducht blijven voor obstakels en kansen die we onderweg tegenkomen. Er is ook wel wat waars aan het oude cliché dat elk obstakel tevens een nieuwe kans is. Op z’n minst is elke tegenslag of uitdaging een kans om er iets van te leren. We komen vooral vaak weerstand, tegenslag en obstakels tegen aan het begin van een nieuwe reis. Vooral als die reis ons nogal ver voert van hoe we ons in het verleden presenteerden. Hoe meer we afwijken van wat de wereld van ons verwacht of gewend is, hoe meer die wereld ons zal proberen tegen te houden. En ons terug te duwen naar waar het comfortabel is – voor de wereld. Laten we dit onthouden als we weerstand tegenkomen en het zien als een teken dat we in de goede richting bewegen. Het is meestal een teken dat we ons aan het ontdoen zijn van de ankers die ons hiervoor op onze plaats hielden.

Maar we moeten ook ons onderscheidingsvermogen blijven gebruiken. Niet alle weerstand en tegenslagen zijn persé tekenen van vooruitgang. Soms lopen we op tegen echte, onvoorziene obstakels. Wellicht komen we moeilijkheden tegen die we onderschat hebben of helemaal niet zagen aankomen. Soms kunnen we ook zijn gaan afdwalen van ons ideale pad. Als onze bewuste geest did niet opmerkt kan het zijn dat ons onderbewuste op deze manier ons een boodschap probeert te sturen. Wellicht probeert het ons te vertellen dat we beter moeten opletten en weer terug op het pad moeten komen. De enige manier om er achter te komen wat er feitelijk aan de hand is is om de situatie met emotionele afstandelijkheid te onderzoeken. Wat zijn de bron en de aard van de weerstand waar we op stuiten? Wat is onze eigen bijdrage aan deze weerstand? Hoe groot is het probleem waar het ons voor plaatst? Wat zegt onze intuïtie over deze situatie?

We kunnen ook onze ZIVs gebruiken om in te schatten hoe serieus de problemen zijn die zich aan ons presenteren. Hoeveel en welk deel van onze gewenste vooruitgang wordt hierdoor tegengehouden of vertraagd? Is het een essentieel onderdeel van ons verhaal of is het iets dat we kunnen uitstellen of omzeilen?


Ik was al een tijdje aan het onderhandelen met een overheidsklant. Toen, zoals in Australië wel vaker gebeurt, veranderde ineens het politieke landschap. Dat veroorzaakte golven van verandering door alle cirkels van de overheid. Departementshoofden werden vervangen. Hele departementen werden samengevoegd, gesplitst of zelfs helemaal opgeheven. Beslissingen werden opgeschort en initiatieven werden uitgesteld of afgeblazen omdat de budgetten bevroren waren. Het leek erop dat wat een vliegende start van mijn bestaan als onafhankelijk adviseur hadden moeten zijn hier in de kiem gesmoord werd.

Nadat ik eerst even mijn hart had gelucht bij een paar vrienden (ik ben ook maar een mens) deed ik een bewuste oefening van afstandelijke observatie. Hoe belangrijk was deze tegenslag in mijn huidige reis om een schrijver en publiek spreker te worden? Het werk was interessant en het inkomen altijd welkom. Maar het contract was niet bepaald essentieel in het waarmaken van mijn ambities. Misschien was dit uitstel juist een verkapte zegen.

Het werken met grote overheidsklanten kan erg veeleisend en tijdrovend zijn. Het wordt vaak snel ingewikkeld. Veel tijd gaat vaak verloren aan de formele en organisatorische aspecten van het werk, naast het eigenlijke werk zelf. Wat begint als een part-time opdracht kan al snel een volledige baan worden.

Na enige introspectie, meditatie en overleg met mijn partner werd het me duidelijk. De uitgestelde onderhandelingen waren niet kostbare tijd verloren, maar kostbare tijd gewonnen. Het gaf me tijd om te schrijven en tevens een duidelijker, sterker verhaal te ontwikkelen on de wereld te laten zien. Dat betere verhaal zou me ook een betere uitgangspositie geven om later de onderhandelingen mee te hervatten. Het zou me helpen om de opdracht nog meer in de richting van mijn kernvaardigheden te sturen en beter aan te sluiten op de onderwerpen waar ik bekend om wil zijn. Het zou me ook tijd geven om me ervan te verzekeren dat de klant serieus was in hun wens om de veranderingen door te voeren die ze mij vroegen te faciliteren.

Alles bij elkaar bleek het uitstel veroorzaakt door een verandering in de overheid een uitstekende aanleiding tot reflectie en onderzoek. Het gaf me de kans om mijn eigen onzekerheden, zorgen en angsten onder ogen te zien. Het dwong me te herzien waar ik mijn energie en aandacht op moest richten om mijn verhaal waar te maken zoals ik voor ogen had. En het hielp me om mijn focus te hervinden en met hernieuwde energie dit boek af te maken. En dat was tenslotte de hoogste prioriteit op mijn lijst.


Obstakels en weerstand kunnen dus helpen om scherp te blijven en de nodige koerscorrecties aan te brengen. Maar wat gebeurt er als we alle obstakels overwinnen? Als we erin slagen de weerstand die we tegenkomen achter ons te laten? Als onze ZIVs ons vertellen dat we perfect of schema liggen, betekent dat dan dat we onze levensdoelen aan het behalen zijn? Betekent dat altijd dat we rechtstreeks op weg zijn naar ons volmaakte levensverhaal?

Niet persé. Er is nog een valkuil waar we in terecht kunnen komen als alles bijna te goed gaat om waar te zijn. Dat is het gevaar van de gelokaliseerde optimalisatie.

Stel je je een groepje onderzoekers voor op zoek naar de hoogste berg in een bepaald gebied. Hun opdracht is om door te gaan tot ze niet hoger kunnen komen. Als ze het hele terrein kunnen overzien is dit niet zo moeilijk. Ze kunnen een weg uitstippelen naar de hoogste top en vervolgens zo direct mogelijk daarheen gaan. Met beperkte zichtbaarheid – zoals mist of duisternis – wordt de situatie een stuk moeilijker. Als ze maar een paar meter vooruit kunnen kijken is het enige teken dat ze vooruitgang boeken dat ze omhoog gaan in plaats van omlaag. Dat kan er echter toe leiden dat ze de eerste de beste heuvel beklimmen die ze tegenkomen en vervolgens vast komen te zitten. Iedere verdere stap brengt ze lager, niet hoger. Hoe kunnen ze te weten komen, zonder uitzicht op de volgende top, of ze nog verder moeten zoeken en zo ja in welke richting?

Ja, dat is hoog, maar is er nog iets hogers? - ©Bard 2017
Ja, dat is hoog, maar is er nog iets hogers? – ©Bard 2017

Als de dingen te voorspoedig gaan op onze reis is er het risico dat wij ook vast komen te zitten op een plaatselijke heuvel. Dat is gedeeltelijk een probleem met de zichtbaarheid. Het is moeilijk om de toekomst te zien en de volgende heuvel ligt misschien buiten ons huidige gezichtsveld. Maar er is ook het risico van comfort en onzekerheid.

Een top beklommen hebben geeft ons een gevoel van iets gepresteerd te hebben. Onze ZIVs geven aan dat we een doel bereikt hebben. We zijn zichtbaar beter af. We zijn dichter bij ons eindpunt. Dat gevoel van prestatie geeft ons een gevoel van comfort, van tevredenheid. Het voelt goed om op koers te liggen.

Maar vanuit dat comfortabele gevoel houdt elke vervolgstap een risico in. We konden weleens achteruit gaan of de verkeerde kant op. Waarom zouden we dat risico nemen? Waarom zouden we dit comfortabele gevoel opgeven voor de onzekerheid van een nieuwe ontdekkingsreis?

En zelfs als we de contouren van een nog hogere berg in de verte kunnen ontwaren kan onzekerheid ons tegenhouden. We zijn toch OK waar we nu zijn? Die andere berg kan dan hoger zijn maar het zal niet eenvoudig zijn om daar te komen. Voordat we die nieuwe prestatie kunnen halen moeten we eerst een deel van wat we al bereikt hebben opgeven. We zijn er wellicht ook niet zeker van of we wel de vaardigheden in huis hebben om die volgende berg aan te kunnen. Waarom zouden het risico nemen al het goede dat we bereikt hebben kwijt te raken voor een doel dat we misschien niet eens kunnen bereiken?

Deze combinatie van comfort en onzekerheid kan ons klem zetten. Ik zeg niet dat er iets verkeerd is aan het vinden van een gelokaliseerd optimum en daar blijven zitten. Dat is een persoonlijke beslissing die iedereen voor zichzelf moet nemen. Ik zal de laatste zijn om mensen het plezier te ontnemen van een mooie plaatselijke top te beklimmen en daar te genieten van het uitzicht. Maar als we ons toewijden aan een leven van ontdekking en ontwikkeling moeten we onszelf van tijd tot tijd nieuwe uitdagingen geven. We moeten de moed hebben om verder te kijken dan dat mooie uitzicht en onderzoeken wat nog niet ervaren en niet leren door hier te blijven steken.

Obstakels en tegenslag kunnen geweldige kansen bieden voor overdenking, onderzoek en leren. Tijden van prestaties en voorspoed kunnen ons afleiden van groei en verdere ontwikkeling. De kunst van het voortzetten van onze reis ligt in het vinden van een onthecht perspectief. Voorspoed en tegenslag zijn beiden slechts voorbijgaande fases waar we ons niet door moeten laten tegenhouden. We nemen ze waar, ontvangen de lessen die ze ons te bieden hebben en gaan dan verder. Er is altijd meer te onderzoeken en meer te leren. Er is altijd een nieuw verhaal te ontdekken, net voorbij de horizon.

Het Maken van een Parelsnoer – Stap 6

Het verschil tussen ‘wishful thinking’ en kiezen voor een nieuwe richting voor onze toekomst ligt in het hebben van een actieplan. Dit betekent niet dat we alles moeten weten over wat er moet gebeuren. In een complexe wereld en constant verschijnende en veranderende toekomst kunnen we nooit echt alles zeker weten. Het beste waar we op kunnen hopen is genoeg duidelijkheid te hebben over onze richting en genoeg inzicht in onze huidige situatie om te weten welke stappen we als eerste moeten nemen. Elke reis begint met een eerste stap, en dan de volgende, en de volgende. Die paar stappen is wat we moeten weten waar te maken, met het vertrouwen dat de daaropvolgende stappen ons duidelijk worden naarmate we ons verder wagen op onze reis

Stap 6: Het maken van een actieplan

Er zijn minstens zoveel plannings-methodes en hulpmiddelen als er boeken zijn geschreven over het onderwerp. Iedereen moet zich vooral vrij voelen om de gereedschappen te gebruiken waar ze zich prettig bij voelen. Toch zijn er een aantal punten waar ik even bij stil wil staan, omdat ze met name van belang zijn voor het plannen van een persoonlijke reis.

Doelen

De eerste stap in het planningsproces is er zeker van te zijn dat we onze doelen duidelijk genoeg voor ogen hebben. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar het vereist wel enige introspectie. Totdat we ze werkelijk in concrete termen omschreven hebben zijn onze doelen vaak vrij vaag en ongenuanceerd. Concrete termen gaan over de zichtbare, tastbare en ontastbare verschillen die we verwachten te zien als we onze eindbestemming bereiken. De doelen waar we het hier over hebben gaan over onze persoonlijke ontwikkeling. Helder voor ogen hebben wat we eigenlijk willen bereiken met de doelen die we ons stellen is belangrijk om onze motivatie en inspiratie vast te houden gedurende onze reis.


Ik heb het bedrijfsleven verlaten om boeken te schrijven en mezelf te ontwikkelen als publieke spreker en facilitator rondom de onderwerpen die ik belangrijk vindt. Ik moet daarbij genoeg inkomen genereren om een redelijke levensstandaard te kunnen onderhouden. Ik wil mijn werklast goed verdelen zodat er een goede balans is tussen de tijd die ik in het openbaar optreed en de tijd die ik nodig heb om nieuwe inhoud te ontwikkelen. Mijn werk is bedoeld om mensen te motiveren en inspireren positieve veranderingen in hun eigen leven aan te brengen, dus ik moet genoeg mensen bereiken om het gevoel te hebben dat mijn werk iets betekent in deze wereld. Tevens realiseer ik me dat dit slechts een volgende fase is in mijn doorlopende reis van zelf-verwezenlijking en dus wil ik wel het gevoel blijven houden dat ik aan het onderzoeken, leren en groeien ben in alles wat ik doe.

Om dit meer concreet te maken heb ik mijn doelen als volgt samengevat:

  1. 2-4 openbare spreekbeurten per maand gedurende 6 maanden per jaar, zodat de andere 6 maanden vrij blijven voor andere activiteiten, inclusief schrijven;
  2. Genoeg inkomen uit mijn openbare optredens om me in staat te stellen zeer kieskeurig te zijn in het aannemen van werk dat ik relevant, de moeite waard en leuk vind om te doen;
  3. Voortdurende verbetering van mijn presenteer-vaardigheden, zodat ik meer voldoening en effect heb maar minder energie verbruik;
  4. Een groeiende invloed zodat meer mensen geïnspireerd raken door de inhoud van wat ik presenteer om positieve actie te ondernemen;
  5. Een dieper begrip en inzicht in de onderwerpen waar ik me mee bezig houd;
  6. Een doorlopend gevoel van persoonlijke groei en vooruitgang op mijn persoonlijke reis van zelf-onderzoek en zelf-verwezenlijking.


Zichtbare Indicators van Vooruitgang

Doelen worden gidsen als we ze kunnen omzetten in waarneembare verschillen, zodat we kunnen zien dat we in de juiste richting gaan. Ze zijn vaak niet echt objectief ‘meetbaar’ – ontastbare doelen zijn dat bijna nooit. Maar, voorzover mogelijk, moeten we ze toch proberen te beschrijven op een manier die ons helpt te zien wanneer we ze bereiken of wanneer ze ons ontglippen. We moeten de verschillen die we verwachten te bereiken zo helder voor ogen hebben dat we onszelf en onze omgeving regelmatig kunnen scannen voor tekenen dat we de gewenste verschillen aan het creëren zijn.

Omdat we een reis aan het plannen zijn, geen plotselinge sprong naar onze eindbestemming, moeten we een manier bedenken om ‘vooruitgang’ in kaart te kunnen brengen. Naast tekenen dat we onze doelen bereikt hebben moeten we ook tekenen bedenken die ons vertellen dat we onze doelen benaderen. We kunnen zulke tekenen ‘Zichtbare Indicators van Vooruitgang’ (ZIVs) noemen. Als we ze goed formuleren zijn ZIVs uitstekende gereedschappen om ons te helpen door te zetten, zelfs als onze einddoelen nog ver in de toekomst liggen en moeilijk bereikbaar lijken.

We kunnen de volgende vragen gebruiken on ZIVs toe te voegen aan onze doelen:

  1. Als dit doel bereikt is, wat is het verschil dat we dan kunnen zien? Wat verandert er eigenlijk als we hierin slagen?
  2. Als dit doel benaderen, hoe zien we dan dat we dichter bij komen? Wat verandert er wanneer ik op het juiste pad ben en de juiste kant opga?
  3. Als we van het doel afraken, hoe zien we dan dat we niet langer op de juiste koers liggen? Wat verandert als we de verkeerde kant opgaan?

Met gebruikmaking van deze drie vragen kwam tot de volgende ZIVs voor een paar van mijn doelen:

  1. Openbare optredens:
    1. bereikt: genoeg boekingen voor het hele komende jaar
    2. benaderend: a groeiende pijplijn van prospects, uitnodigingen en verzoeken om informatie en voorstellen
    3. verder verwijderd rakend: geen reacties op mijn pogingen om belangstelling te genereren
  2. Inkomen:
    1. bereikt: al onze vaste uitgaven zijn gedekt, met daarbij geld om te sparen, geld voor onverwachte uitgaven en voor uitstapjes en vakanties
    2. benaderend: a groeiende pijplijn van mogelijke klanten, voorstellen en een paar betalende klanten
    3. verder verwijderd rakend: niets in de pijplijn en geen uitzicht op inkomen voor de komende 6 maanden
  3. Verbeteren van mijn presentatie-vaardigheden:
    1. bereikt: ik krijg meer energie uit het geven van presentaties dan ik erin steek
    2. benaderend: ik voel me vaker opgeladen dan leeggelopen na een presentatie
    3. verder verwijderd rakend: ik voel me bijna altijd meer uitgeput dan opgeladen na een presentatie

Op dit moment kan ik naar eerlijkheid zeggen dat ik doel 1 heel langzaam aan het benaderen ben, doel 2 nog niet dichterbij zie komen (ik heb er ook nog niet zo hard aan gewerkt), en dat ik voor doel 3 nog een paar presentaties meer moet geven om er iets met zekerheid over te kunnen zeggen, al waren de paar die ik tot nu toe gegeven heb veelbelovend.


Acties kiezen

Met onze doelen en ZIVs bepaald hebben we nu een leidraad die ons kan helpen onze toekomstige acties doelbewuster te kiezen. We moeten wellicht een aantal nieuwe vaardigheden leren en oefenen, sommige handelingen vaker doen en anderen juist verminderen of helemaal stopzetten. Op die manier vormen de keuzes die we nu maken de fundamenten van de toekomst die we willen creëren.

Bij het kiezen van onze acties is het bepalen wat we NIET gaan doen misschien wel het moeilijkst. We leven in een drukke wereld. Er zijn altijd meer dingen te doen dan we kunnen hopen af te maken. Veel van die bezigheid komt voort uit de verwachtingen die andere mensen van ons hebben. Onze banen, familie, sociale cirkels, ze proberen allemaal beslag te leggen op onze tijd en aandacht. Daarbovenop is er een constante overvloed van media (sociale en a-sociale) die constant proberen onze aandacht te vangen.

Hier zullen we voldoende discipline moeten hebben om onnodige afleidingen te vermijden en rigoureus het aantal dingen dat we in een bepaalde tijd proberen te doen verminderen. We moeten het verschil begrijpen tussen dringend en belangrijk. We moeten onderscheid maken tussen wat gevraagd wordt en wat nodig is. We moeten kiezen tussen wat er van ons verwacht wordt en wat nuttig voor ons is. En dan moeten we de discipline hebben om ons aan die keuzes te houden.


De voornaamste activiteit waar ik veel gedisciplineerder in moest worden is in het schrijven. Ik heb het publiceren van een aantal boeken gekozen om mijn reputatie te versterken als autoriteit in de gebieden waar ik bekend voor wil zijn. Boeken schrijven is moeilijk en tijdrovend. Er is ook het probleem van de inspiratie en de juiste stemming die je moet hebben om te schrijven. In het verleden stelde ik het schrijven dan ook vaak uit. Ik verzamelde eindeloze hoeveelheden ‘ondersteunend bewijs’ – waarvan ik het meeste nooit gebruikte. Ik bleef boeken van anderen lezen voor ‘inspiratie’. En vaak bleef ik uren naar een leeg scherm staren wachtend totdat de juiste zin of het gouden idee me zouden invallen.

Om dit uitstelgedrag te overwinnen stelde ik mezelf dagelijkse doelen: ik zou minimaal twee pagina per dag schrijven. Ik zorgde er ook voor dat ik iedere dag een paar uur vrijhield puur voor het schrijven. En dan ging ik er goed voor zitten, zette alle bronnen van afleiding uit en ging stug aan het schrijven. Wat dit deed werken was mijn bewuste beslissing om gewoon te blijven schrijven. In plaats van te proberen perfecte zinnen te construeren en prachtig uitgewerkte passages typte ik vaak gewoon wat me op dat moment voor de geest kwam. Of ik stelde me voor dat ik met iemand in gesprek was en iets probeerde aan ze uit te leggen. En dan schreef ik zo letterlijk mogelijk dat gesprek neer.

De tijd makend om te zitten schrijven - ©Bard 2018
De tijd makend om te zitten schrijven – ©Bard 2018

In het begin was dit veel moeilijker dan het misschien klinkt. Ik moest me echt concentreren om mijn innerlijke critici te negeren – die zeurende stemmetjes in mijn hoofd die maar bleven roepen dat wat ik schreef niet goed genoeg was – en stug te blijven doorschrijven. Het doel was om mijn gedachten op papier te krijgen. Het afwerken en bijschaven tot samenhangende teksten en kunstige stukjes taal zou later wel komen. Zelfs als ik vond dat ik niet veel zinnigs te zeggen had bleef ik gewoon doortypen.

Wat deze gedisciplineerde en koppige manier van schrijven me geleerd heeft is dat de kunst van het schrijven werkelijk de kunst van het schrappen is. Veel van wat ik heb uitgetypt heeft het niet overleefd en is niet terug te vinden in enig boek of blog die ik geschikt vond voor publicatie. De waarheid is dat om dingen te kunnen schrappen je ze eerst moet hebben opgeschreven. Ik heb ontdekt dat het veel makkelijker is om een rammelend en slecht geschreven opgeblazen stuk tekst terug te brengen tot iets elegants, dan te proberen iedere zin direct de eerster keer perfect te krijgen.

Het heeft me ook geleerd dat het proces schrijven zelf een proces van onderzoeken en ontdekken is. Het is een andere manier van het vasthouden en structureren van mijn gedachten. Het verandert de manier waarop ik over dingen nadenk. Het brengt diepte en samenhang in ideeën. Het helpt me om losstaande ideeën met elkaar te verbinden. Het brengt gaten in mijn denken aan het licht. Veel van wat ik nu als mijn beste ideeën beschouw vormden zich pas tijdens het teruglezen en uitpluizen van teksten die dagen of weken eerder geschreven had.


Prioriteiten stellen

Kiezen wat te doen en niet te doen werkt alleen goed als we duidelijke prioriteiten kunnen stellen. De wereld heeft een onuitputtelijke honger naar onze arbeid en aandacht, terwijl wij maar een beperkte hoeveelheid van beiden te geven hebben. Wij moeten ervoor zorgen zoveel mogelijk aandacht te schenken aan de activiteiten die ons verhaal bevorderen. Als we dat niet doen wordt onze reis gekannibaliseerd en verzwakt.

In de praktijk betekent strike prioriteiten stellen het volgende:

  • Heb nooit meer dan drie prioriteiten. Punt. Als we meer dan drie prioriteiten hebben zijn het geen prioriteiten maar is het slechts een lijst.
  • Naast datgene wat we willen doen (onze prioriteiten) zullen er altijd dingen zijn die we moeten doen (onze socio-economische verplichtingen). We moeten die verplichtingen inplannen op een manier die onze prioriteiten intakt laat. Wanneer we onze verplichtingen nakomen moeten we streven naar het acceptabele minimum niveau van energie en kwaliteit. We willen op die zaken niet over-presteren en kostbare energie, tijd en denkkracht verspillen. De vuistregel is hier: het moet precies goed genoeg gedaan worden om ermee weg te komen. Alles daarboven kost ons meer dan het zou moeten.
  • Laat ook tijd vrij voor het onverwachte. Er kan zich iets dringends voordoen dat niet kan wachten. Een kans kan zich aandienen die we niet voorbij willen laten gaan. En als er geen beslag gelegd wordt op die gereserveerde vrije tijd kunnen we het gebruiken om te ontspannen en wat sociale momenten door te brengen met onze vrienden en geliefden. Of helemaal niets doen. We moeten ook af en toe dat drukke hoofd kunnen uitzetten en gewoon uit het raam staren of een doelloos ommetje maken buitenshuis. Naast datgene doen wat belangrijk voor ons is, is het nietsdoen (in al zijn vormen) een van de meest belangrijke dingen die we kunnen doen.

Dit zijn op het moment mijn dagelijkse prioriteiten:

  1. Schrijven
  2. Netwerken
  3. Lezen en denken

Op mijn lijst met verplichte zaken heb ik staan:

  1. Tijd doorbrengen met mijn partner (misschien niet echt een verplichting, maar wel iets waar ik bewust tijd voor moet maken)
  2. Onderhoud aan huis en tuin
  3. Administratie
  4. Familie en vrienden

De dingen die ik zoveel mogelijk vermijd zijn:

  1. Sociale media, behalve om te netwerken en mijn professionele reputatie te versterken
  2. Lange zinloze gesprekken over helemaal niets
  3. Werk aannemen dat me niet inspireert

Ten slotte heb ik voor mijn vrijgehouden tijd een aantal ontspannende, helende en rustgevende activiteiten:

  1. Meditatie
  2. Wandelen
  3. Muziek maken
  4. Romans lezen (geen studieboeken)
  5. Een documentaire kijken
  6. Een 20-minuten ‘power nap’ doen

Ik slaag er niet altijd in om precies deze verdeling van mijn tijd en aandacht aan te houden, maar over het algemeen heeft dit lijstje me veel goed gedaan. Het feit dat dit boek er nu is – tegelijkertijd geschreven met nog een ander boek en diverse blogs – bewijst voor mij dat dit de juiste prioriteiten, verplichtingen, vermijdingen en vrije tijds items zijn voor mij zijn op dit moment.


De tijd nemen om te plannen, doelen te bepalen, ZIVs en prioriteiten te stellen, en dan structuren opzetten die ons helpen om zoveel mogelijk ons plan te blijven volgen lijkt niet altijd de meest inspirerende wijze om onze energie te gebruiken. Maar het betaalt zich op de langere termijn wel degelijk terug. En die langere termijn is ten slotte waar het voor onze persoonlijke reis allemaal om gaat.

Het Maken van een Parelsnoer – Stap 5

Terugkijken op onze glanzende parels uit het verleden helpt ons het pad te begrijpen dat we hebben afgelegd om in het hier en nu te komen. Ze tonen ons waar we van genoten hebben en wat ons deed doorgaan. Ze tonen ons wat ons inspireerde en wat we waardevol vonden. Van alles wat we op onze reis zijn tegengekomen zijn onze stralende parels het beste teken dat het leven de moeite waard was en is. Het is in het heden, op het moment dat we de besluiten nemen over welke stappen we hierna gaan nemen, dat we het licht van onze parels kunnen gebruiken om ons te helpen een pad te ontwerpen dat ons nog meer zal geven van wat we koesteren. We mogen dan misschien niet de hele toekomst kunnen zien, maar het huidige moment is een splitsing in de weg daarheen. Welke afslag we nemen is onze keuze, en die van ons alleen.

Zoekend naar een pad door het duister - © Bard 2018
Zoekend naar een pad door het duister – © Bard 2018

Stap 5: Het Bedenken en Testen van Onze Toekomstige Parels

Nu we onze glanzende parels uit ons verleden verzameld en samengevat hebben is het tijd om naar de toekomst te kijken en onszelf af te vragen wat hoe die toekomst eruit zal zien. Onze voorgaande parels hebben ons laten zien wat voor een situaties en handelingen ons brachten tot die toestand van ‘flow’ die betekent dat we dicht bij de kerndoelen en missie in ons leven zijn. Dat inzicht leidt ons tot de vraag: “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we nog meer van die momenten zullen hebben in de rest van ons leven?” Kunnen we, door te kijken naar hoe en wanneer ze in het verleden voorkwamen, afleiden wat we in de toekomst meer en vaker moeten doen? Geeft het verleden ons ook aanwijzingen over de dingen die we moeten herhalen, veranderen, verbeteren en meer aandacht aan besteden om onze kansen op een meer vervullende leven te verhogen?

We moeten er rekening mee houden dat we in de meeste gevallen er niet simpelweg op uit zijn te herhalen wat in het verleden succesvol was. Natuurlijk waren die moment geweldig, en die parels glanzend genoeg om er met plezier aan terug te denken, maar wij zijn niet langer de persoon die we toen waren. We hebben ervaren, geleerd en zijn veranderd, hoogstwaarschijnlijk juist door die momenten die we ons met zoveel genoegen herinneren, maar ook als gevolg van alles wat we in ons leven hebben meegemaakt. Persoonlijke groei betekent vaak dat, mochten we proberen die glanzende momenten van vroeger exact zo te herhalen, ze ons waarschijnlijk niet dezelfde voldoening zullen geven als weleer. Exacte herhalingen blijven zelden plezieren, tenzij we compleet in harmonie zijn met onze doelen, en ook zelf niet veranderen.

We moeten ons de glanzende parels van onze toekomst dan ook voorstellen als een verdere ontwikkeling van die uit het verleden: variaties die de essentie behouden, maar verder zijn aangepast aan de omstandigheden van nu en de persoon die we door de jaren heen geworden zijn.


Eén manier om onze volgende parels te ontdekken is gebruik te maken van het ‘innovatie trifecta’ dat deel uitmaakt van de ‘Design Thinking’ aanpak gespioneerd door IDEO in het begin van deze eeuw. We zijn tenslotte bezig ons toekomstige verhaal te ontwerpen, dus waarom zouden we geen gebruik maken van een veelgeprezen ontwerpmethode?

De innovatie trifecta (hieronder) stelt drie vragen die ontwerpers moeten stellen om te bepalen of een nieuw idee de moeite waard is om mee verder te gaan:

  1. Wenselijkheid: hebben mensen dit werkelijk nodig en willen ze dit echt hebben?
  2. Haalbaarheid: hebben we de vaardigheden in huis om dit daadwerkelijk te realiseren?
  3. Levensvatbaarheid: is dit idee vol te houden over langere tijd?
Innovatie Trifecta: Wil ik het? Kan ik het? Hoe lang houdt ik het vol?
Innovatie Trifecta: Wil ik het? Kan ik het? Hoe lang houdt ik het vol?

We kunnen vergelijkbare vragen gebruiken om meer duidelijkheid te krijgen over het verhaal dat we ontwerpen voor onze toekomst.

  1. Wenselijkheid: Hoe graag willen we het pad dat we ons voorstellen? Hoe dicht bij ons gevoel van zingeving en vervulling ligt het?
  2. Haalbaarheid: Hebben we in huis wat nodig is om dit waar te maken? Hebben we de juiste vaardigheden, middelen en omstandigheden om er zeker van te zijn dat die volgende parels kunnen laten ontstaan?
  3. Levensvatbaarheid: Zal dit pad herhaalbare momenten opleveren waar we op verder kunnen bouwen en waarmee we ons leven kunnen verdiepen, of zal het een eenmalig moment zijn?

Alle drie de vragen zijn essentieel, en het kan zijn dat we een aantal iteraties van de vragen nodig hebben voor we het gevoel krijgen dat we grip krijgen op het soort pad voor de toekomst waar we enthousiast over worden, denken te weten hoe we het kunnen waarmaken, en dat deel uitmaakt van onze persoonlijke groei.


Wenselijkheid

Ik houd ervan op het toneel te staan en te praten met een geïnteresseerd en waarderend publiek. Ik heb veel van zulke parels mogen meemaken in het verleden. Het zou dan ook verleidelijk zijn om dat gewoon te blijven herhalen. In plaats daarvan heb ik ontslag genomen. Ik besloot mijn pad te veranderen zodat ik aan dit boek kon werken en kon proberen te leven van het runnen van mijn eigen bedrijf.

Waarom deed ik dat eigenlijk? Mijn baan zou me vele momenten op het toneel gegarandeerd hebben. Als ik gewoon dat pad was blijven volgen hoefde ik me geen zorgen te maken om het vinden van inkomen of publiek. Waarom was ik niet tevreden met al het goede dat ik bereikt had?

De voornaamste reden is dat ik veranderd ben sinds ik die baan aannam, nu 10 jaar geleden. Ik heb veel nieuwe dingen geleerd. Ik heb oude vaardigheden aangescherpt en nieuwe vaardigheden verworven. Ik heb ook lang en diep nagedacht over de verschillende problemen waar mijn publiek naar eigen zeggen mee worstelt. I heb heel veel boeken gelezen, met honderden mensen gepraat en mezelf bijgeschoold in de laatste bevindingen en publicaties op het gebied van de menselijke geschiedenis, sociologie, psychologie, gedragswetenschappen, economie, neuro-wetenschappen en filosofie. Dat heeft mijn opvatting over wat werkelijk belangrijk is doen verschuiven. Van het proberen om IT professionals inter-menselijke vaardigheden bij te leren en te helpen technologie een positiever effect op mensen te geven, is mijn aandacht verschoven naar het bevorderen van een mens-vriendelijke wijze van bedrijfsvoering en het bedrijfsleven te helpen een positievere bijdrage te leven aan de maatschappij. Mijn ervaringen van de afgelopen jaren hebben me veel plezier en vervulling gebracht maar – en dat is het voornaamste – ze zorgden er tevens voor dat mijn perspectief veranderde.

Met andere woorden, zelfs al zou ik mijn vorige optredens kunnen blijven herhalen, over dezelfde onderwerpen blijven spreken en hetzelfde publiek blijven trekken, ik zou er niet meer zo van genieten als voorheen. Dat pad heeft zijn doel vervuld – en deed dat goed – maar nu is het tijd voor mij om op zoek te gaan naar de volgende iteratie ervan; de volgende fase in mijn reis als spreker en denker.

De volgende parels in dit specifieke snoer zullen gerelateerd moeten zijn aan onderwerpen die mij meer aan het hart gaan dan waar ik vroeger over sprak. Ik wil dat mijn eigen passie me gaat helpen mijn verhalen en presentaties uit de conventionele comfort-zone te duwen. Ik wil dat mijn publiek momenten ervaart van verrassing en ongemak. Ik wil dat ze dingen horen die ideeën, concepten en kennis tegenspreken waarvan ze dachten dat ze die al wisten en begrepen. Als ik dit goed doe, moet mijn werk mensen even pas op de plaats doen maken om hun huidige denkwijzen te her-ijken. Op z’n minst moet het ertoe leiden dat ze hun eigen ideeën kritisch onderzoeken voor ze besluiten of mijn argumenten overtuigend genoeg zijn om in mee te gaan.


De wenselijkheid vraag gaat over hoe we zouden willen dat onze toekomstige parels eruit zullen zien en hoe ze zullen aanvoelen. De volgende stap kijkt naar de haalbaarheid van hoe we ons die parels voorstellen. Hebben we wat er nodig is om ze te laten gebeuren? Zijn ze binnen ons bereik?


Haalbaarheid

Ik vind dat ik met redelijke zekerheid kan zeggen dat ik de fundamenten gelegd heb voor dit volgende deel van mijn reis. Ik heb mijn presenteer-vaardigheden bijgeslepen en mijn inhoud verdiept en verbreedt. Om mijn volgende parels te laten glanzen moet ik er wel voor zorgen dat ik nog overtuigender en intrigerender kan zijn. Ik moet nog dieper nadenken over wat ik wil zeggen en hoe. Ik moet nog harder aanduwen tegen de conventionele wijsheid die ons in mijn ogen tegenhoudt. En ik moet manieren vinden om mijn materiaal te presenteren die mijn boodschap nog directer overbrengen.

Er is dus nog werk te doen voor mijn volgende parels zich kunnen manifesteren. Dat is echter geen probleem. Wat belangrijk is is dat ik er vertrouwen in heb dat dat werk niet mijn vermogen om het te voltooien overschrijdt. Ik weet hoe ik er moet komen. Ik heb de tijd en de discipline om er elke dag tenminste een paar uur geconcentreerd aan te werken. Ik heb genoeg ideeën en aanzetten van verhalen om het gevoel te rechtvaardigen dat ik niet een slag in het duister sla.

Ik besef echter ook dat er beperkingen zijn aan waar ik op mik. Ik kan niet compleet afstand nemen van mijn huidige publieke persona. Mensen hebben verwachtingen over mij en over waar ik over zal praten. Ik kan bijvoorbeeld niet ineens gaan praten over internationale handelsverdragen of de complexiteit van het financiële systeem, omdat ik daar nooit eerder over gesproken heb en ook geen autoriteit in ben. Ik kan ook niet ineens volkomen tegengestelde posities innemen over zaken waar ik in het openbaar stelling over ingenomen heb. Dat zou mijn geloofwaardigheid ondermijnen. Daar waar ik echt van gedachten ben veranderd zal ik eerst mijn publiek op dezelfde reis mee moeten nemen die ikzelf heb afgelegd om mijn positie te doen herzien zodat zij kunnen zien waarom mijn opvattingen veranderd zijn. Vanuit het oogpunt van haalbaarheid zal de volgende serie van parels in zekere zin een voortzetting moeten zijn van mijn huidige persona voor ik die geleidelijk kan bijstellen en daarmee mijn standpunten en datgene waar ik over spreek.

Andere beperkingen hebben te maken met de omvang van mijn publiek, nu ik niet langer voor een groot internationaal bedrijf werk. Ik ben uit de machine gestapt die mensen in grote getale binnen bleef brengen. Dus nu moet ik mijn eigen kanalen en connecties vinden. Ik moet ook mijn eigen imago creëren nu ik niet langer kan profiteren van de autoriteit en invloed die bij mijn baan en mijn positie hoorden. Het goede nieuws is dat de afgelopen jaren ertoe hebben bijgedragen dat mijn network enorm is gegroeid, evenals mijn invloed en goed naam. Ik hoef dus niet vanaf nul te beginnen. Toch zal het begin bescheiden zijn. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik deze basis snel zal kunnen doen groeien.


De haalbaarheid vraag gaat er voornamelijk om er zeker van te zijn dat we realistisch blijven. Het feit dat we iets heel graag willen betekent nog niet dat we er klaar voor zijn om het ook direct waar te maken. We hebben deze reality check nodig, en we moeten eerlijk zijn tegenover onszelf. Maar we ook in onszelf blijven geloven. Het kan goed zijn dat we erachter komen dat we de kennis, vaardigheden of capaciteit missen om direct op ons doel af te gaan. Dat betekent nog niet dat we onze droom op moeten geven. Het betekent wel dat we een stap terug moeten nemen en eerst moeten uitzoeken hoe we het gat kunnen overbruggen zodat we in de toekomst wel kunnen bereiken wat we willen. De vaardigheden aanleren, de gereedschappen verzamelen en voorbereiden en onze stappen oefenen en repeteren voor we de grote sprong wagen zijn allemaal deel van dezelfde reis. Zolang als we kunnen zien wat er nodig is om vooruit te komen hoeven we onze droom niet uit het zicht te verliezen.

De volgende vraag gaat over verwachte levensduur en herhaalbaarheid. Zal de volgende parel een eenmalige gebeurtenis zijn, of het begin van een hele serie? Is het een item dat we van onze bucket list willen wegstrepen, of is het deel van een langere ontwikkeling?


Levensvatbaarheid

Deze vraag is niet altijd even makkelijk te beantwoorden. Er moet veel geraden worden over de toekomst, andere mensen, en externe factoren waar we niet veel controle over hebben. Het is ook niet altijd duidelijk hoe belangrijk het begrip ‘levensvatbaarheid’ eigenlijk is voor onze zoektocht naar ons ideale toekomstverhaal. Levensvatbaarheid in de context van de Innovatie Trifecta is vooral een business idee. Bedrijven worden geacht te gaan voor groei en langdurig voortbestaan. Voor bedrijven is een idee dat maar één keer werkt niet iets waar je een toekomststrategie op baseert.

Om levensvatbaarheid relevant te maken voor ons persoonlijke verhaal en het parelsnoer dat we aan het construeren zijn moeten we de definitie iets aanpassen. We kunnen het meer laten gaan over de afweging of de tijd en de moeite die het ons gaat kosten opwegen tegen de duur en intensiteit van de vervulling en tevredenheid die we verwachten te krijgen uit die toekomstige parels. Met andere woorden: is het allemaal de moeite waard?

Dat is een erg persoonlijke afweging. Ik vind het moeilijk om daar duidelijke regels of richtlijnen voor te geven. We hebben ieder onze eigen verlangens en angsten. Wat voelt als de Heilige Graal voor sommigen kan compleet oninteressant en oninspirerend zijn voor anderen.

Waar het hier om gaat zijn onze eigen gevoelens en intuïtieve inschatting van de parels die we willen creëren.

Stel die parels voor in hun meest glanzende vorm. Alles pakt precies zo uit als we gehoopt hebben, en misschien zelfs nog beter. Hoe voelt dat? Geeft het ons nieuwe energie; een diep gevoel van prestatie en voldoening; het gevoel een belangrijke mijlpaal in ons leven te hebben bereikt?

Stel nu het werk voor dat we moeten doen om die parels mogelijk te maken. Denk aan de tijd en de moeite die we schatten nodig te hebben. De parels zijn hetzelfde. Maar voelen we nog steeds dezelfde energie en inspiratie? Of plaatst het vooruitzicht van al dat harde werk een domper op onze voldoening en tevredenheid?

Er is geen wiskundige formule om objectief de balans tussen kosten en baten te berekenen van het bereiken van ons volgende moment van volmaakte ‘flow’. We kunnen alleen afgaan op onze intuïtie en de signalen die ons emotionele systeem ons geeft. Als we ons meer geïnspireerd voelen dan beangstigd dan zetten we door. Als twijfels en gevoelens van angst ons enthousiasme verminderen moeten we die signalen niet negeren. We moeten dan eerst nagaan of we onze angsten en onzekerheden ons onnodig laten tegenhouden, of dat ons emotionele systeem ons oprecht waarschuwt dat de parels die we ons hebben voorgesteld wellicht niet opwegen tegen de obstakels die we onderweg gaan tegenkomen.

Als de balans van de levensvatbaarheid vraag negatief uitvalt betekent dat niet dat alles nu voor niets is geweest. We moeten dankbaar zijn dat we dit nu ontdekt hebben, voor we al te veel geïnvesteerd hebben in dit pad. We moeten ook bedenken dat als het om persoonlijke keuzes gaat een ‘ja’ een absolute ‘ja’ moet zijn. Alles dat minder is zou ons op z’n minst moeten doen pauzeren en de keuzes opnieuw onderzoeken. Het negeren van zeurende twijfels, hoe klein ook, is om problemen vragen later in de reis, wanner het veel moeilijker is om van pad te veranderen.

Als we er niet van overtuigd zijn dat we de volgende versie van ons verhaal gevonden hebben keren we terug naar stap 4 van dit proces. We her-onderzoeken onze verzameling parels en hoe we die het beste kunnen samenvatten. We stellen ons opnieuw voor hoe de volgende parels eruit zouden kunnen zien, met weglating van het pad of paden die we nu niet langer als levensvatbaar zien. Het kan zijn dat dit compleet nieuwe ideeën oplevert voor parels die we graag zouden realiseren. Maar het kan ook zijn dat we onze ideeën iets moeten bijstellen om ze levensvatbaar te maken. Wellicht kunne we voor kleinere stappen gaan die sneller en makkelijker zijn te realiseren. We kunnen ons misschien ’tussenparels’ voorstellen die we niet zien als einddoel maar als traptreden naar het verder gelegen doel. Zulke tussenparels kunnen op zichzelf voldoening geven en voldoende inspiratie om door te blijven gaan terwijl we de vaardigheden leren en oefenen die we in de toekomst nodig gaan hebben.


Het kan ons een paar iteraties kosten. We moeten misschien een paar keer stoppen en opnieuw beginnen. Op een bepaald moment zullen we echter de parels vinden die we wenselijk, haalbaar en levensvatbaar vinden. Nu is het het moment om een paar keer diep adem te halen en onze gedachten tot rust te brengen. Als we er zeker van zijn de juiste parels gevonden te hebben kunnen we het besluit nemen er voor te gaan. Dit zijn de parels waar we ons op zullen concentreren in de komende maanden of jaren van ons leven – voor zolang als we denken nodig te hebben om ze te bereiken, en zo lang als we voelen dat we deze parels willen blijven manifesteren.

Het Maken van een Parelsnoer – Stap 4

Elk moment in ons leven kan een leermoment zijn, als we het tot ons laten spreken. Als we stoppen om goed te luisteren kunnen we aanwijzingen, inzicht en inspiratie vinden in zelfs de meest gewone gebeurtenissen. Door momenten te vergelijken en te groeperen kunnen we patronen en trends leren zien. Die patronen en trends zijn de dragers van onze verhalen – de verhalen die we creëren om betekenis en zin aan ons leven te geven. Door duidelijker te zien hoe de verhalen die we geleefd hebben resoneren met onze authentieke zelf, kunnen we een begin maken met het voorwaarts projecteren van ons meest authentieke verhaal. In plaats van te wachten tot het volgende hoofdstuk voor ons geschreven wordt, kunnen we zelf de auteur ervan worden, en dan zorgen dat het verhaal ook gebeurt.

Stap 4: De Essentie Vatten

Nu we onze glanzende parels gegroepeerd hebben kunnen we de essentie van wat ze met elkaar gemeen hebben gaan samenvatten. Het idee hier is om niet zozeer de feiten van die momenten te zoeken (zoals de plaats, acties, acteurs en omstandigheden) maar meer de energie, emoties en het belang voor ons, zodat wanneer we de samenvatting teruglezen we ook de gevoelens terug oproepen die we hadden toen we de oorspronkelijke momenten beleefden.

De volgende vragen kunnen helpen on zulke samenvattingen te maken, maar we moeten wel opletten dit niet al te strikt als een formule te gaan zien: het gaat hier om persoonlijke ervaringen, dus moeten we ons vooral vrij voelen ze samen te vatten op de manier die voor ons het meest krachtig en betekenisvol aanvoelt. Daarbij zijn onderstaande vragen vooral een steuntje in de rug om mee te beginnen.

Kijkend naar de groep parels die we willen samenvatten:

  • Hebben ze eenzelfde (of vergelijkbare) lokatie?
  • Bevatten ze dezelfde (of vergelijkbare) handelingen?
  • Is er een manier om de omstandigheden te karakteriseren?
  • Is er een manier om de uitkomst te karakteriseren?
  • Hoe deden ze ons voelen?
  • Waarom deden ze ons zo voelen?
  • Wat kunnen we weglaten zonder de essentie te verliezen van wat deze momenten zo speciaal maken?

In de afgelopen 35 jaar heb ik vele gelegenheden gehad om op het toneel te staan, alleen of met andere mensen, voor publiek dat liep van een paar mensen tot een paar duizend. De parels in deze groep zijn die momenten waarop het alleen ikzelf en mijn publiek betreft. Ik ga een lied zingen of een monoloog houden. Nog voor ik begin voel ik al dat er iets bijzonders gaat gebeuren. Ik sta op het toneel, kijk rond, en voel de verwachtingen van de mensen in het publiek. Ik ben een beetje nerveus, maar op een goede manier, die me energie geeft, mijn zintuigen aanscherpt en mijn concentratie verhoogt. Zodra ik begin te spreken of zingen voel ik me verbonden met het publiek: ik communiceren met hen, ik sta niet alleen te zenden. Ik voel dat ik het publiek met me meeneem op een avontuur, een verkenning van ofwel het verhaal dat ik vertel ofwel de emoties waar ik over zing. Als ik praat speel ik met het tempo en volume van mijn stem. Ik pauzeer soms om rond te kijken en oogcontact te maken. Dan weer ga ik sneller om enthousiasme en energie uit te stralen. Ik voel hoe het publiek met me mee komt, alsof ik direct toegang heb over hun emoties en hun energie.

Bard op toneel - ©Amanda Hatten 2015
Bard op toneel – ©Amanda Hatten 2015

De beste van deze momenten eindigen op een natuurlijke en bevredigende manier. Het lied of het verhaal eindigt met een gevoel van compleetheid en afsluiting, alsof er geen beter moment is om te stoppen dan precies op dit moment, en er geen betere manier is op te eindigen dan met precies deze laatste woorden. Met liedjes is de timing natuurlijk ook afhankelijk van de muziek, maar met monologen is de timing in mijn eigen handen. Vooral met presentaties beheers ik de flow volledig. Ook als er slides zijn die een vastgestelde volgorde en structuur afdwingen heb ik geleerd mijn eigen verhaal te vertellen. Door de slides zo minimaal mogelijk te maken heb ik de vrijheid om te improviseren, dingen over te slaan of toe te voegen, anecdotes te vertellen, voorbeelden aan te halen, en zelfs hele nieuwe ideeën te opperen als me die op dat moment binnenvallen. In de beste parels, zelfs ik het gevoel heb dat ik compleet sta te improviseren en gewoon zeg wat me voor de geest komt, is er een sterk gevoel van samenhang en ritme, alsof er ergens toch een script is dat ik volg. Het verhaal komt tot een natuurlijke afronding op precies het juiste moment, gewoonlijk een paar minuten voor de afgesproken eindtijd van mijn optreden, zodat er tijd is voor het publiek na te denken over wat ik heb gezegd en een paar vragen te stellen voor we de zaal moeten verlaten.


Het is niet zo moeilijk om vast te stellen dat de parels in deze groep een aantal dingen met elkaar gemeen hebben:

  • De lokatie is een toneel of iets dat als een toneel dienst doe, zoals voor een klaslokaal staan, achter een katheder in een universiteitszaal, of een tijdelijk podium in een of andere zaal tijdens een conferentie. Soms is het ook een echt theater, al heb ik dat niet zo heel vaak meegemaakt.
  • De handeling is dat ik solo praat (of zing) voor een publiek met meerder mensen. Het is een geplande voorstelling; ik ben gevraagd om op te treden en het publiek heeft enige voorkennis en verwachtingen over waar ik over zal praten of wat ik zal zingen.
  • De omstandigheden zijn gekenmerkt door positieve verwachtingen: ik verwacht dat het publiek geïnteresseerd zal zijn in wat ik ga doen, en zij verwachten dat mijn optreden relevant, interessant, educatief en onderhoudend zal zijn. Er zijn duidelijke afspraken over het onderwerp en de wijze van presenteren, en er is een vooraf bepaalde tijd om het geheel in uit te voeren. Ik verwacht niet om de aandacht van het publiek te hoeven vechten, of er met anderen om te concurreren. Ze zijn aanwezig omdat ze al geïnteresseerd zijn in wat ik zal gaan zeggen of doen. Natuurlijk kan een slecht optreden van mij hun aandacht doen verdwijnen, maar voordat we beginnen zitten ze klaar met de bereidheid om naar mij te luisteren.
  • De uitkomst van deze parels is een gevoel van iets gepresteerd te hebben, een geluksgevoel dat soms grens aan euforie, een diep gevoel van dankbaarheid jegens het publiek dat met mij heeft meegeleefd, en een gevoel dat ik iets heb mogen betekenen – al is het maar een klein beetje – voor de wereld en mijn medemensen. Voorzover ik dat kan vaststellen is de uitkomst voor mijn publiek gevoelens van motivatie en inspiratie, een gevoel iets nuttig geleerd te hebben voor hun persoonlijke of professionele ontwikkeling, en een gevoel dat ze hun tijd op een aangename, zinnige en productieve wijze hebben doorgebracht.
  • Wat er precies leidt tot deze gevoelens in mijzelf en in mijn publiek is moeilijk in detail te analyseren. Ik denk dat waar het vooral op neerkomt is dat deze momenten me een unieke combinatie geven van verschillende soorten van voldoening, die allemaal voor mij van belang zijn en voor wat ik als mijn missie in dit leven zie:
    • Ze geven me een gevoel van iets gepresteerd te hebben: van iets moeilijks en uitdagends dankzij oefening en voorbereiding tot een goed einde gebracht te hebben;
    • Ze geven me een gevoel van verbinding: van reiken naar en aanraken van de hoofden en harten van andere mensen, al is het maar voor de duur van de voorstelling;
    • Ze geven me een gevoel van behulpzaam zijn en ondersteunen: van het brengen van nuttige en praktische informatie en advies dat – zouden ze ervoor kiezen ermee aan het werk te gaan – een positief effect op hun leven en werk kan hebben;
    • Ze geven me een gevoel van gewaardeerd en gerespecteerd te worden: van mensen die bewust en geheel vrijwillig mijn inzichten en advies opzoeken, in plaats van dat ik ze achterna moet rennen en ze smeken om hun aandacht.
  • In hun meest abstracte vorm zijn deze parels allemaal voorbeelden van hoe ik communiceer met groepen van mensen, ze vermaak mijn verhalen, onderwijs met mijn informatie en inzichten, en ze motiveer om zichzelf te verbeteren met behulp van mijn tips en adviezen.

Wat deze groep parels mij lijkt te zeggen is dat het voor mij belangrijk is om op het toneel te staan. Maar niet zomaar op een toneel: de meeste voldoening kreeg ik op die momenten dat ik mijn publiek echt kon raken, ze iets moois kon laten voelen met zowel mijn inhoud als mijn wijze van presenteren. Het gaat me er ook niet alleen om ze te vermaken: er moet ook iets van motivatie en educatie in het optreden zitten, om me het gevoel te geven dat het echt de moeite waard is. Ik weet dat het onderzoeken van hoe de wereld werkt en dat steeds beter begrijpen erg belangrijk voor me is. Klaarblijkelijk is het helpen van andere mensen met de resultaten van die onderzoeken minstens zo belangrijk. En dat heeft weer te maken met mijn eigen behoefte om mezelf nuttig te maken, en mijn nog diepere wens om te helpen het (vaak onnodige) lijden in de wereld te verminderen.

Het Maken van een Parelsnoer – Stap 2 & 3

We leven onze levens van moment tot moment, en elk moment voegt een ervaring toe aan ons persoonlijke verhaal. Elk moment is een potentieel leermoment, als we maar de tijd zouden nemen om uit te vinden wat het ons probeerde te vertellen. De kunst van het leven van een zelf-sturend, zelf-schrijvend leven is meer dan het leven ten volle te leven – dat is slechts bezig zijn. De ware kunst is om van tijd tot tijd stil te staan om elke ervaring af te wegen tegen de wijsheid en aanwijzingen van onze authentieke kern. Als het resoneert met onze kern streven we naar meer van zulke ervaringen. Als het verkeerd voelt, leeg, of niet echt wat we zouden moeten doen streven we ernaar dit in de toekomst te vermijden. En dan stellen we onze richting en snelheid bij, en proberen het opnieuw, elke keer een beetje beter op koers en een beetje meer trouw aan de reis die we geacht werden af te leggen toen we op Aarde arriveerden.

Stap 2: Onze Momenten van ‘Flow’ Vinden

Als we onze verzameling van glanzende parels bekijken, die we hebben gescheiden van de donkere, matte balletjes, wordt het duidelijk dat hoewel al die parels heldere en glanzende momenten uit ons verleden zijn ze niet noodzakelijk allemaal dezelfde aard hebben. Ze zullen misschien zelfs, op het eerste gezicht, eruitzien als aparte, individuele gebeurtenissen, met niet veel overeenkomsten. Sommigen zijn gewoon gelukkige herinneringen aan iets dat we zagen of bijwoonden, anderen zijn misschien momenten die we samen met onze geliefden doorbrachten. Maar waar wij naar op zoek zijn om ons verhaal mee op te bouwen is één specifieke soort parel: die helder stralende momenten dat we actief iets aan het doen waren op een manier dat we er volledig in opgingen, min of meer in de ‘flow’ waren, en die we associeren met een gevoel van vervulling en van op het juiste moment of de juiste plaats met het juiste bezig te zijn. We noemen die momenten ‘actieve momenten van flow’ omdat het die momenten zijn waarop onze acties het dichtste overeenkwamen met wat ons emotionele systeem als de optimale toestand ervoer. Dit suggereert dat het juist die momenten waren waarin we iets deden dat nauw aansluit by ons temperament, onze persoonlijke voorkeuren, en – wellicht het belangrijkste – ons intuïtieve gevoel van doelgerichtheid en vervulling.


Ik vond het altijd fijn om naar school te gaan. Er was gewoon zoveel te leren daar, zoveel uit te vinden over die mysterieuze wereld die zou liggen voorbij de straten van de plaats waar ik opgroeide. Mijn vroegste herinneringen aan momenten van ‘flow’ zijn het schrijven van opstellen in de klas, of het oplossen van een opgegeven probleem. Als ik eenmaal aan het werk was was het alsof de tijd ophield te bestaan. Het enige dat bestond was het onderwerp of de opdracht en ik die het aan het onderzoeken was, de raadsels ervan ontwarrend en zoekend naar de juiste woorden om de antwoorden in weer te geven. Niet zelden, als het werk gedaan was, las ik terug wat ik geschreven had en was verbaasd over het resultaat. Ik kon me niet herinneren dat ik dat geschreven had, en kon soms nauwelijks geloven dat ik degene was die dat op papier gezet had. Ik vroeg me vaak af waar die woorden werkelijk vandaan kwamen; ze voelden zoveel beter dan waar ik mezelf toe in staat achtte.

In mijn sportieve jaren speelde ik hockey. We speelden voornamelijk recreatief, voor de lol van het spelen en de sociale activiteiten daaromheen, niet echt om het winnen. Ik was een matig speler en een iets beter dan gemiddelde keeper, maar mijn prestaties waren nooit echt consistent. Vaak, vooral als het spel traag verliep, gingen mijn gedachten aan de wandel en werd ik zo afgeleid door gedachten en ideeën dat ik nauwelijks nog meedeed aan de wedstrijd. Maar soms liep het anders. Ik vond het heerlijk om keeper te zijn tijdens toernooien, bijvoorbeeld, wanneer we tegen teams speelden die veel beter waren dan ons. Ik had het dan zo druk met het verdedigen van het doel dat ik geen tijd meer had om na te denken over wat ik aan het doen was. Zodra mijn gedachten verdwenen leek mijn lijf de controle over te nemen. En, zoals ik ontdekte, mijn lijf was een veel betere keeper dan mijn hoofd ooit zou zijn. Ik heb helaas nooit uitgevonden hoe ik die specifieke toestand van ‘flow’ bewust aan kon zetten. Ik zou wellicht nog een hele goeie keeper hebben kunnen worden.

Hockey - © Bard 1982
Hockey – © Bard 1982


Stap 3: Onze Parels Sorteren

Nu we de actieve momenten van ‘flow’ hebben gescheiden van de rest van onze parels, kunnen we gaan kijken of we die actieve momenten aan elkaar kunnen relateren. Wellicht zijn ze verbonden door plaats of situatie, de actie waar we in opgingen, of het soort voldoening dat ze ons gaven. Het kan enige reflectie en doordenken kosten voor we een bevredigende groepering kunnen vinden. En we moeten ons ook niet teveel zorgen maken of we het wel 100% correct doen. Deze oefening is tevens een goede gelegenheid om te leren onze intuïtie te vertrouwen en te luisteren naar wat onze gevoelens ons te zeggen hebben, in plaats van alleen ons verstand te willen gebruiken. Dus mochten we er niet uitkomen, gewoon ontspannen, diep ademhalen, en vervolgens een groepering proberen geheel op het gevoel. Dat is voor onze doeleinden meer dan voldoende.


Toen ik begon met het groeperen van mijn parels zag ik in eerste instantie geen enkel verband tussen mijn school-momenten en die op het hockeyveld. Ze leken niets met elkaar gemeen te hebben. De schoolmomenten waren puur mentaal, er kwam geen fysieke actie aan te pas, en ze gingen niet om winnen of verliezen, maar uitsluitend om de vreugde van het oplossen van problemen en de antwoorden onder woorden brengen. De hockey momenten waren bijna het tegenovergestelde. Het was fysiek, het doel was de wedstrijd te winnen (of in mijn geval te zorgen dat de tegenstanders niet konden winnen), het was non-verbaal, en vaak te snel om zelfs maar na te kunnen denken. Bij nader inzien echter, vond ik toch overeenkomsten. Overeenkomsten die later belangrijke wegwijzers bleken te zijn voor mijn persoonlijke groei en de richting die mijn persoonlijke verhaal zou nemen.

Zowel op school als op het veld waren de ‘triggers’ – de omstandigheden die me hielpen in de ‘flow’ te komen – vergelijkbaar. Beiden betroffen tijdsdruk: op school was er maar beperkte tijd om resultaten te produceren, op het veld werd de beschikbare tijd bepaald door de snelheid van de tegenstander en de bal die op me afkwamen. Beiden stelden me voor een direct probleem dat op dat moment moest worden aangepakt en opgelost. Op school, als de taak te vaag was of het probleem niet moeilijk genoeg, deed ik dan wel het werk maar had niet dat gevoel van ‘flow’. Op het veld was het hetzelfde. Hoe hoger de druk, hoe intenser de actie, hoe makkelijker het voor me was om in de zone te komen en daar te blijven. Blijkbaar hielp de juiste soort druk me te concentreren op het doen in plaats van het denken. Een andere overeenkomst was dat ik beide activiteiten nooit deed voor de punten of de glorie, maar gewoon omdat ik genoot van het gevoel dat ik kreeg als het goed ging. Zowel op school als op het veld was de vreugde van het vinden van een antwoord of oplossing veel bevredigender dan het krijgen van een 10 of het winnen van de wedstrijd.

En dus, verrassend genoeg, hadden deze ogenschijnlijk zo verschillende momenten feitelijk zeer veel overeenkomsten, op een zeer specifieke manier. Die overeenkomsten vertelden me veel over mezelf en over sommige keuzes die ik in mijn leven maakte.

– wordt vervolgd –

Het Maken van een Parelsnoer

Zou het niet geweldig zijn als we ons volledige potentieel waar konden maken en de persoon worden waarvan we diep van binnen weten dat we zo geweest hadden kunnen zijn? Als we maar niet gevormd en gekneed waren geweest door zoveel externe stemmen die ons vertelden wat we moesten en konden doen, wat we vooral niet mochten doen, wat we moesten vrezen en waaraan we moesten gehoorzamen. Als we maar in staat geweest zouden zijn om die onschuldige nieuwsgierigheid en verbeelding van onze vroege kindertijd vast te houden, toen alles nog een avontuur was en nieuw, en leren net zo natuurlijk was als ademhalen. Als we maar ons eigen verhaal hadden kunnen maken, in plaats van een verhaal te leven dat is opgebouwd uit duizenden geleende stukjes. Het Maken van een Parelsnoer is een manier om onze weg terug te vinden naar dat oorspronkelijke verhaal – het verhaal dat we nooit af hebben kunnen maken maar wat we nog steeds, diep van binnen, zo graag zouden leven.

De Herkomst van Deze Aanpak

De ideeën achter de ‘parelsnoer’ aanpak werden mij aangeleerd door mijn overleden echtgenote Michal. Zij was een buitengewoon persoon, genezer, psycholoog en wijze vrouw. Haar levenswerk was mensen helpen hun volle potentieel waar te maken. Zij geloofde dat de meeste mensen vast blijven zitten in een verhaal dat niet het hunne is, maar een samenraapsel van alles dat we overnemen van andere mensen in de tijd dat we opgroeien tot volwassenen: angsten, zorgen, hoop, verwachtingen, overtuigingen, aannames … Al deze ‘geleende’ stukjes verhaal stapelen zich op tot ze ons eigen authentieke verhaal bedekken – het verhaal dat we voor onszelf gekozen zouden hebben als we niet het contact waren kwijtgeraakt met datgene wat we eigenlijk bedoeld waren te worden.

Michal’s werk draaide om twee centrale processen die mensen moesten doorlopen om hun eigen verhaal terug te vinden. Een daarvan is het proces van het ‘afpellen’ van de lagen van de ons opgelegde verhalen – het afwerpen van de emotionele en mentale baggage die anderen ons op de schouders legden maar die we niet meer willen dragen. Hoe meer van dit materiaal we los kunnen laten, hoe meer we in staat zijn af te stemmen op ons werkelijke wezen – onze authentieke kern – die kleine stem van binnen dat nog de onschuld bevat en de belofte waarmee we deze wereld binnenkwamen. Ik zal later in deze serie nog over dit proces schrijven, onder de kop Emotionele en Spirituele Intelligentie.

Het tweede proces is het werk van het construeren van ons gewenste verhaal – het verhaal dat wij willen leven. Dat is een verhaal over waar wij van houden, wat we graag doen, wat ons in de ‘flow’ brengt en wat ons een gevoel geeft van zingeving en vervulling. Het is een proces van het vinden van fragmenten van dat verhaal in ons verleden – momenten dat we het bijna leefden, of voelden dat we er dichtbij kwamen – om die momenten vervolgens to gebruiken om het onderliggende verhaal terug te vinden en door te trekken naar de toekomst. Dat proces met 7 stappen is het onderwerp van deze en de volgende afleveringen van deze serie.

Michal’s lessen hebben een enorme invloed gehad op mijn leven. Vanaf het moment dat ik haar ontmoette, gedurende de tijd dat ik met haar getrouwd was, en in de jaren na haar overlijden, heb ik steeds haar dubbele aanpak om mijn eigen potentieel te vinden gevolgd, en geprobeerd daarnaar te leven zoveel ik kon. Het heeft me tot vreemde en wonderbaarlijke ontdekkingen en avonturen geleid. Het bracht me naar de andere kant van de wereld, van Nederland naar Australië. Het hielp me een boel overtollige bagage af te werpen. Het hielp me in te zien dat het meeste dat ik tegenwoordig doe en beoefen ik eigenlijk altijd al had willen doen, maar dat ik dat verlangen verborgen hield onder lagen van aangeleerde verhalen die me deden geloven dat het beter was mijn dromen op te geven. Terwijl ik meer van mezelf ontdekte, mijn passie en zingeving, probeerde ik een hele reeks beroepen, van bijzonder technisch – het ontwerpen van IT systemen – tot bijzonder menselijk – mensen onderwijzen in het verbeteren van hun persoonlijke en inter-persoonlijke vaardigheden. Ik ben een leraar geweest, onderzoeker, software ontwikkelaar, consultant, manager, trainer/coach en spreker. Tegelijkertijd was ik ook een vader, echtgenoot, vriend en zelfs – niet met opzet, maar gewoon omdat het leven nooit zonder conflicten is – van tijd tot tijd een tegenstander.

Terugkijkend kan ik zien hoe al die verschillende ervaringen deel uitmaakten van het ontdekken van wat mijn ware pad zou moeten zijn. Elke ervaring was tegelijkertijd ook een experiment: een test om te zien hoe die specifieke situatie aan zou voelen, wat het me zou opleveren of zou kosten, en wat het me zou leren over mezelf. Op die manier bekeken was geen van die ervaringen ooit een mislukking of een tijdverspilling. Ze waren allemaal een noodzakelijk deel van het leerproces. Zelfs (of moet ik zeggen: vooral) de banen waar ik een hekel aan had, de mensen waar ik mee botste en de plaatsen waar ik niet kon aarden gaven me inzicht in mijn eigen authentieke kern en hielpen me zo mijn toekomstig pad aan te scherpen.

Ik zou zo graag zien dat iedereen het leven op deze manier kon aanschouwen. Als een avontuur waarin iedere nieuwe ervaring een leermoment is. Een avontuur waarin we tegelijkertijd de hoofdpersoon en de schrijver kunnen zijn. Een reis die zowel het pad zelf is als de manier om een beter pad te vinden. Dat is de essentie van het parelsnoer.

En dus is het nu tijd om de stappen van dit proces uit te leggen.

Stap 1: Het verzamelen van de parels

Ga comfortabel zitten, ontspan, sluit de ogen en haal een paar keer diep adem.

Stel ons leven voor als een verzameling van ervaringen die zich uitstrekken vanaf het heden terug tot aan onze allereerste herinneringen. Elke herinnering is een kleine tijdcapsule met daarin informatie over de plaats, de situatie, wat er precies gebeurde, wat we deden, wat we zeiden, en – en dat is het belangrijkst – hoe we ons op dat moment voelden. Meestal zullen we ontdekken dat voor de meeste van onze herinneringen dat wat we voelden veel beter is vastgelegd dan veel van de feiten daaromheen. Vooral als we een bepaald niveau van emotioneel bewustzijn hebben bereikt (en ik beloof dat daar nog uitgebreid op terug zal komen in toekomstige afleveringen) kan het gevoel van dat moment de sleutel zijn om die herinnering verder te ontsluiten, en daarmee informatie terug te vinden waarvan we dachten dat die voorgoed verloren was gegaan.


Ik liep een keer een snoepwinkel binnen en werd onmiddellijk overvallen door een gevoel van angst en misselijkheid, alsof er iets vreselijks stond te gebeuren. Ik wist niet hoe snel ik weer buiten moest komen. Buiten, in de frisse lucht, kalmeerde ik genoeg om me af te vragen wat er in hemelsnaam daarbinnen was gebeurd. Wat was het dat zo’n sterke reactie veroorzaakte? Ik moest het weten dus ik vermande me, haalde een paar keer diep adem om mijn nog steeds enigszins op scherp staande zenuwstelsel tot bedaren te brengen, en stapte terug naar binnen. Met het openen van de deur merkte ik een vreemde geur op, een mengsel van zout en zoet, met een ondertoon van anijs. Als ik me op die geur concentreerde kon ik de paniek van binnen weer aan voelen wakkeren. Maar omdat ik daar nu op bedacht was kon ik het voldoende onder controle houden zodat het me niet compleet kon overweldigen. In plaats van ervoor te vluchten ging ik nu die paniek tegemoet, mezelf concentrerend op de vraag wat nu precies deze geur zo bedreigend voor me maakte. En ineens was daar een scene uit mijn kindertijd – iets dat ik compleet was vergeten, of dacht te zijn vergeten – die vanuit het niets me plotseling haarscherp voor de geest stond.

Ik was 6 of 7 jaar oud en stond op het punt aan mijn amandelen geopereerd te worden – iets dat in die tijd iets te gretig op kinderen werd toegepast, als je het mij vraagt. De verdoving die gebruikt werd was een soort slaapgas, toegediend via een kapje dat over mijn neus en mond gehouden werd. Ik weet nog dat de zuster zei dat het allemaal OK was, en ik me nergens zorgen over hoefde te maken. Ik zou snel in slaap vallen en nergens iets van voelen. En als ik dan weer wakker werd zou alles alweer lang voorbij zijn. Maar wat ik onderging was die vreemde sterke geur die mijn neus en mond met grote snelheid binnendrong. Ik kon voelen hoe het mijn longen binnenstroomde. Tegelijkertijd zag ik vreemde zwarte ronddraaiende figuren, als een soort propellors, naar mij toe snellen alsof ze me elk moment konden versnipperen. Ik voelde mezelf door de stoel heen zakken en steeds sneller naar beneden vallen, de lege ruimte in. Ik probeerde nog me ergens aan vast te klampen maar er was nergens houvast. Terwijl ik viel werd mijn gezichtsveld steeds nauwer, tot er alleen nog een lange, smalle tunnel van licht overbleef, met daarin die zwarte vormen die me nog steeds probeerden in te halen. Vlak voordat ik het bewustzijn verloor – en ik herinner me dat nog goed – werd het me ineens duidelijk dat ik op het punt stond dood te gaan en dat ik nooit meer wakker zou worden. En toen werd alles zwart…

Het licht aan het einde van de tunnel - ©Bard 2017
Het licht aan het einde van de tunnel – ©Bard 2017

Toen ik me dit eenmaal herinnerde was het allemaal vrij duidelijk. Niet alleen leek die geur in de snoepwinkel precies op hoe dat slaapgas had geroken, maar de lange donkere winkel moet ook een herinnering aan die tunnel hebben losgemaakt waar ik inviel vlak voor ik het bewustzijn verloor. Wat me fascineerde was hoe de geur niet alleen het gevoel had opgeroepen van dat moment, maar daarmee tevens een tot dan toe compleet vergeten traumatische ervaring uit mijn jeugd in alle details terug tot leven had gebracht. En niet alleen dat moment zelf, maar ook wat eraan vooraf ging en de nogal pijnlijke en traumatische herstelperiode die erop volgde. Het was alsof die geur de sleutel was tot een brandkast die ik zorgvuldig had afgesloten en verborgen.

Het terugvinden van die herinneringen was op zich interessant. Maar nog veel interessanter was wat ik kon leren van het bestuderen ervan. Het verklaarde bijvoorbeeld waarom ik mensen in witte laboratorium jassen maar moeilijk te vertrouwen vind. Of waarom ik zo’n hekel heb aan die lange, duistere gangen in zoveel kantoorgebouwen. Het herbeleven van die momenten, maar dan met het perspectief van een volwassene, leerde me veel over mezelf en heeft me geholpen een aantal lang gekoesterde overtuigingen en aannames bij te stellen over mezelf en mijn plaats in deze wereld.


Aanschouw die verzameling van herinnerde ervaringen en stel ze voor als kleine balletjes, niet veel groter dan een kraal. In die verzameling zullen sommige balletjes donker zijn, of dof, maar er zullen er ook zijn die stralen en schitteren, als glanzende parels. De doffe, donkere balletjes zijn herinneringen aan negatieve of saaie momenten, ervaringen waarin we niet geïnspireerd waren of betrokken, en misschien wel leden onder stress, angst of pijn. Als we die doffe en donkere momenten negeren kunnen we de stralende momenten gaan verzamelen; dat zijn onze beste ervaringen: de momenten dat we vol energie waren, in de ‘flow’, geïnspireerd en gelukkig. Sommige zullen klein zijn, en bijna vergeten, anderen juist weer groot en stralend als nieuw. Dat doet er op dit moment niet toe. Wat ertoe doet is dat we de stralende, glanzende parels gaan scheiden van de doffe, donkere kralen, zodat we ze verder kunnen bekijken en onderzoeken.

– wordt vervolgd –

De Rivier

12 – Oplossen

Oplossen - © Bard 2018
Oplossen – © Bard 2018

Zelfs met de kust nu buiten zicht behoudt de rivier haar vorm nog een tijd, doordat het zoete rivierwater nog samenhangt ten midden van de eindeloze uitgestrektheid van de duistere, zoute oceaan, alsof ze bang is daarin verloren te gaan. Maar als een langzaam vervagende herinnering, verliezen daar waar het zoet het zout ontmoet de randen van de oude rivier hun contouren, worden warrig en vaag, tot er geen onderscheid meer is te maken tussen waar de rivier eindigt en de oceaan begint. Hoe meer de tijd verstrijkt, hoe meer de restanten van de rivier zich oplossen, tot de rivier compleet en met totale overgave haar greep op haar wateren laat gaan zodat ze zich kunnen herenigen met het water waar ze ooit vandaan kwamen. En nu de cirkel rond is absorbeert de oceaan moeiteloos de nieuwkomers, onverstoord en eindeloos, bron en eindbestemming, tijdloos en voor eeuwig.