Over Succes

Of het nu wel of niet verdiend is, succes is geen objectief meetbare toestand. Het is een constructie van de menselijke geest, en wordt alleen ervaren door iemands huidige omstandigheden te vergelijken met een mentaal model van hoe succes er uitziet. Een manier om succes te bereiken is door te proberen dat model te evenaren of te overtreffen. Een andere manier zou zijn het model aan te passen om het meer op de werkelijkheid van vandaag te laten aansluiten.

Ik heb diverse reacties ontvangen op mijn vorige blog over geluk. Sommige steunden mijn hoofd-stelling dat succes meer geluk dan verdienste is; anderen wezen erop dat kansen krijgen alleen niet voldoende is: zonder voorbereiding, vaardigheden, en hard werk worden kansen makkelijk gemist of verspeeld. En er was ook de opvatting dat een mens zijn/haar eigen geluk creëert: dat geluk op de een of andere manier beïnvloed wordt door de houding of acties van het individu, en niet slechts het willekeurige effect is van een mechanisch, ongeïnteresseerd universum.

Ik ben het niet oneens met de opvatting dat kansen alleen geen garantie zijn voor succes. Een kans is het potentieel, een mogelijkheid, die je door hard werken en toewijding tot realiteit kan maken. Met andere woorden: er is verdienste in het ten volle benutten van de kansen die zich aandienen – dat deel van succes kan als verdiend beschouwd worden. Maar maken wij werkelijk ons eigen geluk? Geeft Vrouwe Fortuna werkelijk de voorkeur aan de dapperen en beter voorbereidden onder ons? Of is dat het verhaal dat we onszelf vertellen om ons het gevoel te geven dat we toch iets van macht hebben over wat ons toevalt?

Natuurlijk is het fijn om te horen dat je je succes aan jezelf te danken hebt. Dat is een prettig compliment om te ontvangen en ik weet ook dat de mensen die me dat vertelden het echt menen, en dat stel ik zeer op prijs. Maar er zit een keerzijde aan dit compliment, een onuitgesproken implicatie (die Jos in haar commentaar benoemd) waar wij ons bewust van moeten zijn en voorzichtig mee moeten omgaan, omdat het voor veel mensen een onbedoelde bron van lijden blijkt te zijn. Ik heb het hier over het idee dat als succes verdiend is het uitblijven van succes dat ook is. Wat zou betekenen dat de miljoenen mensen die geen succes hebben (tegen welke maatstaf – maar daar kom ik nog op terug) dat gewoon aan zichzelf te danken hebben.

Dat voelt voor mij niet juist, en ik geloof ook niet dat dit het geval is. Deze opvatting leidt ook gemakkelijk tot een gevoel van het ‘recht hebben op’ succes in succesvolle mensen dat in de weg kan staan van hun empathie en compassie met de minder fortuinlijke mensen in de wereld. Het is dit ‘entitlement’ effect, denk ik zelf, dat een op zich inspirerend bedoeld concept als ‘the American Dream’ in een duistere nachtmerrie kan veranderen voor diegenen die er geheel buiten hun eigen schuld niet aan mee kunnen doen.

Het eerste punt dat ik dus hier wil maken is alle succesvolle mensen ertoe aan te sporen van tijd tot tijd stil te staan bij het ongelofelijke geluk dat ons gebracht heeft waar we nu zijn; ons gevoel van recht hebben op succes en tevreden zijn met onszelf iets te temperen; en te realiseren dat er niet zo heel veel afstand is tussen succes en falen als we vaak denken. “There, but for the Grace of God, go I” zeggen ze in het Engels, en – ook als je niet in God gelooft – kan het geen kwaad om dat af en toe toe overdenken.

Maar wat moeten al die mensen die geen succes hebben dan doen? De mensen die vinden dat ze gefaald hebben. Die blijven zitten met de slechte hand die het Lot ze heeft toebedeeld? Ik denk niet dat het die mensen veel helpt om zichzelf te vertellen dat het succes dat ze bij anderen zien onverdiend is. Integendeel: niet alleen maakt ze dat niet minder ontevreden met zichzelf, het kan gemakkelijk leiden tot bitterheid en afgunst ten opzichte van de succesvolle mensen om hen heen.

Voor al die mensen die voelen dat ze onsuccesvol zijn, overweeg eerst het volgende: welke maatstaf hanteer jij om te bepalen dat je geen succes hebt? Succes is geen absolute toestand, met duidelijke en onveranderlijke criteria; waar succes uit bestaat hangt af van welke definitie je hanteert, en die definitie verschilt per persoon.

Succes is subjectief en ook nog eens zeer beïnvloedbaar door de mensen om ons heen. We zijn geneigd om onze eigen situatie te vergelijken met die van andere mensen en dan te gaan wensen dat wij ook ‘krijgen’ wat zij blijkbaar ‘hebben’.

En dat is waar we onszelf onbedoeld veel onnodig lijden aandoen.

Om te beginnen: wat andere mensen hebben is misschien niet het beste model om ons eigen succes aan af te meten. Daardoor laten we ons misschien verleiden door iets dat eigenlijk niet geschikt is voor ons, en niet past bij onze omstandigheden en mogelijkheden. We richten ons misschien op iets dat – mochten we het werkelijk bereiken – ons niet gelukkig maakt of voldaan laat voelen. We kunnen ons ook vergissen in de aard van het succes van anderen, en iets als voorbeeld nemen dat niet echt bestaat. Als we dan onze tijd, energie en passie besteden aan wat we ten onrechte als succes gedefinieerd hebben, worden we vrijwel zeker teleurgesteld.

Het andere nadeel van het kijken naar andere mensen voor onze definitie van succes is dat wij de neiging hebben mensen als rolmodel te kiezen die het beter hebben dan wij. We verhogen de lat voor onze maatstaf voor succes, om vervolgens te concluderen dat we tekort schieten. En dan voelen we ons ongelukkig omdat we denken dat we hebben gefaald.

Succes bij elke maatstaf
Succes bij elke maatstaf

Zelf heb ik ondervonden dat een regelmatig kritisch beschouwen van mijn eigen definities van succes een belangrijke bijdrage kan leveren aan een meer gebalanceerd, meer bevredigend, en misschien ironisch, meer succesvol leven. Toen het me duidelijk werd dat succes iets is dat ik zelf definieer, kon ik gaan werken aan het aanpassen van mijn definities aan mijn eigen standaards, niet die van andere mensen.

Maar ook ontdekte ik dat inplaats van alleen op te kijken naar anderen, het ook belangrijk is om te kijken naar mensen die minder fortuinlijk zijn dan ik, en me te realiseren dat voor heel veel mensen veel van de dingen die ik als vanzelfsprekend beschouw het toppunt van succes zouden zijn.

Om maar iets te noemen: ik ben redelijk gezond, heb eten op tafel, een huis om in te wonen, vrienden en geliefden om me heen. En ik woon in een land dat niet in oorlog is, welvarend is, democratisch en vrij. Elk van die dingen is vrijwel zeker iemands definitie van succes.

Dus, wanneer je jezelf niet succesvol (genoeg) voelt, val allereerst niet in de valkuil van geloven dat je geen succes verdient. Succes is wispelturig en weerbarstig, soms komt het, soms komt het niet. En kijk dan ook naar hoe jij je eigen succes eigenlijk definieert; welk model je gebruikt om jezelf aan te meten en op te richten. Als dat model je pijn en teleurstelling brengt, waarom zou je het dan niet een beetje bijstellen? Laat het beter aansluiten bij de voordelen van je huidige situatie. Er zijn altijd dingen om dankbaar voor te zijn. En hoe meer je juist die dingen de standaard voor je succes kan maken, hoe meer succesvol je je zal voelen.

Over Geluk

Wij mensen zijn gauw geneigd onze successen toe te schrijven aan onze harde werk en wijze besluiten, en de elementen van toeval en omstandigheden minder zwaar te laten wegen.

Kijkend naar mijn eigen geschiedenis met al haar ups en downs zou het niet moeilijk voor me zijn – nu alles op z’n pootjes terecht is gekomen – om te denken dat het allemaal te danken is aan mijn harde werken, doorzettingsvermogen, en goede karakter, en dat ik alleen daardoor in staat geweest ben die ene kleine kans om te zetten in een succesverhaal. In werkelijkheid echter waren er natuurlijk zo veel factoren waar ik absoluut geen controle over had dat het allemaal net zo makkelijk in een compleet fiasco had kunnen eindigen. In alle bescheidenheid moet ik toegeven dat ik ongelofelijk veel geluk heb gehad en uiteindelijk ben uitgekomen waar ik nu ben door een “series of fortunate events” waar ik feitelijk zelf geen krediet voor kan claimen.

Natuurlijk kwamen hard werken en doorzettingsvermogen goed van pas om op koers te blijven toen de omstandigheden beter werden. Maar vergeleken met het toeval van toevallig op de juiste plaats op het juiste moment de juiste mensen tegen te komen, was mijn harde werk op z’n hoogst maar een klein onderdeeltje van mijn uiteindelijke succes.

Uiteraard zou ik graag zeggen “ik heb succes omdat ik het verdien”. Dat geeft me een goed gevoel over mezelf. Maar in alle eerlijkheid staat “ik heb succes omdat ik ongelofelijk veel geluk gehad heb” heel wat dichter bij de waarheid.

Een Kritische Beschouwing van de Democratie – Wat Nemen We Eigenlijk Aan?

Democratie is een belangrijk idee waarin de meeste van ons geleerd hebben te geloven. Maar waar geloven we dan eigenlijk in?

In een vorige aflevering riep ik op tot een kritische beschouwing van de moderne democratie. Niet omdat ik niet geloof in democratie als idee, maar omdat ik het gevoel heb dat we teveel berusten in een systeem dat verre van perfect is. Alleen een kritisch onderzoek kan de tekorten aan het licht brengen en – naar ik hoop – ons helpen een weg te vinden het systeem te verbeteren en te versterken.

Een manier om een door mensen ontworpen systeem te onderzoeken is te kijken naar de onderliggende aannames: de impliciete ideeën in het systeem zelf, of in the manier waarop het systeem zich manifesteert. De onderstaande lijst is een vrij willekeurige, ongeordende lijst van aannames waarvan ik geloof dat ze meestal gezien worden als vaststaand onderdeel van hoe de meeste Westerse mensen aankijken tegen de democratie. Omdat deze aannames impliciet zijn, worden ze meestal als vanzelfsprekend beschouwd, zonder er echt goed over na te denken. Ik ben er zeker van dat er nog veel meer van dergelijke aannames zijn waarop ons huidige regeringssysteem berust. Maar we moeten toch ergens beginnen.

In een democratie kiest het volk die individuen die het meest geschikt zijn om het land voor een aantal jaren te regeren.

Dat is toch het hele punt van democratische verkiezingen? Om de hele bevolking een kans te geven kritisch te kijken naar de toestand van het land, te bepalen wat voor soort regering het meest geschikt zou zijn om de huidige problemen aan te pakken en uitdagingen aan te gaan, en dan zorgvuldig die mensen te selecteren waarvan zij denken dat ze het best in staat zijn om de volgende regering te vormen.

De waarheid is, ben ik bang, veel minder rationeel en veel minder zorgvuldig. De meeste mensen, naar het schijnt, stemmen niet op kandidaten vanwege hun vaardigheden, talenten, or bewezen successen in het besturen van het land, maar baseren hun voorkeuren op veel emotionelere gronden. Ze kijken naar kandidaten om te beoordelen of ze ze sympathiek vinden, gebaseerd op wat die kandidaten in het openbaar zeggen en doen. En dat oordeel over sympathie is noodzakelijkerwijs gekleurd door de media; door de zorgvuldige orkestratie van openbare optredens en persberichten; en door het soort schandalen (geruchten daarover) die de kandidaten over elkaar kunnen afroepen.

Het probleem is dat deze manier van sympathieke kandidaten selecteren hopeloos ontoereikend is als manier om een capabele regering te kiezen. Omdat er geen directe manier is om met de kandidaten in contact te komen, of om ze in actie te zien als de spotlights niet op ze gericht zijn, zijn verkiezingen polulariteits-gedreven media circussen geworden. Publieke debatten zijn geen inhoudelijke discussies over issues, opties, en argumenten, maar een arena voor schreeuw wedstrijden en punten scoren ten koste van de tegenstander, zonder dat er enige diepgang verwacht wordt. En in plaats van van politici te verwachten dat ze serieuze, goedbedoelende, en capabele mensen zijn, worden zulke mensen door het systeem vanzelf terzijde geschoven en komen in hun plaats de publiciteit zoekende, grootse maar betekenisloze gebaren makende, media-gerichte publieksbespelers vanzelf naar boven drijven. En daardoor blijven er alleen maar mensen over die weliswaar in staat zijn genoeg stemmen te winnen om een verkiezen te winnen, maar verder maar heel weinig van waarde te bieden hebben. Objectief beschouwd zou de wijze waarop veel politici zich gedragen om verkozen te worden ze onmiddellijk moeten diskwalificeren voor een openbare functie; en de meesten zouden weinig kans hebben als zich op zo’n manier zouden gedragen tijdens de selectie procedure voor een normale baan.

Kandidaten komen uit het volk en regeren voor het volk: ze zijn zelf slechts normale burgers, met slechts een tijdelijk mandaat om te regeren. Wanneer hun tijd om is keren ze terug in de normale burgermaatschappij.

Dat is misschien ooit zo geweest, maar langzamerhand zijn de politici een beroepsgroep geworden, een klasse van mensen die politiek als hun enige carrière zien, en niet als een roeping naast of na een andere carrière. Nou zijn er wel degelijk aspecten van de politiek die een professionele opleiding vereisen om ze echt goed te begrijpen en er echt goed in the worden. Het probleem is echter dat de vorming van een klasse van beroepspolitici ertoe leidt dat deze groep zich meer verwant voelt aan elkaar dan aan de mensen die ze geacht worden te vertegenwoordigen. Iemand die nooit iets anders gedaan heeft dan politiek bedrijven is nooit blootgesteld aan het soort uitdagingen en obstakels waar ‘normale’ burgers in hun leven mee geconfronteerd worden. En hoe meer politici zich omringen met andere politici, hoe moeilijker het voor hen wordt om zich zelfs maar empathisch op te stellen tegenover de mensen in wiens naam ze beweren te spreken. In plaat van de mensen te vertegenwoordigen voor wie ze geacht worden te regeren zijn professionele politici bijna automatisch geneigd zichzelf meer te vertegenwoordigen dan hun kiezers, en de belangen van de politieke klasse belangrijker te vinden dan die van het volk.

Democratie is een transparante soort regering: een overheid van het volk en voor het volk is maar al te graag bereid haar informatie, beslissingen, en acties met het volk te delen om iedereen op de hoogte te houden en in staat te stellen mee te denken, bij te sturen, en invloed uit te oefenen over de handelingen van hun verkozen regering.

Of het nu komt door de twee aannames hierboven, of omdat macht hunkert naar meer macht, of omdat overheden geloven in de macht van geheime informatie, wat de reden ook mag zijn, zelfs de meest democratische regeringen verschuilen zich uiteindelijk achter lagen van geheimhouding en misleiding. En het zijn niet alleen individuen die proberen zaken geheim te houden. Het bureacratische systeem zelf lijkt ontworpen te zijn om te versluieren in plaats van te verhelderen wat er werkelijk plaatsvindt achter de schermen. Daarbovenop lijken we in een tijdperk te leven waarin angst zo’n constante geworden is in het collectieve verhaal dat onze democratische overheden in staat zijn geweest – in zekere zin zelfs tegen hun eigen wil in – meer en diepere machtsstructuren te creëren, met de schijnbare bedoeling ons veilig te houden. Maar, en dit is de valkuil, men kan niet tegelijk veilig en vrij zijn. En dat geldt ook voor informatie: die is ofwel veilig en onder controle, en daardoor onbereikbaar, ofwel vrijelijk beschikbaar, maar daardoor niet veilig. Door steeds meer te leunen naar de kant van de veiligheid eroderen onze overheden de basisprincipes van transparantie en aansprakelijkheid die de democratie nodig heeft om zelfs de schijn op te houden van een overheid bestuurd en gecontroleerd door haar bevolking, in plaats van andersom.

Democratie is een regeringsvorm in balans: de macht die een verkozen regering verleend wordt wordt ingeperkt door de wet, die wordt bewaakt en uitgevoerd door een onafhankelijke politiemacht, en wordt onderhouden en geïnterpreteerd door en eveneens onafhankelijke weggevende macht.

Deze trias politicas werkt goed in theorie, maar hoe goed werkt ze in de praktijk? Alleen wanneer de drie machten waarlijk onafhankelijk zijn kunnen ze elkaar in balans houden zoals ze geacht worden te doen. In de meeste moderne democratieën is er echter een vierde macht aan het werk die zowel veel verder reikt en veel moeilijker onder controle te houden is dan de andere drie: de macht van de commercie. We leven in een commerciële maatschappij, waar ‘zaken gaan voor’ een wet op zichzelf geworden is. Als gevolg hiervan, ondanks de veronderstelde delicate balans van de machtsdriehoek, kunnen commerciële belangen elk van de andere drie machten overheersen of ontwijken, waardoor het systeem van wederzijdse controles en bijsturingen achterhaald en onbruikbaar is geworden. Privatisering van overheidsfuncties is hiervan een voorbeeld: als overheidsfuncties geprivatiseerd worden zijn ze niet langer onderhevig aan het soort van transparantie en openbaar toezicht dat van zulke functies verwacht zou mogen worden. En door dat ontbreken van transparantie worden ze niet langer in balans gehouden door de machtsdriehoek, noch kan het volk zich een redelijk beeld vormen van hoe goed of slecht dergelijke functies de diensten leveren die ervan verwacht worden.

Democratie in de handen van commerciële belangen.
Democratie in de handen van commerciële belangen.

In een democratie telt elke stem.

In een democratie kan iedereen stemmen, dus heeft iedereen de mogelijkheid een unieke stem toe te voegen aan het totaal van stemmen dat uiteindelijk bepaalt welke regeringen er gekozen wordt. In werkelijkheid, omdat in een democratie alleen de meerderheid uiteindelijk de gekozen regering bepaalt, gaan de minderheidsstemmen verloren in het verkiezingsproces, ook de stemmen die betere alternatieven bieden dan waar de meerderheid voor kiest. Maar belangrijker nog is dat de manier waarop het democratische proces ontworpen is ertoe leidt dat dat proces zelf noodzakelijkerwijs nooit te ver kan afwijken van de meerderheidsconsus in besluitvorming, prioriteitsstelling, en sociale sturing. Stemmen die niet binnen die consensus passen worden niet slechts genegeerd, ongeacht hun inhoudelijke waarde of belang, maar worden niet zelden actief vervolgd en onderdrukt omdat – zo wordt geredeneerd – zulke stemmen de sociale structuren destabiliseren waar de democratie op berust.

Nu wil ik niet beweren dat elke afwijkende mening tot actie moet leiden. Maar door haar perspectieven en gezichtspunten te beperken tot wat acceptabel is binnen de stabiele consensus beperkt de democratie haar eigen kansen om de signalen en vroegtijdige waarschuwingen voor de drastisch veranderende verhoudingen in de wereld om haar heen tijdig op te merken en correct te interpreteren. De meerderheidsconsensus neigt ertoe zulke signalen te ontkennen en te verzwakken met status quo verdedigende argumenten, en zal proberen zulke signalen te onderdrukken en tot zwijgen te brengen in plaats van serieus te overwegen hoe erop te reageren. Dit verzwakt het reactievermogen van de democratische samenleving, totdat de signalen zo luid worden dat ze niet meer genegeerd kunnen worden. Maar dan is het wellicht al te laat.

Ik heb ruim twee maanden aan dit stuk gewerkt, en heb zojuist besloten dat dit maar even voldoende moet zijn. Ik heb nog diverse andere aannames overwogen, maar de meeste daarvan kunnen gezien worden als variaties op de vijf die ik hierboven beschrijf. En ook heb ik het gevoel dat een aantal aannames een diepere beschouwing vragen, vooral om vast te stellen of het aannames zijn in het collectieve bewustzijn, of tekortkomingen in hoe het systeem ontworpen is waarvan we collectief aannemen dat zulke tekortkomingen nu eenmaal onoverkomelijk zijn.

Ook was het niet mijn bedoeling compleet te zijn.

Ik wilde alleen laten zien dat we moeten blijven opletten en de systemen waar we onze samenleving op baseren kritisch moeten blijven onderzoeken. Niet omdat ze per definitie fout zijn en moeten worden afgebroken – zelfs als ze niet volmaakt zijn – maar omdat het accepteren zonder vragen te stellen leidt tot een collectieve blindheid die ons in richtingen kan leiden die eigenlijk niemand wil, maar die ook door niemand tegengehouden kunnen worden.

Voorgrond en Achtergrond: Een Probleem met Identiteit

We definiëren onszelf vaak net zozeer door te bepalen wat we niet zijn als wat we wel zijn. Maar kunnen we onszelf werkelijk kennen door altijd naar anderen te kijken?

Voorgrond en Achtergrond: Are You Looking at Me?
Voorgrond en Achtergrond: Are You Looking at Me?

Zonder anderen om ons mee te vergelijken vinden de meeste van ons het moeilijk om onze identiteit te definiëren. Het lijkt erop dat we anderen nodig hebben om onszelf aan af te bakenen. Maar jezelf vergelijken met anderen brengt gevaren met zich mee. Vergelijkingen creëren kunstmatige scheidslijnen – afbakeningen die niet werkelijk bestaan – tussen mensen en groepen waardoor we niet vrijelijk en eerlijk met elkaar om kunnen gaan.

Het ‘wij’ tegenover ‘zij’ effect is vooral sterk aanwezig in culturele identiteit. En zeker als een groep onder druk komt te staan (echt of in hun verbeelding) creëren onze culturele verdedigingssystemen emotionele reacties die direct op onze basis overlevingsinstincten inspelen en gevoelens oproepen van angst, afkeer, boosheid, en haat.

Onszelf afzetten tegen anderen leidt niet alleen to verwijdering, maar ook tot een gevoel van superioriteit en verhevenheid ten opzichte van andere groepen. Iedereen lijkt te geloven dat hun eigen groep – om geen andere reden dan dat het hun groep is – wel superieur moet zijn aan alle andere groepen. Daar hoeven geen argumenten of bewijzen aan te pas te komen. Experimenten hebben laten zien dat je mensen in groepen uiteen kan laten vallen, simpelweg door ze op willekeurige wijze een markering te geven: een gekleurde armband, of een ander t-shirt. Mensen gaan dan al snel hun ‘gelijken’ opzoeken en zijn ervan overtuigd dat hun eigen groep uniek en ‘beter’ is dan de anderen.

Maar vergelijkingen met anderen zijn nooit compleet en vaak gevaarlijk selectief. Mensen zijn heel goed in het uitfilteren van de sterke kanten en het aandikken van de zwakheden van de andere groep, en dat dan te gebruiken om de superioriteit van hun eigen groep te rechtvaardigen.

Niet alleen schept dit een ongegrond – maar emotioneel erg verleidelijk – meerderwaardigheidsgevoel over ‘andere’ mensen, het maakt ons ook blind voor onze eigen aard: onze eigen krachten en zwaktes, functioneren en disfunctioneren. Door conclusies over onszelf te baseren op onvolledige en verdraaide vergelijkingen met anderen leren we niet echt veel over onszelf. Zelfs als we proberen onbevooroordeeld en eerlijk te zijn leren we minder van onszelf vergelijken met anderen dan we zouden leren van onszelf een spiegel voor te houden en onszelf diepgaand en eerlijk te beschouwen.

Pas als we ophouden met onszelf af te meten aan anderen, en onszelf leren te accepteren zoals we zelf zijn – en tegelijkertijd anderen accepteren zoals zij zijn – kunnen we hopen onze oogkleppen af te leggen, ons te bevrijden van werkelijkheid-verdraaiende filters, en onze vooroordelen een flink stuk te verminderen.

Een Kritische Beschouwing van de Democratie

We worden vaak verteld dat democratie misschien niet perfect is, maar toch in ieder geval de minst ongewenste vorm van regeren is die we kennen. Maar is dat werkelijk waar?

Ik ben geboren in het West Europa van na de 2e Wereldoorlog. Als kind werd me vaak verteld dat ik daar dankbaar voor moest zijn. Niet alleen had ik (net) het grootste wereldomvattende conflict uit de menselijke geschiedenis misgelopen, maar ik had ook nog eens het ongelofelijke geluk, zo werd benadrukt, te leven in een democratisch land – het beste soort land om in te leven. Dit in tegenstelling tot alle niet-democratische landen (voornamelijk de communistische landen uit die tijd, of de fascistische dictaturen uit het recente verleden) waar ik in had kunnen leven, om het me goed duidelijk te maken dat ik woonde op een plek die het Paradijs of Aarde zo dicht benaderde als menselijk mogelijk was. Natuurlijk was het niet volmaakt – mensen zijn tenslotte niet volmaakt, en compromissen moeten nu eenmaal gesloten worden – maar het kwam er dichtbij. Erg dichtbij.

Als opgroeiende jongere had ik weinig reden om deze opvatting van democratie in twijfel te trekken. Er waren tenslotte genoeg voorbeelden van de alternatieven, en geen daarvan leek zelfs maar half zo goed als mijn eigen democratische hoekje van de wereld. Wij hadden vrijheid van meningsuiting, goede scholing, goede gezondheidszorg, sociale voorzieningen, onze politici werden gekozen door de bevolking en aansprakelijk gehouden door diezelfde bevolking, we had recht en orde zonder onnodig politiegeweld, we hadden groeiende economische welvaart, … allemaal dingen die men tekort kwam of helemaal moest ontberen in elk van de niet-democratische landen elders in de wereld, of in de wereldgeschiedenis.

Door de jaren heen ben ik echter steeds meer gaan twijfelen aan de aanspraken die de moderne democratie maakt op superioriteit. Is de democratie van tegenwoordig echt zo goed voor ons en zo functioneel als beweerd wordt? En is dit echt het beste systeem dat wij kunnen bedenken?

Zouden we niet veel kritischer moeten zijn, en blijven uitkijken voor tekenen van disfunctioneren, van dingen die niet goed (meer) werken, voor systemen en structuren die niet (meer) zo goed zijn voor de bevolking als ons verteld wordt? En zouden we niet moeten blijven onderzoeken of er geen betere manieren zijn om de mensheid op deze planeet te besturen en te leiden? Hoe kunnen we met zoveel zekerheid beweren dat dit het beste is dat we kunnen verzinnen, als er zoveel veranderd is en nog voortdurend verandert:

  • de wereldbevolking is enorm toegenomen;
  • de invloed van de mensheid op het wereldklimaat begint uit de hand te lopen;
  • technologie creëert een steeds hechter verbonden wereldsamenleving, bovenop een reeds verbonden wereld-economie;
  • we hebben meer informatie dan ooit tevoren, en meer vermogen om die informatie te verwerken en ervan te leren;
  • we boeken behoorlijke vooruitgang in het begrijpen van de kenmerken en het gedrag van enorm complexe systemen, zoals economieën, bevolkingsgroepen en eco-systemen.
De complexiteit van onze veranderende wereld - Oud tegenover Nieuw, Oost tegenover West, Natuur tegenover Cultuur, ...
De complexiteit van onze veranderende wereld – Oud tegenover Nieuw, Oost tegenover West, Natuur tegenover Cultuur, …

Maar ondanks al die duidelijk zichtbare veranderingen bekvechten onze politici nog steeds over dezelfde onderwerpen, en stellen dezelfde korte-termijn, lokale, over-gesimplificeerde ‘oplossingen’ voor voor problemen die niet eens in de buurt komen van de echte, onderliggende problemen die onze toekomst bepalen. En ze doen dat omdat dat de enige manier is om te overleven in het systeem dat wij democratie noemen. Het lijkt mij dat ons huidige democratische systeem al het verkeerde gedrag in onze bestuurders aanmoedigt, en voornamelijk de verkeerde mensen selecteert voor de leidinggevende functies in onze regeringen.

Zelfs als het democratische systeem zo goed was als mij 50 jaar geleden geleerd werd, moeten we dan niet op z’n minst de mogelijkheid overwegen dat de veranderende omstandigheden van de wereld waarin we nu leven het noodzakelijk maken onze democratische systemen zeer kritisch te evalueren, en te verbeteren waar het ons tekort schiet?

Waarom Is het Zo Moeilijk Te Veranderen Waar We in Geloven?

Door de geschiedenis heen hebben mensen in veel vreemde en wonderlijk complexe dingen geloofd, van geesten en demonen, to goden en godinnen, tot wereldwijde samenzweringstheorieën en kleine groene mannetjes. Gedurende die tijd is waar we in geloven vele malen veranderd, maar onze weerstand om ons geloof te veranderen bleef altijd even sterk.

De capaciteit en behoefte van mensen om te geloven in meer dan alleen datgene wat ze direct kunnen ervaren is universeel. We doen het allemaal. Zelfs degenen die zich hebben afgewend van geloven in bovennatuurlijke wezens of buitenaardse machten geloven in abstracte ideeën zoals waarheid en rechtvaardigheid, denkbeeldige concepten als naties and markten, en fictieve verhalen als geschiedenis and politieke theorieën. We lijken emotioneel weg te deinzen van het idee te leven in een betekenisloze wereld, waarin ons bestaan slechts accidenteel is, waar alles geheel toevallig gebeurt, en wij totaal onbelangrijk zijn in het grotere (of dagelijkse) geheel. In plaats daarvan hebben wij een gedrevenheid – noem het een instinct – om zin te geven aan onze wereld. We categoriseren en structureren de fenomenen om ons heen. We zien overal patronen, zelfs in geheel toevallige configuraties, en bewijzen van planning en ontwerpen in series van ongerelateerde ongelukken. We zien bewijzen van doelbewustheid en intelligentie zelfs waar de natuur slechts doelloos uit zichzelf beweegt.

Verlichting gluurt door de chaos heen - Bard Papegaaij
Verlichting gluurt door de chaos heen – Bard Papegaaij

Het is niet zo dat we die dingen bewust bedenken; onze geest verlangt ernaar patronen, belang, en betekenis te zien en zal dit volledig automatisch doen, op een onbewust niveau. Tegen de tijd dat we ons bewust worden van wat dan ook heeft onze geest al ruim voldoende tijd gehad de pure informatie van onze zintuigen te bedekken in lagen van interpretaties. We nemen zelden of nooit iets waar zoals het werkelijk is; we observeren het altijd in zijn verhalende context – zijn betekenis in relatie tot wat wij geloven over de wereld.

En we zijn verbazend creatief geweest in de vertellingen die we gecreëerd hebben en vervolgens in zijn gaan geloven. De variaties die we bedacht hebben zijn eindeloos: van miljoenen benoemde godheden tot een enkele, onbenoembare god; van eenvoudige geesten die elk object op Aarde bezielen, tot complexe hiërarchieën van hemelse wezens; van zeer menselijke wezens met al onze sterktes en zwaktes, tot fundamentele, tegengestelde krachten van goed en kwaad.

Met zo’n ruime keuze van dingen en denkbeelden om in te geloven zou men eigenlijk verwachten dat mensen vrij ontspannen zouden omgaan met het af en toe veranderen van waar ze in geloven. Als alles wat we willen een vertelling is die op prettige wijze de wereld om ons heen verklaart en structureert, zou de ene vertelling net zo goed zijn als de andere, zolang ze maar intern consistent is, en een bevredigend mengsel van verklaring, betekenis, en menselijk belang aanbiedt.

Niets lijkt echter minder waar. In plaats van onze vertellingen te behandelen as benaderingen van de werkelijkheid – een van de vele beschikbare verklaringen met verschillende gradaties van intellectuele en emotionele aantrekking – lijken we erop gebrand te zijn ons vast te klampen aan één enkele vertelling en onszelf ervan te overtuigen dat deze de enige ware is.

Nu is het niet zo moeilijk te begrijpen waarom onze hersenen de voorkeur geven aan een enkele vertelling. Door een plausibel – of tenminste intern consistent – verhaal over de wereld om ons heen te creëren maken we de wereld een stuk eenvoudiger. We kunnen de dingen negeren die niet in ons verhaal passen. We kunnen ons gedrag baseren op de regels en instructies die (expliciet of impliciet) in het verhaal zijn opgenomen. En we kunnen snel en eenvoudig andere mensen en situaties beoordelen aan de hand van die regels, zonder daarvoor gedetailleerde waarnemingen en een uitgebreide analyse te hoeven doen. We nemen immers aan dat alles wat we hoeven te weten al in de vertelling vervat is. In plaats van onszelf te verwarren met een veelheid aan mogelijke verklaringen hebben we er maar met één te maken. Dat maakt het leven zeker een stuk eenvoudiger.

Maar dat verklaart niet waarom we het zo moeilijk vinden het ene geloof voor het andere om te ruilen, of onze vertelling van tijd tot tijd aan te passen. Is de behoefte om ons leven eenvoudig te houden reden genoeg om ons vaak zo heftig te verzetten tegen zelfs vrij kleine veranderingen in de vertelling die we hebben aangenomen? Of zijn er andere krachten aan het werk?

Afgaand op de hoeveelheid energie, passie, en zelfs geweld dat door mensen wordt ingezet om hun aangenomen geloof te verdedigen moet er wel meer aan de hand zijn dan alleen een eenvoudiger leven. Zulke energie en passie moet stammen uit iets fundamenteels dat wordt aangeraakt en bedreigd; fundamenteel genoeg om een vecht/vlucht reactie op te roepen, die gewoonlijk alleen wordt aangeboord door dingen die direct gerelateerd zijn aan ons directe overleven. Maar geloof is niet de werkelijkheid, het bestaat uitsluitend in onze geest. Dus hoe kan iemands geloof bedreigen dan zo’n overlevingsreactie opleveren?

In het hart van onze defensieve houding ten opzichte van ons geloof en onze overtuigingen lijkt een sterk verband te liggen tussen ons gevoel van persoonlijke veiligheid en datgene waar we in geloven1. Dreig één van onze kern overtuigingen af te nemen en we reageren alsof je ons bestaan zelf bedreigt. De vraag die we ons moeten stellen is dus: wat is het in een geloof of overtuiging dat ons veilig doet voelen?

Ik denk dat het antwoord te vinden is in het idee van identiteit en hoe we die opbouwen, onderhouden, en eraan relateren. Mensen zijn intens sociaal. We danken ons bestaan het feit dat we in staat zijn nauw samen te werken met andere mensen, en ons success als soort aan hoe goed we in staat zijn dit op grote schaal te doen met een combinatie van complexiteit en flexibiliteit die geen andere soort onder de knie gekregen lijkt te hebben. We worden geboren met een sterke instinctieve drang om ons diep te verbinden met de mensen om ons heen. Dit is te zien in een baby’s vaardigheid in het herkennen van stemmen en gezichten, en de constante behoefte van jonge kinderen om uit te reiken naar anderen, hen in hun spelen te betrekken, en hun handelingen te imiteren en na te spelen. Vanuit een evolutie-perspectief gezien maakt onze lange, relatief hulpeloze kindertijd een aangeboren vaardigheid in het aangaan van diepe sociale verbindingen met de mensen waarvan we afhankelijk zijn voor ons overleven noodzakelijk.

Wat we doen met onze relaties met anderen is meer dan alleen het ‘managen’ ervan: we definieren onszelf in relatie met anderen. We zijn zo afgestemd op de anderen in onze sociale kring – hun gedrag, hun behoeftes, hun emoties – dat we ons aan hen aanpassen en onze eigen gedragingen, behoeftes, en emoties bijstellen om beter bij ze aan te sluiten. We raken gesocialiseerd: onbewust ontwikkelen we personae die ons in staat stellen erbij te horen en te functioneren als lid van de sociale kringen die we nodig hebben voor onze overleving. En we internaliseren die personae als onderdeel van wat we onze identiteit noemen; ons gevoel van zelf.

Onze identiteit is geen onafhankelijk ‘gegeven’, maar een adaptieve, evoluerende reactie op de sociale druk en invloeden om ons heen

De gesocialiseerde maskers van ons zelf - Bard Papegaaij
De gesocialiseerde maskers van ons zelf – Bard Papegaaij

Omdat mensen nooit uitsluitend op het niveau van gedrag opereren, maar de sterke drang hebben om alles in een verklarende vertelling te vervatten, wordt ons gesocialiseerde zelf ook ingebed in lagen van vertellingen. We nemen de verhalen die anderen over ons vertellen in ons op en we construeren verhalen die onze personae verklaren aan onszelf en anderen. Bovenop ons gesocialiseerde zelf creëren we een vertelde zelf. Die vertelde zelf, net als alle andere vertellingen die we creëren, helpt ons de complexiteit van ons eigen gedrag te versimpelen, vooral in zelf-reflectie. Het schept een gevoel van compleetheid en samenhang, iets dat door psychologen als zeer belangrijk wordt aangemerkt voor ons gevoel van stabiliteit en controle: we hebben een sterke afkeer van interne tegenstrijdigheden in onszelf en gebruiken diverse psychologische ‘trucjes’ om ons vertelde zelf te hervertellen op een manier die een samenhangend zelfbeeld hersteld2.

Ons vertelde zelf is de complexe verzameling van vertellingen die we construeren om ons gedrag en onze emoties aan onszelf and anderen uit te leggen

De zelf als vertellende constructie - Bard Papegaaij
De zelf als vertellende constructie – Bard Papegaaij

De bouwstenen van ons vertelde zelf zijn de dingen de we geloven en aannemen: conceptuele constructies die simpele, consistente verklaringen leveren voor de immens complexe realiteit die door de vertelling geïnterpreteerd wordt. En vanwege onze sterke sociale aard ontlenen we de meeste van die geloven and aannames bij de belangrijke anderen in onze voornaamste sociale kringen. Onze diepe behoefte ergens bij te horen en in te passen leidt ons ertoe een vertelde zelf te creëren dat nauw aansluit bij de vertelde zelfs van de mensen om ons heen, en hun geloven en aannames assimileert en eigen maakt zodat we zoveel mogelijk hetzelfde lijken in de ogen van onszelf en anderen.

We moeten voor ogen houden dat geloven en aannames niet slechts theorieën zijn over de wereld en onszelf: het zijn de fundamentele bouwstenen die we gebruiken om een vertelde zelf te construeren, en daarmee onze plaats in onze sociale omgeving te bepalen. Onze overtuigingen verklaren en vormen tegelijkertijd ons gevoel van identiteit. Ze vormen de fundering waarop de verhalen rusten die we gebruiken om onze handelingen aan onszelf uit te leggen. Ze verbinden ons met onze sociale kringen door een dicht netwerk te weven van gedeelde overtuigingen en aannames, gedeeld door degenen die ‘net als wij’ zijn, en niet gedeeld door ‘zij’: de anonieme anderen die geen deel zijn van onze sociale kringen. Voor de meeste mensen wordt hun vertelde zelf de gehele werkelijkheid van hun bestaan, van hun identiteit als zowel een individu en als een lid van hun sociale kringen.

Onze overtuigingen worden de bouwstenen van ons vertelde zelf, en ons vertelde zelf wordt het enig zichtbare bewijs van ons bestaan.

De zelven ontsaan spontaan op alle niveaus van het onderbewuste  - Bard Papegaaij
De zelven ontsaan spontaan op alle niveaus van het onderbewuste – Bard Papegaaij

En dit zou wel eens kunnen verklaren waarom het zo moeilijk voor ons is de dingen waar we in geloven los te laten. Het veranderen van een overtuiging of aanname ondermijnt vaak één of meerdere bouwstenen van ons vertelde zelf. Het verstoort de continuïteit en samenhang van ons zelfbeeld, en tegelijkertijd kan het ook het ingewikkelde netwerk van gedeelde geloven verstoren dat ons bindt met de sociale kringen waarin we ons veilig voelen. Zelfs het lospeuteren van één enkele overtuiging kan dreigen het hele bouwwerk van vertellingen dat we nodig hebben om ons bestaan te verklaren uit elkaar doen vallen. Bewust proberen bewijs in te passen dat tegenspreekt waar we in geloven kan voelen als het afbreken van de gehele fundering van ons vertelde zelf. En overtuigingen aannemen die verschillen van wat de mensen om ons heen geloven kan voelen als het onherstelbaar lossnijden van de banden die ons aan elkaar verbinden.

Voor een sociaal, verhalend wezen als wij mensen, het veranderen van één enkele overtuiging gaat veel verder dan eenvoudig toegeven dat we het bij het verkeerde eind hadden. Het kan voelen als het einde van de relaties waar we op rekenden voor ons overleven. En het kan voelen als het einde van de zelf die we zo zorgvuldig hebben opgebouwd door de jaren heen, en op vertrouwd hebben om ons onszelf te kunnen zien als een eenheid, een samenhangend, consistent menselijk wezen. Is het dan een wonder dat de meest mensen ervoor kiezen de bewijzen te negeren in plaats van hun overtuigingen bij te stellen? En dat de meeste mensen, als ze onder druk gezet worden om hun geloof op te geven, heftig, bij tijden gewelddadig, ageren tegen degenen die hen onder druk zetten, in plaats van simpelweg de alternatieven te overwegen en op rationele wijze een nieuw standpunt in te nemen?

Denk hier alsjeblieft aan, de volgende keer dat je iemand ervan probeert te overtuigen dat ze het helemaal fout zien. Verwacht niet dat jouw onweerlegbare bewijzen hen onmiddellijk bekeren tot jouw zienswijze. Oordeel niet, minacht ze niet, en maak hun achterlijke en ouderwetse geloof, overtuigingen en aannames niet belachelijk. Naar alle waarschijnlijkheid heb jij zelf ook een aardig aantal van zulke achterlijke en ouderwetse ideeën in je eigen geloofssysteem; ideeën die jij niet zal willen loslaten als jij daartoe onder druk werd gezet. En wie weet is het idee dat jij zo hard aan een ander probeert op te dringen daar wel één van.

  1. Hoogstwaarschijnlijk spelen hier een aantal factoren mee. Mensen zijn complexe wezens, and eenvoudige verklaringen doen zelden recht aan de volledige reeks van variabelen die ons gedrag beïnvloeden. Ik beweer niet een complete theorie over dit onderwerp te hebben. Ik heb slechts een ‘werk hypothese’ op dit moment. Een hypothese die iets te verklaren van ons waarneembare gedrag rondom geloven en geloofssystemen.
  2. Interessant genoeg is er misschien in werkelijkheid niet één samenhangend ‘zelf’ te vinden in de menselijke geest: moderne theorieën suggereren dat wat we als ons ‘zelf’ waarnemen in feite een complex, grotendeels achteraf geconstrueerd fenomeen is, dat oprijst uit een grote hoeveelheid van semi-onafhankelijke processen in de hersenen. Hoewel we denken dat we iemand zijn, zit er in werkelijkheid misschien niemand aan het stuur.

De Macht van Symbolen: Een Verhaal Over Draken en Fenixen

Symbolische beelden lijken eenvoudig maar zijn enorm krachtig, omdat elk beeld hele werelden omvat van verhalen, mythologieën, culturele wijsheid, en collectieve herinneringen.

Een aantal jaren geleden, toen ik regelmatig het idee om een boek te schrijven besprak met mijn goede vriend Al Sheehan, kwam het onderwerp van een goede titel voor ons werk in uitvoering ter sprake. Hoewel mijn ideeën sinds die tijd behoorlijk zijn voortgeschreden is het centrale thema nog steeds hetzelfde: het idee dat onze wereldomvattende samenleving zich op een gevaarlijke koers van zelfvernietiging bevind, gevoed door hebzucht, angst, en een misplaatste overtuiging dat de moderne mens superieur is aan alles wat er ooit in het verleden bestaan heeft. Op zoek naar een goede manier om het idee van hebzucht, angst, en superioriteit te vangen, kwamen Al en ik op het beeld van de draak uit.

In de Westerse mythologie is de draak een kwaadaardig wezen. Hij is groot, meestal vrijwel onkwetsbaar (tenzij je zijn enige zwakke plek weet te vinden), en gebruikt zijn vurige adem als vernietigingswapen. Zijn enige doel in het leven schijnt het verzamelen van schatten (en af en toe het stelen of verleiden van een maagd, al weet niemand precies waarvoor), die hij dan jaloers bewaakt tegen iedereen die probeert zelfs maar een losse munt of edelsteen te stelen. En als zijn woede wordt gewekt deinst hij er niet voor terug om hele steden plat te branden, inclusief de omringende gebieden, gewoon omdat hij dat kan.

Image-7-05-2016-17-06.png

Ik vond deze Westerse draak het perfecte symbool voor ons huidige economische industriële systeem dat op dit moment het grootste deel van de wereld in zijn greep heeft (en misschien wel de hele wereld). Dit systeem is ook geobsedeerd met het verzamelen en opstapelen van schatten ten koste van iedereen die in de weg staat. Het systeem bewaakt haar schatten agressief en jaloers tegen alles en iedereen die een bedreiging lijkt te vormen, en aarzelt niet om haar superieure vuurkracht in te zetten om haar aanvallers (echt of verbeeld) te vernietigen, evenals alles en iedereen die toevallig in de buurt is. Het beeld van een draak bovenop een gigantische berg van goud, juwelen, en kunstvoorwerpen, omringd door rokende ruïnes en een zwartgeblakerd, volledig vernield landschap zo ver als het oog reikt, lijkt – voor mij althans – heel veel op de manier waarop de moderne industriële maatschappij de planeet aan het vernielen is in haar zucht naar weelde en schatten waarvan ze nauwelijks weet wat ze ermee aan moet.

Toen het symbool van de draak zich eenmaal had aangediend verscheen het symbool voor de andere kant vrijwel vanzelf. Er is nog een ander vuurdier in de mythologie, maar dit dier gebruikt vuur niet als een wapen, maar als een middel voor regeneratie en vernieuwing. De fenix is, in veel tradities, een langlevende, zachtmoedige, nobele vogel die niemand kwaad doet, vaak een brenger van voorspoed is, en die – wanneer zij het einde van haar natuurlijke leven bereikt – een brandstapel voor zichzelf bouwt en zichzelf aan het vuur overgeeft om geheel vernieuwd uit de as op te rijzen, klaar voor een nieuw, lang, vredig, en vruchtbaar leven. Mij leek er geen beter symbool om tegenover de totaal zelfzuchtige en vernietigend vuur spuwende draak te zetten dan de zachtaardige, vredelievende, en zelf-opofferende fenix, die het vuur gebruikt voor transformatie, in plaats van voor vernietiging.

Image-7-05-2016-17-42.png

Ik was best tevreden dat ik deze mooie tegenstelling van twee veelzeggende en bekende symbolen uit de Westerse mythologie gevonden had. En het klonk ook goed als titel: De Draak en de Fenix – met associaties, wellicht, aan een strijd tussen tegengestelde principes, een botsing van ideeën, of misschien gewoon twee heel verschillende wezens die het tegen elkaar op moeten nemen.

Het mooie van symbolen is natuurlijk ook dat het iedereen volmaakt vrij staat hun eigen beelden te vormen over hun werkelijke betekenis, gebaseerd op hun eigen persoonlijke kennis van en ervaring met deze symbolen in hun leven.

Maar toen, een klein jaar later, was ik op bezoek in Hong Kong en het vasteland van China. Dat bezoek herinnerde me aan iets dat ik ooit wel wist, maar blijkbaar compleet vergeten was, namelijk dat de Chinezen ook draken in hun mythologie hebben. Maar dat, in tegenstelling tot die van ons, hun draken voornamelijk gezien worden als weldoeners, en als beschermers van de mensheid. Geboeid door deze totaal andere opvatting over de aard van de draak ging ik op zoek naar afbeeldingen van draken in kunst- en antiek winkels, in de hoop een paar mooie plaatjes te vinden voor de omslag van het boek. En toen, al zoekende tussen afbeeldingen, hout- en steengravures van allerlei mythische wezens deed ik een voor mij onverwachte ontdekking: niet alleen heeft de Chinese mythologie een goedaardig draak, ze heeft ook een even goedaardige fenix, en de twee worden vaak afgebeeld als liefdespaar!

Inderdaad. In de Chinese mythologie zijn de draak en de fenix gelukkig getrouwd, als een symbool voor de balans tussen de mannelijke (draak) en vrouwelijke (fenix) elementen in de wereld. Hoewel ze tegenover elkaar worden afgebeeld, zijn ze geen vijanden van elkaar, of alternatieven, maar juist noodzakelijke tegenpolen, complementaire principes die alleen een geheel kunnen vormen als ze in harmonie en balans bij elkaar gebracht worden.

image

Dit was voor mij een prachtige ontdekking. Ik was op zich niet ontevreden met de tegenstelling tussen de vernielende draak en de transformerende fenix, maar zoals ik het door mijn Westerse bril zag waren de twee in een strijd gewikkeld waarin er maar één overwinnaar kan zijn. Ik stond uiteraard aan de kant van de fenix, omdat ik vind dat de draken-mentaliteit meer kwaad dan goed doet in de wereld. Maar het idee dat het een of/of keuze zou moeten zijn, met ofwel de draak ofwel de fenix als overwinnaar, zat me toch niet helemaal lekker. Ik vind het Chinese huwelijk tussen de draak en de fenix eigenlijk een veel beter beeld. In plaats van een gevecht hebben we nu een balans tussen complementaire krachten: een harmonische oplossing, in plaats van een gewelddadig conflict. Het is het samenkomen van donker en licht, vernietiging en transformatie, Oost en West, mannelijk en vrouwelijk, …

Door de Chinese overtonen toe te voegen aan de symboliek heb ik het gevoel dat de titel van mijn blog/boek nog veel beter aansluit bij mijn speurtocht: het vinden van een positieve oplossing voor de destructieve situatie waarin we ons momenteel bevinden. En dat brengt ons dan weer terug bij de macht van de symbolen: ik ontdekte de draak en de fenix dankzij mijn eigen ervaring met de Westerse mythologie, en dat gaf ze betekenis; maar door de rijke schakeringen van de Oosterse mythologie daar aan toe te voegen worden dezelfde symbolen een nog veel diepere bron van wijsheid en begrip dan ik er oorspronkelijk in waarnam. Het is een vorm van alchemie: goud maken uit gewone grondstoffen.

Zonder de wereld te hoeven vernietigen.

De Vertellingen Die Onze Wereld Vorm Geven

Terwijl we denken de wereld te ervaren zijn we haar tegelijkertijd aan het interpreteren.

Pure ervaring is het ondergaan van datgene wat zich voordoet: zonder interpretatie, categorisatie, of verwachting. Vertellen is het verwerken van die ervaring en het betekenis geven door het een plek te geven in relatie tot bestaande structuren in onze geest.

Omdat we maar zelden, of nooit, onze interne monoloog stopzetten wanneer we met de wereld in contact zijn is wat wij ‘ervaring’ noemen niet de ervaring zelf, maar de vertelde versie daarvan. Tegen de tijd dat wij ons bewust worden van wat er plaatsvind is onze ‘ervaring’ al vervormd door onze verwachtingen, en gelabeled, structuur gegeven, ingevuld, en uitgelegd, …

Omdat de aard van het vertellen strikt sequentieel is, en zich beperkt tot datgene dat past in onze mentale structuren en raamwerken, kan onze interne monoloog slechts een verarmde versie zijn van de totale ervaring die zich aan ons voordeed. Het presenteert zaken in volgorde die zich misschien wel tegelijkertijd afspeelden, of in een andere volgorde, of zonder enig verband; het laat dingen weg die niet passen in de bestaande structuren, of vervormt ze zodat ze toch lijken te passen. Deze constante vertelling levert ons een geordende versie op van het Universum waarin we leven. Het stelt ons gerust door ons het gevoel te geven dat we de wereld een beetje onder controle hebben: we hebben het gevoel dat we gebeurtenissen begrijpen, of tenminste hun oorzaak en gevolgen en hun volgorde; we hebben het gevoel dat we met enige waarschijnlijkheid kunnen voorspellen wat het vervolg zal zijn; en we hebben het gevoel dat we de toekomst kunnen besturen door onze handelingen af te stemmen op ons begrip van de situatie.

Om eerlijk te zijn, voor veel aspecten van onze dagelijkse realiteit is dit gevoel niet eens zo misplaatst. Veel aspecten van ons dagelijks leven zijn gestructureerd genoeg om enigzins begrijpelijk, voorspelbaar, en grijpbaar te zijn. Dit geldt vooral voor de sociale aspecten van ons leven, die gevormd worden door de collectieve vertellingen waar we allemaal aan meedoen.

Maar het is gedoemd te falen voor de meer complexe aspecten: de chaotische, ongebonden, ongestructureerde, onclassificeerbare wijdere werkelijkheid waar wij slechts een gefilterde versie van waarnemen.

En dat brengt me op het centrale thema van deze blog: dat onze maatschappij bijna volledig een vertelde realiteit is: een fictieve en zwaar gefilterde versie van de werkelijkheid die zich buiten onze gesocialiseerde geest bevindt. Als dat inderdaad waar is, volgt daaruit dat we onze maatschappij kunnen veranderen simpelweg door de collectieve vertelling te veranderen die haar op gang houdt. Verander de vertelling, verander de geschiedenis. Zo simpel is het.

Is dat zo?

Het probleem met de collectieve vertelling die we de maatschappij noemen is dat deze erg weerbaar en weerbarstig is ten opzichte van doelgerichte veranderingen. Zeker, onze vertelling evolueert voortdurend, en past zich aan aan krachten binnen en buiten het vertelde raamwerk. Maar het lijkt dat te doen zonder dat wij mensen daar veel richting aan kunnen geven. Wij leven ons leven binnen de vertelde constructie en passen ons wereldbeeld aan aan de vertelling, niet andersom. Zelfs mensen die in opstand komen tegen de huidige vertelling lijken gedoemd te zijn dezelfde structuren en raamwerken te gebruiken waar ze tegen in opstand proberen te komen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ze – door zich ertegen te verzetten – de vertelling legitimeren, en laten zien dat ze echt is. Niemand zou tenslotte vechten tegen denkbeeldige draken, nietwaar?

Onze sociale vertelling is tegelijkertijd realiteit en fictief, lijkt het. Fictief omdat het alleen bestaat in de collectieve geest van de mensen die er aan meedoen; het is een mentale constructie, een fictieve vertelling de wij allemaal gebruiken om de wereld te interpreteren, en om ons de mechanismes en sturing te geven die we lijken nodig te hebben om als samenleving te kunnen functioneren. Realiteit omdat deze vertelling diepe, vergaande konsekwenties heeft voor de wereld waarin we leven. Door onze handelingen, verwachtingen, en dromen vorm te geven; door te bepalen hoe wij de wereld interpreteren; door onze aandacht en energie te sturen; door onze beslissingen te leiden en te beperken. Onze collectieve vertelling stuurt ons en laat ons een fysieke realiteit creeren die overeenkomt (zo dicht als mogelijk is) met de fictieve realiteit. Niet bewust, maar door het simpele feit dat de fictie het raamwerk is dat onze gedachten en handelingen informeert, vorm geeft, en aanstuurt.

Ik geloof dat hoe groter de kloof tussen de collectieve vertelling en de fysieke realiteit waarin deze bestaat, hoe meer wrijving er onstaat wanneer wij proberen de fysieke realiteit naar het beeld van de fictie te vervormen. Die wrijving – zoals alle wrijving – produceert weerstand, warmte, en afval. Weerstand als een maat voor hoeveel energie er nodig is om van richting of snelheid te veranderen. Warmte als een maat voor ongemak, ontevredenheid, en onrust die voortkomt uit ons onderbewuste gevoel dat de dingen niet kloppen, dat we wereld niet precies is zoals zij zou moeten zijn. En afval als een maat voor de bijproducten van ons falen beide realiteiten precies op elkaar af te stemmen: de mensen die buiten de boot vallen; de ongelijkheid van kansen en bezittingen; de ontheemden; de gediscrimineerden; de vluchtelingen; de ongewensten; …

Op die manier gemeten, lijkt mij zo, doen we het op dit moment niet fantastisch. Als ik kijk daar de schade die het millieu aandoen, de toenemende inkomens-ongelijkheid, de fragmentatie en polarisering die we in de wereld zien, dan denk ik persoonlijk dat onze collectieve vertelling vrij ver is afgedwaald van waar deze zou moeten zijn. In mijn duistere momenten betrap ik me op de gedachte dat we een gezamenlijke nachtmerrie hebben geschapen waar we maar moeilijk uit lijken te kunnen ontwaken.

Ik wil niet suggereren dat de mensheid op moet houden met het vertellings-proces. Dat is hoogstwaarschijnlijk onmogelijk voor ons: het is de basis van ons vermogen om met de wereld om te kunnen te gaan. Maar ik suggereer wel dat het hoog tijd is dat we onze collectieve vertelling die we in de afgelopen eeuwen hebben opgebouwd eens goed onder de loupe nemen, en gezamenlijk proberen deze bewust, en doelgericht, in een nieuwe richting te duwen. Kijkend naar de wereld is ons verhaal altijd een mengelmoes geweest: goed voor sommigen, minder goed voor anderen; oorlog werd gevoerd, vrede werd gesloten; beschavingen kwamen en gingen. Maar in het algemeen was de schade die door de kloof tussen fictie en werkelijkheid veroorzaakt werd vrij lokaal van karakter en in gevolgen. Zelfs als hele beschavingen ten onder gingen waren de gevolgen beperkt in plaats en omvang, zodat de rest van de planeet er geen last van had, of genoeg veerkracht had om de schade op te vangen en zich te herstellen.

Nu, voor de eerste keer in de bekende geschiedenis (als het al eerder is voorgekomen, en daarna volkomen is ingestort, weten we daar tenslotte niets meer van) hebben wij een wereld-omvattende maatschappij gecreeerd, met een collectieve vertelling die ons allemaal verbindt en gebonden houdt. Deze vertelling heeft ons verbazingwekkende technische wonderen opgelevert, onvoorstelbare rijkdom, en een lawine aan wetenschappelijke ontdekkingen. Maar tegelijkertijd verarmt deze vertelling onze fysieke realiteit met toenemende snelheid. Onze planeet is niet in staat dit niveau van beschadiging te absorberen, en is niet opgewassen tegen het gat dat er is tussen wat wij geloven, en wat dat geloof ons laat doen en laat stukmaken. Als wij niet snel een nieuwe vertelling vinden kon dat wel eens onze ondergang zijn: de planeet kan ons niet onderhouden, en we zullen verdwijnen, zoals zovele beschavingen voor ons. Alleen zal het ditmaal een wereldwijde ondergang zijn, die wellicht de hele mensheid zal uitroeien, of zal terugwerpen naar een toestand die primitiever en zwaarder zal zijn dan we in lange, lange tijd hebben meegemaakt. Het is misschien zelfs desastreus genoeg om het leven op de hele planeet te bedreigen – zoveel invloed lijken wij te hebben.

Laten we daarom deze op hol geslagen machine stoppen, voor hij de hele wereld verplettert. Laten we de vertelling veranderen die hem aanstuurt en voortjaagt. Laten we een nieuwe fictie vinden. Een vertelling waarin we alles wat we geleerd, ervaren, en geobserveerd hebben in geheel nieuwe structuren en raamwerken vervatten, om zo ons toekomstig handelen in betere banen te leiden. Laat ons een vertelling vinden dat leidt naar een betere balans tussen ons en onze fysieke werkelijkheid.

En laat ons dat NU doen, voor er eentje aan ons wordt opgedrongen die nog erger is, of voor de mogelijkheid om uberhaupt een collectieve vertelling te hebben definitief van ons wordt afgenomen.