Bard's Reis door het Collectieve Onderbewuste en Hoe Dat Onze Wereld Vorm Geeft
Auteur: Bard
I'm an explorer of how our beliefs shape the world we live in. What fascinates me is how that world would change if we would change some of the most fundamental assumptions we make about the nature of reality.
Verhalen geven richting, intentie en beweging aan onze aspiraties. Een goed verhaal, met onszelf als de held van een heroïsche queeste, helpt ons meer te bereiken, harder te werken, en meer te genieten van wat we onderweg tegenkomen. Maar, net als met verwachtingen, we moeten er wel voor zorgen dat onze verhalen goed zijn afgestemd op de richting die we willen gaan. Inspirerende en opwindende verhalen kunnen ons energie geven en ondersteunen, maar ze kunnen ons ook verleiden en afleiden van onze optimale koers.
Een goed verhaal construeren kost tijd en zelf-reflectie. Het vraagt onderscheidingsvermogen en een kritische geest. In tegenstelling tot wat ons vaak verteld wordt zal de wereld zich niet simpelweg aan ons aanpassen gewoon omdat we blije gedachten denken en ons overgeven aan magisch denken. Er zullen obstakels zijn om te overwinnen en er is hard werk te doen. Sommige dingen kunnen we zelf veranderen, sommige dingen kunnen we indirect beïnvloeden, andere dingen zijn wellicht volledig buiten ons bereik. De beste persoonlijke verhalen balanceren op het scherp van de snede tussen realistisch bereikbaar en onrealistisch begeerbaar. Ze dagen ons uit de grenzen te verleggen van wat we denken aan te kunnen, zonder de werkelijkheid compleet uit het oog te verliezen en slechts fantasieën te worden.
Maar net als onrealistische verwachtingen kunnen over-ambitieuze verhalen een bron van frustratie worden als ze ons voortdurend aanzetten tot het bereiken van het voor ons onbereikbare, of uitkomsten en verbeteringen beloven die nooit werkelijkheid worden. Als we ons onderscheidingsvermogen niet gebruiken eindigen we misschien op de hellingen van Mount Everest zonder uitrusting, vaardigheden en voorbereiding, en zijn voorbestemd teleurgesteld en depressief te worden door het niet halen van de top. Sterker nog, een zeer overtuigend maar ongegrond verhaal kan er toe leiden dat we alle voorzichtigheid overboord gooien en ons in potentieel fatale ondernemingen storten waar we misschien nooit meer bovenop komen.
Dat betekent niet dat we niet groots moeten blijven dromen. Integendeel, alleen stoutmoedige dromen kunnen de beperkende blik op onze huidige situatie doorbreken en ons de energie geven daarbovenuit te stijgen. Maar tussen de droom en de uitvoering moet er een moment van bezinning en overdenking zijn. In die tijd moeten we onze droom tegen het licht van de rede houden en zien waar het ons wellicht voorbij wat we ons zelfs maar kunnen voorstellen te doen drijft, waar we totaal onvoldoende voor zijn voorbereid, de middelen niet hebben, of de natuurwetten compleet negeren. Het allerbelangrijkste is die tijd van bezinning te gebruiken om te zien of en hoe de droom omgezet kan worden in iets dat haalbaar is (of tenminste haalbaar lijkt), in stappen die we onszelf kunnen zien proberen met tenminste een kans op success. Het heeft geen zin op de sterren te mikken als we niet kunnen zien waar we zo’n reis moeten beginnen en ons niet kunnen voorstellen wat de eerste haalbare uitkomst zou kunnen zijn. Ook de langste reis begint met een eerste kleine stap. Het is onze eigen verantwoordelijkheid aan onszelf er zeker van te zijn dat we klaar zijn voor die eerste stap, en tenminste een vaag idee hebben van hoe we daarna verder moeten. Als we die eerste stap zelfs niet een beetje concreet kunnen maken komen we niet alleen nooit bij de sterren uit, we zullen ook de maan nooit bereiken. In plaats daarvan zullen we hoogstwaarschijnlijk hulpeloos neerstorten, of niet eens van de grond komen en vastlopen in misplaatste teleurstelling.
Een sport-auto gebruiken voor off-road racen – ambitieus maar niet zo verstandig – (c) Bard 2018
En we moeten ook nooit vergeten dat de heroïsche queeste een ontdekkingsreis is: veel van wat we onderweg gaan tegenkomen is onbekend wanneer we vertrekken. We moeten erop voorbereid zijn onderweg veel te moeten onderzoeken, ontdekken en leren. Een deel van dat leerproces is aanvaarden dat onze vooronderstellingen over de reis en de bestemming drastisch kunnen veranderen als gevolg van wat we onderweg meemaken. Net als verwachtingen moeten ook onze verhalen onderhouden en bijgesteld worden, en – misschien nog wel meer dan verwachtingen – onderworpen worden aan een regelmatige controle op afstemming en bruikbaarheid. Wat we absoluut niet willen is dat we stug gaan vasthouden aan het verhaal waar we mee vertrokken omdat we daar nu eenmaal aan gehecht zijn geraakt.
Eenmaal aangekomen bij de lagere berghellingen en de valleien daartussen beginnen het water te kalmeren. De stromende beken worden dieper en verbreden zich tot sterke, snel stromende rivieren die nog slechts sporadisch in wanorde en chaos terugvallen als ze in rotskloven en stroomversnellingen terechtkomen. Die rivieren vormen hun omgeving net zozeer als ze erdoor worden vormgegeven. Waar ze door woestijnen stromen is er weelderig leven aan hun oevers; waar ze door oeroude hoogvlaktes gaan snijden ze diepe, beschaduwde kloven uit; en waar ze de lager gelegen velden bereiken deponeren ze rijke, zware, vruchtbare sedimenten. Maar het water zelf – hoewel een deel ervan wordt weggeleid, gevangen en geabsorbeerd tijdens deze reis – stroomt voort, door de zwaartekracht gedreven om de laagste plaats te bereiken die het vinden kan.
Verwachtingen, verhalen en keuzes zijn een paar van de superkrachten die we kunnen gebruiken om ons leven richting, doel en betekenis te geven. Maar zoals alle krachten komen ook deze superkrachten met nadelen, risico’s en consequenties waar we ons bewust van moeten zijn voor we ze gebruiken. Geen enkele kracht die de moeite waard is kan uitsluitend voor goede doelen gebruikt worden; alle krachten hebben duistere en ongewenste neven-effecten, vooral als ze zonder onderscheid worden ingezet. Dat betekent niet dat we beter kunnen ophouden ze te ontwikkelen, zeker niet, maar het betekent wel dat we de valkuilen en schaduwkanten moeten leren begrijpen, leren hoe die te vermijden en hoe ze zo vroeg mogelijk te herkennen, zo dat we op tijd in kunnen grijpen.
Krachten gebruiken houdt in dat we opzettelijk de wereld naar onze hand proberen te zetten. De wereld veranderen – al is het maar een beetje – roept weerstand op. De wereld zelf heeft een eigen traagheid: het kost energie om de status quo te overwinnen omdat die status quo vaak de meest stabiele toestand is op dat moment. En als de wereld eenmaal begint te bewegen zullen meer en meer mensen dat opmerken, waardoor hun eigen persoonlijke weerstand opgeroepen wordt. Die mensen vinden waarschijnlijk vaak dat de wereld best OK is en zijn niet automatisch blij met onze pogingen dingen te veranderen.
Een absoluut noodzakelijke stap in onze reis is er voor te zorgen dat we niet onbewust andere mensen schade berokkenen. Hoe meer we onze krachten ontwikkelen, hoe belangrijker zo’n ethische basis-houding wordt. We kunnen niet altijd vermijden andere mensen pijn te doen; de wereld is te groot en te complex om precies alle consequenties van onze acties vooraf te kunnen inzien. Maar zodra we ons bewust worden of zelfs maar vermoeden dat onze acties andere mensen negatief beïnvloeden is het tijd om wat langzamer aan te doen, na te denken, en te overwegen of er geen andere manier is om verder te gaan.
Die ethische houding is ook belangrijk voor ons eigen welzijn, niet alleen om anderen te beschermen. Voor mij is de motivatie voor persoonlijke groei het kunnen creëren van een meer vervullend en bevredigend leven. Voortdurende vervulling en geluk kunnen alleen ontstaan als we ons bekommeren om andere mensen en een positieve bijdrage in hun leven proberen te hebben. Dat is de fundering voor de sociale kant van ons emotionele systeem. Andere mensen benadelen om er zelf beter van te worden geeft misschien even voldoening maar op den duur zal die voldoening afnemen en in iets veel minder positiefs veranderen.
We zijn allemaal deel van het sociale netwerk en ons welzijn is onlosmakelijk verbonden met het welzijn van de groepen waar we bijhoren. We moeten daarom altijd de wijdere context beschouwen op onze persoonlijke queeste. En het zo af en toe gewoon verkeerd doen. Daar is niets mis mee. We kunnen tenslotte niet verwachten altijd die hele context in kaart te hebben of correct te interpreteren. Maar zodra we ons bewust worden van schade of pijn, veroorzaakt door onze acties, moeten we stoppen, nadenken en bijstellen. Dat is hoe we leren en groeien als mens.
Laten we daarom eens kijken naar elk van de krachten waar ik eerder over geschreven heb en onderzoeken hoe we ze veiliger en effectiever zouden kunnen inzetten. Hoewel de schaduwzijdes nooit compleet zullen verdwijnen is bewustzijn meer dan het halve werk. Voorzien van de juiste waarschuwingen en aanwijzingen zijn we dan klaar om op pad te gaan en ons lot in eigen hand te nemen.
De Last van Verwachtingen
Verwachtingen zijn een sterke kracht die bepalen hoe wij met de mensen om ons heen omgaan. Onze instinctieve neiging om aan die verwachtingen te voldoen is sterk en duwt ons in de richting waar anderen ons verwachten te zien. Als die verwachtingen toevallig overeenkomen met onze eigen ideeën en levensdoelen is het absoluut mogelijk om gelukkig en tevreden precies te doen wat er van ons verwacht wordt. Maar als ze niet overeenstemmen worden die verwachtingen, in plaats van ondersteuning, een tegenkracht die ons wegduwt van het leven dat we willen leiden en de doelen die we ons gezet hebben. Niet afgestemde verwachtingen zijn een zware last: een niet aflatende kracht waar we ons voortdurend doorheen moeten worstelen om vooruit te blijven komen.
Het goed afstemmen van die verwachtingen is echter maar een deel van de oplossing. Hoewel goed afgestemde verwachtingen ons enorm kunnen steunen in onze ontwikkeling, kunnen we nog steeds tegen factoren in de echte wereld aanlopen waar we weinig of geen directe invloed over hebben. We kunnen de natuurwetten niet negeren or veranderen, bijvoorbeeld, en zelfs aan de wetten van de maatschappij waarin we leven kunnen we niet zomaar ontsnappen. We hebben dan wellicht het bijna ongelimiteerde vermogen om te leren en te groeien, maar we worden ook geboren met een unieke combinatie van talent en aanleg waardoor het niet persé waar is dat we alles kunnen worden wat we maar willen. Iemand die toon-doof is wordt waarschijnlijk geen muzikaal genie, en een klein, iel persoon is niet bepaald geschikt om een zwaargewicht boxer te worden. Wanneer onze eigen verwachtingen, al dan niet gesteund door anderen, onrealistisch worden of onze daadwerkelijke situatie en ware potentieel negeren kan dat een zware last voor ons zijn en ons veel stress opleveren.
Maar er is hier een diepere les uit te leren; een les die bewustzijn, zelfkennis en een hoeveelheid ‘out-of-the-box’ denken vereist. De eerste les is dat als we ons bewust worden van de last die verwachtingen op ons leggen (die van onszelf of van onze omgeving) en we inzien dat onze stress het gevolg is van de onrealistische aard van die verwachtingen we niet meteen die verwachtingen moeten verwerpen. Het is dan misschien niet mogelijk om precies aan die verwachtingen te voldoen, maar misschien is er een manier om onze ambities anders te vorm te geven. Mogelijk is er een manier om de reis voort te zetten en het uiteindelijke doel voor ogen te houden door onze aannames over en interpretaties van dat doel te veranderen, in plaats van het doel helemaal op te geven. We kunnen misschien geen vogels worden (tenzij de genetica ineens een gigantische sprong vooruit maakt) maar er zijn veel manieren om te leren vliegen. We leren misschien nooit een muziekinstrument te bespelen, maar wellicht kunnen we een hele nieuwe manier van muziek produceren uitvinden. We moeten deze vuistregel onthouden wanneer we de verwachtingen waar we onder lijden onderzoeken: als ze onmogelijk lijken, onrealistisch of vol tegenstrijdigheden moeten we allereerst de aannames onderzoeken die we over die verwachtingen hebben. In de meeste gevallen wordt het grootste deel van onze stress veroorzaakt door de limiterende of tegenstrijdige aannames die we zelf hebben over de vorm waarin we aan onze verwachtingen denken te moeten voldoen, en niet zozeer door de aard van de verwachtingen zelf.
—
Een subtielere, maar niet minder volhardende, schaduwzijde van verwachtingen komt voort uit onze neiging onze situatie te vergelijken met de idealen die in onze verwachtingen besloten liggen. Vrijwel altijd valt die vergelijking in ons nadeel uit. De werkelijkheid is nooit volmaakt en hoe idealistischer de verwachtingen zijn waarmee we onszelf vergelijken, hoe meer ons verstand ons zal vertellen dat we een mislukking zijn omdat we niet eens aan onze eigen verwachtingen kunnen voldoen.
De wereld voldoet niet altijd aan onze verwachtingen – (c) Bard 2003
Die teleurstellende vergelijking is een constante bron van lijden en verdriet in de wereld, hoewel het in feite slechts een spelletje is dat ons verstand met ons speelt. Verwachtingen, hoe krachtig ook, zijn niet de werkelijkheid en moeten ook nooit als absoluut gezien worden. Ze zijn een richting, een kracht om ons te helpen dichter bij ons doel te komen. We halen dat doel misschien nooit, maar dat is niet belangrijk. Zolang we dichterbij blijven komen zijn we op de goede weg, en daar gaat het feitelijk om: de reis is belangrijker dan het arriveren. Onze verwachtingen gebruiken om ons vooruit te helpen komen zonder dat we ons er gek door laten maken vereist dat we een mentaal evenwicht vinden tussen ons onverzettelijk vasthouden aan het nastreven van onze idealen en tegelijkertijd ons emotioneel distantiëren van het daadwerkelijk bereiken daarvan. Het is niet dat we onze doelen niet willen bereiken, verre van, maar dat we vrede hebben met het idee ze net niet te halen, zolang we maar de voldoening voelen van er dichterbij te komen en ons meer en meer in harmonie te voelen met ons ideale verhaal en de reis daarnaartoe.
—
Tot slot is het belangrijk te onthouden dat verwachtingen, net als het leven, niet statisch zijn. Ze evolueren door de tijd heen door een combinatie van wat we zelf doen – onze woorden en daden – en hoe anderen daar weer op reageren, in de vorm van roddels, nieuwe verhalen en interpretaties. Elke keer dat wij ons begeven in de sociale ruimtes waar we deel van zijn worden bestaande verwachtingen getest en bijgesteld.
Verwachtingen moeten we daarom voortdurend onderhouden. Om op koers te blijven moeten we zorgen dat de verwachtingen die ons voortdrijven nog steeds overeenkomen met onze gewenste reis en bestemming. Als dat niet meer het geval is moeten we in actie komen om dat te corrigeren. Dit betekent dat we voortdurend moeten blijven observeren hoe anderen met ons omgaan en hoe wijzelf daarop reageren, om op die manier een goed idee te hebben van wat er werkelijk van ons verwacht wordt. En dan moeten we die informatie gebruiken om de verwachtingen die anderen van ons hebben bij te stellen om ongewenste veranderingen zo vroeg mogelijk te minimaliseren, voordat ze al te diep genesteld zijn in het bewustzijn van de mensen om ons heen.
Net als ons streven om het gat tussen onze verwachtingen en de werkelijkheid zo klein mogelijk te maken, is ook het afstemmen van wat anderen van ons verwachten een spel zonder einde. En net als het feit dat het niet kunnen bereiken van perfectie ons niet moet tegenhouden ernaar te blijven streven, zo moet ook het feit dat we onmogelijk alle verwachtingen die anderen over ons hebben in ons voordeel kunnen ombuigen ons er niet van laten weerhouden toch constant te blijven werken aan een betere afstemming daarvan. Laten we dit deel van het proces zien als een dans die we aangaan met de mensen in onze sociale cirkels: een dans op muziek die we gezamenlijk maken, met stappen en bewegingen die we samen uitvinden terwijl we aan het dansen zijn. Onderdeel van onze sociale natuur is onze vaardigheid ons met elkaar te synchroniseren door samen sociale activiteiten te ondernemen. Het afstemmen van collectieve verwachtingen maakt hiervan op subtiele wijze gebruik. Op dezelfde manier dat we van het dansen kunnen genieten om het dansen zelf, kunnen we het onderhouden van verwachtingen leren waarderen als een activiteit die onze levens verrijkt en energie geeft aan onze reis.
Op hun weg naar beneden komen de kleine waterstroompjes elkaar tegen en combineren zich tot grotere stromen, hun krachten zodanig toenemend dat ze nu obstakels opzij kunnen duwen of met zich meeslepen op hun reis. Het water verandert van kristalheldere en zacht babbelende beekjes in met zand en modder gevulde, zwaar stromende rivieren en wild kolkende stroomversnellingen. Het geluid van het voortjagende water is nu luid genoeg om alle andere geluiden te overstemmen. De berghellingen worden echoputten voor de vele stemmen van het water en de lucht zelf wordt bijna zichtbaar verstoord door het constante geraas dat de stromen produceren op hun zoektocht naar de snelste manier om de valleien onderaan de bergen te bereiken.
Het kunnen maken van keuzes is een fundamenteel menselijke eigenschap. Wij maken voortdurend keuzes. Iedere handeling of niet-handeling is een keuze. Iedere reactie, of het uitblijven daarvan, is een keuze. We kunnen het kiezen niet vermijden: uitgerust als we zijn met onderscheidingsvermogen en het vermogen beslissingen te nemen, zijn we iedere keer dat we ons bewust worden dat er een keuze te maken is tevens gedwongen te kiezen. Zelfs kiezen niet te kiezen is natuurlijk een keuze. Keuze is onvermijdelijk.
De onvermijdelijkheid van keuzes kan vaak als een last aanvoelen. Het betekent dat we niet zomaar erop los kunnen leven, onze impulsen volgen en de gevolgen negeren. Omdat we de macht hebben te kiezen zijn we, onontkoombaar, verantwoordelijk voor de gevolgen van de keuzes die we maken (of vermijden). We voelen ons dan ook niet zelden schuldig wanneer dingen niet zo uitpakken als we verwachtten en onze keuzes (wellicht onbedoeld) onszelf en andere mensen tot last zijn of zelfs schade toe brengen. Schuld is echter een negatieve emotie die ons niet meer maar minder verantwoordelijk maakt voor de consequenties van onze acties, omdat schuld ons neigt te verlammen. In plaats van onze acties te beschouwen en de gevolgen zo objectief mogelijk te beoordelen, om dan te reageren op een manier die het positieve maximaliseert en het negatieve minimaliseert, raken we door onze schuldgevoelens vaak zo geobsedeerd door het negatieve dat we helemaal niet meer reageren.
Het mooie van keuzes, en een tegengif tegen schuldgevoelens, is ons te realiseren dat hoewel we het onmogelijk altijd goed zullen doen en nooit compleet kunnen vermijden dat we schade aandoen met de keuzes die we maken, we tevens altijd de macht en de mogelijkheid hebben de volgende keer betere keuzes te maken. Keuzes stellen ons in staat te leren van onze vergissingen en te blijven werken aan het verbeteren ervan. En iedere keer dat we een bewuste keuze maken om het dit keer beter te doen groeit ons vermogen om op een positieve manier aan de wereld bij te dragen. Een positieve bijdrage waar we zelf voor kiezen.
Bewuste keuzes zijn die momenten waarop we even stilstaan, de toestand in ogenschouw nemen, om vervolgens doelgericht verder te gaan, in bewuste harmonie met onze overtuigingen, aspiraties en doelen. Zulke keuzes worden toekomst-bepalende momenten: veel van de de schier oneindige veelheid van wat mogelijk was voor we kozen valt ineens weg, en behoort niet langer tot de mogelijkheden. Onze keuze reduceert de oneindige complexiteit. Die overigens nog steeds oneindig complex blijft – dat is nu eenmaal een eigenschap van het oneindige – maar we hebben het gesnoeid en ingeperkt; omgebogen – hoe subtiel ook – naar onze eigen smaak en verlangens.
Wat deze macht vele malen sterker maakt is wanneer onze keuzes niet alleen bewust maar ook consistent zijn. Consistente keuzes maken betekent niet dat we altijd precies hetzelfde kiezen, maar dat we onze keuzes baseren op een set van principes of een raamwerk voor hoe we keuzes maken. Op die manier worden onze keuzes een vormende kracht met toenemende invloed en uitwerking. Een reeks van kleine maar consistente keuzes zijn als de duwtjes die we een schommel geven: ze zijn misschien niet al te krachtig op zichzelf, maar als we ze goed timen en nauwkeurig richten bouwen ze momentum op totdat ze de schommel ver en hoog doen uitzwaaien.
Iedere keuze brengt ons ergens anders – (c)Bard 2016
De verhalen waar we de vorige blog over spraken vormen een krachtig raamwerk voor het maken van consistente keuzes. Het gebruik maken van ons eigen verhaal op deze manier geeft ons twee belangrijke gereedschappen om mee te werken:
Het geeft ons een raamwerk om de keuzes die we maken te evalueren. Voor iedere optie kunnen we ons afvragen: “Helpt dit me verder op mijn weg, of leidt het me er vandaan?” Meestal is het mogelijk door een keuze te meten aan ons levensverhaal een rangorde te maken van onze opties in volgorde van afstemming met dat verhaal.Het lijkt logisch om vervolgens de best afgestemde optie te kiezen. Maar het is geen slecht idee om eerst een realiteits-controle uit te voeren om te zien of er geen consequenties of neven-effecten aan de meest voor de hand liggende optie verbonden zijn. In het algemeen, echter, kunnen we stellen dat de best afgestemde optie de voorkeur heeft, tenzij er duidelijk ongewenste kanten aan kleven.
Het geeft ons een manier om de uitkomst van onze keuzes te evalueren door onszelf regelmatig af te vragen: “Boek ik vooruitgang op mijn levensreis? Zie ik verbeteringen of voortgang in die gebieden die het meest relevant voor mij en het levensverhaal waar ik mij aan heb toegewijd zijn?”
Zelfs als onze keuzes niet onmiddellijk leiden tot de gewenste uitkomst – en dat doen ze meestal niet, omdat het terrein dat voor ons ligt grotendeels onbekend is en we het moeten verkennen en ervan leren voor we beter kunnen worden in het maken van de juiste keuzes – met ons verhaal om ons te leiden kunnen we bewuste keuzes blijven maken en zo onszelf toestemming geven de auteurs te worden van ons eigen levensverhaal, de regisseur van ons eigen drama, en tevens daarin de belangrijkste acteur of actrice.
Dat is de macht van keuzes: de wereld vormgeven naar ons beste vermogen om haar te laten samenvallen met het verhaal dat we willen leven, in plaats van machteloze, passieve passagiers en toeschouwers te blijven van een wereld die aan ons voorbij gaat.
Wij zijn een verhalen vertellende soort. Dat is hoe we de wereld begrijpbaar maken. Het is hoe we onze ervaringen met anderen delen, en hoe we ons met elkaar verbinden, bij elkaar blijven en samen evolueren. Wat onze ervaring van de werkelijkheid betreft: tenzij we het in een verhaal kunnen vatten kunnen we niet echt zeggen dat we het op een betekenisvolle manier beleefd hebben.
Als een boom omvalt in het bos maakt het waarschijnlijk geluid, zelfs als er niemand is om hem te horen te vallen. Maar zonder een mens daar om het te aanschouwen, te beleven en vervolgens in een spannend verhaal te gieten over een woudreus die met donderend geraas tegen de vlakte ging, en hoeveel indruk dat maakte op de verteller, had die boom net zo goed in stilte kunnen omvallen. Het medium dat het fysieke geluid draagt is de lucht, maar het metafysische geluid wordt gedragen door het verhaal – en wat ons mensen betreft is dat metafysische geluid het enige dat telt.
Verhalen helpen ons de werkelijkheid te categoriseren en te ordenen zodat ze beter te begrijpen en te manoeuvreren is. We gebruiken verhalen om belangrijk te maken wat anders willekeurige gebeurtenissen zouden zijn. Verhalen zijn niet statisch. Ze beschrijven en categoriseren niet alleen hun inhoud: ze brengen die inhoud ook tot leven door ze beweging en momentum te geven. Onze verhalen imiteren onze ervaringen door zich in de tijd af te spelen: met een begin, een midden en een einde. Verhalen vangen en verrijken de werkelijkheid die wij ervaren door er een gevoel van richting aan te geven: een intentionele beweging die onze verhalen van het begin tot het einde vult met een diepgevoeld belang.
Om een richting te hebben moeten verhalen actie bevatten; ze moeten gaan over dingen die gebeuren en – om het een menselijk belang te geven – dingen die we doen om dat te laten gebeuren of in reactie tot wat er gebeurd is. Vanuit een verhalend perspectief zijn we veel meer levende doeners dan levende wezens. We zijn meer proces dan voorwerp. Onze aard wordt gedefinieerd door beweging, transformatie en progressie: van geboorte tot dood, van voedsel naar weefsels en energie, van verlangen naar actie, van angst naar vluchten of vechten, het zijn veel meer de processen dan de voorwerpen die de essentie uitmaken van ons leven.
Al dit levende doen is zowel circulair als voortschrijdend: circulair omdat leven komt en gaat in vele met elkaar verbonden cycli; voortschrijdend omdat – tenminste in onze beleving – het leven een richting, doelen en bedoeling lijkt te hebben dat het vooruit en omhoog drijft in plaats van uitsluitend in de rondte. De cycli herhalen zich, maar zijn nooit precies hetzelfde. Het leven evolueert, soorten komen en gaan, het leven wordt complexer, ingewikkelder als eenvoudige vormen zich combineren tot samengestelde…. Het is zozeer dat we richting en vooruitgang waarnemen in de wereld om ons heen. We leggen richting en vooruitgang op aan die wereld om het structuur en betekenis te geven. Het leven zou ondraaglijk zijn voor ons als het geen richting had. Wij hebben dat gevoel van betekenis en zingeving nodig – iets dat ons in beweging houdt en iets geeft om voor te gaan – en een gevoel dat we de juiste kant op gaan. We kunnen bijna alles verdragen op onze reis als die reis maar ergens toe leidt. Een reis die geen doel heeft of bestemming is amper een reis te noemen: het is een doelloos rondzwerven in een eindeloze leegte zonder een gevoel van vooruitgang om onze bewegingen aan af te meten.
Dat is waarom verhalen zo belangrijk voor ons zijn. Ze brengen orde, intentionaliteit, doelgerichtheid en daadkracht. Onze verhalen helpen ons de wereld te begrijpen, zelfs als dat begrip niet meer is dan een figment van onze eigen verbeelding. We “geven” zin aan de wereld in plaats van het te “vinden”: het is een constructie van de menselijke geest, niet iets dat vooraf al klaar lag om ontdekt te worden. En terwijl we zin geven door verhalen te vertellen, geven onze verhalen ons energie, motivatie en de wil om door te gaan op onze reis, en te blijven streven naar vooruitgang.
Verhalen helpen ons navigeren in een complexe wereld – (c)Bard 2015
Om ons te kunnen verbeteren hebben we een gevoel van richting nodig: we hebben iets nodig om naar toe te bewegen, iets dat ons voortdrijft en het mogelijk maakt onze drukke te bestaan te veranderen in een avontuur, met een begin, mijlpalen, vooruitgang en een eindbestemming. Omdat we allemaal (grotendeels) de auteurs van ons eigen levensverhaal zijn zou je kunnen zeggen dat de feitelijke richting er niet toe doet – het is toch allemaal fictief. Als middel tot zelfverbetering echter, en om een doelgericht en vervullend leven te leiden, doet die richting er wel degelijk toe, en vereist van ons reflectie en overdenking. De macht om onze eigen richting te kiezen, ons eigen pad te lopen en ons eigen verhaal te schrijven vormt deel van de menselijke staat: we hebben niet altijd de macht om de omstandigheden waarin we leven te veranderen maar we hebben altijd de macht om de manier waarop we die omstandigheden beleven zelf te bepalen. Het bewust toepassen van die macht maakt ons tot actieve deelnemers in plaats van passieve voorwerpen in de stromingen in de rivier van het leven.
Ik wil niet beweren dat we simpelweg door het maken van ons eigen verhaal en het kiezen van een eigen richting gegarandeerd onze zelf-gekozen doelen zullen bereiken, of onze missie daadwerkelijk zullen vervullen. Maar als we niet ons eigen verhaal creëren hebben we helemaal niets om ons op te richten, en vinden we nooit dat gevoel van vervulling dat we krijgen middels een reis die we zelf kiezen en vrijwillig afleggen, gesteund door onze eigen volharding en ons eigen doorzettingsvermogen.
Dat is de macht van verhalen: ons het gevoel te geven dat we op reis zijn ergens heen, in plaats van heen en weer gegooid te worden door de willekeur van de krachten om ons heen, zonder richting of vooruitgang. Verhalen vangen de menselijke macht van zingeving en intentionaliteit. De wereld mag chaotisch zijn, verwarrend en uiteindelijk onverschillig ten opzichte van ons lijden, maar onze persoonlijke en collectieve verhalen veranderen de chaos in ordelijke structuren, de verwarring in betekenis en begrip, en weerstaan de onverschilligheid van het Universum door nadrukkelijk te stellen dat onze levens er toe doen, omdat wij daarvoor kiezen.
Eenmaal in beweging gekomen zoekt het water onophoudelijk naar manieren om af te dalen, om de hoge plekken te ontvluchten waar het zo lang gevangen was en haar weg naar beneden te vinden. Het water sluipt langs rotsen en grind, door geultjes en kuilen. Te zwak om voor zichzelf een pad te banen zijn de mini-stroompjes gedwongen een omweg te zoeken langs zelfs de kleinste obstakels. Maar het water zet door en blijft gaan, soms een opening vindend om door weg te stromen, soms net lang genoeg opgehouden wordend om voldoende water te verzamelen tot het kracht genoeg heeft om het obstakel opzij te duwen en verder omlaag te haasten.
Wij zijn een diep sociale soort. Vanaf het moment dat we geboren worden tot aan ons overlijden steunen we op andere mensen voor ons overleven en welzijn. Onze overlevings-instincten zijn nauw verbonden met onze sociale behoeftes en gedrag en een van onze diepste behoeftes is om erbij te horen: bij iemand, bij een familie, een groep, een gemeenschap, een land, … Ons gevoel van veiligheid en welzijn is zo sterk verbonden met de groepen waar we ons mee identificeren dat buitengesloten worden door een van die groepen traumatisch en pijnlijk is, mentaal vergelijkbaar met de amputatie van een arm of been, of een diepe interne verwonding. Onze harten breken als een geliefde overlijdt of ons verlaat; we worden ziek van eenzaamheid en heimwee als we te lang gescheiden zijn van onze families en huizen; ons immuunsysteem laat ons in de steek als we ons geïsoleerd, vervreemd en ongewenst voelen. Wij moeten ergens bij horen om te overleven.
De mensheid, zowel slim als flexibel, heeft veel verschillende manieren ontwikkeld om sociale structuren te bouwen en te onderhouden. We hebben verhalen, regels en rituelen; fysieke markeringen zoals tatoeages, littekens, verf en klederdracht; fysieke barrières zoals muren, grachten en grenzen; allemaal manieren om de banden binnen de groep te versterken en te onderscheiden van en te beschermen tegen alle anderen.
Sociale verbanden – zelfs als ze worden versterkt en ondersteund door culturele mechanismes – zijn weliswaar sterk maar ze zijn niet onbreekbaar. In werkelijkheid, door de complexiteit van menselijke interacties, met onze vele lagen van gevoelens, emoties, drijfveren en overtuigingen, gekoppeld met een fundamenteel spanningsveld tussen the behoeftes van het individu en de behoeftes van het collectief, zijn de verbanden die wij aangaan nooit compleet stabiel, worden regelmatig op de proef gesteld, en kunnen op dramatische wijze en abrupt breken. Die breekbaarheid van onze sociale verbanden zet ons voortdurend onder druk. We kunnen het ons niet veroorloven dat te negeren, want een moment van onoplettendheid kan ons een subtiele verandering in de houding van de mensen om ons heen over het hoofd doen zien en ertoe leiden dat we ineens aan de verkeerde kant staan van een sociale verschuiving. Dus zijn we voortdurend op onze hoede, sociaal gezien, en verzamelen onophoudelijk informatie via onze eigen sociale interacties en de interacties die we waarnemen om ons heen om te meten hoe veilig en zeker we zijn binnen de groepen waar we ons mee identificeren.
Dit is waarom we roddelen en zo graag over andere mensen praten als ze er niet bij zijn; dit is waarom we zo graag met onze vrienden afstemmen over wie ‘in’ is en wie ‘uit’. Dit ligt ten grondslag aan de verslavende werking van het krijgen van ‘likes’ op Facebook en het plaatsen van selfies en plaatjes van ons ontbijt op Instagram of Snapchat. We testen voortdurend of we nog wel horen bij de ‘in’ groep, of we ons nog wel veilig binnen de grenzen bevinden van wat onze groep interessant, aantrekkelijk of op z’n minst aanvaardbaar vindt.
Maar het is niet voldoende om te weten of we nog acceptabel en geaccepteerd zijn, we moeten ook voortdurend de verschuivende stemmingen en voorkeuren van de groepen waar we mee omgaan en de mensen waar we van afhankelijk zijn kunnen zien aankomen en anticiperen. Om er zeker van te zijn dat we deel blijven uitmaken van ons sociale vangnet moeten we van moment tot moment weten wat er van ons verwacht wordt. We moeten weten hoe andere mensen ons zien en hoe ze verwachten dat wij ons zullen gedragen. We moeten de subtiele signalen begrijpen die onze mede-groepsleden uitzenden om aan te geven dat ze deel zijn van dezelfde groep. En dat moeten we in genoeg detail en diepgang opvangen en begrijpen om ons in staat te stellen te voldoen aan het beeld dat andere mensen van ons hebben, zodat we ze niet verrassen of teleurstellen, omdat ze ons dan wellicht zouden verstoten en ons geïsoleerd en alleen achterlaten.
Deze behoefte om te voldoen aan hoe andere mensen ons zien is de basis van de mach van de verwachting.
Omdat door anderen geaccepteerd worden zo nauw verweven is met onze diepste overlevingsinstincten bestuderen we allemaal voortdurend de mensen om ons heen – vooral de mensen die belangrijk voor ons zijn – om uit te vinden hoe zij verwachten dat wij ons zullen gedragen, om ons vervolgens te modelleren naar die verwachtingen om ze niet teleur te stellen. En zo dragen wij allen de maskers die anderen ons graag zien dragen zodat we geen kanten van onszelf hoeven te laten zien die hen van ons af zou kunnen doen keren.
Wederzijdse verwachtingen: als ik aardig ben tegen jou, ben jij aardig tegen mij (c) Bard Papegaaij
Dit is meestal geen bewust proces, tenminste voor de meesten van ons. Wij passen bijna allemaal constant en naadloos onze publieke personas aan aan de verwachtingen van de mensen waar we mee omgaan, zonder daar bij na te denken, zonder er zelfs maar bewust van te zijn. Het is een bijna volledig automatisch proces dat altijd aanstaat en op subtiele (of minder subtiele) wijze ons gedrag bijstelt zodat het precies past bij het mentale model dat andere mensen hebben van wie wij zijn.
We moeten dit niet zien als bedrog. De personas die we in onze sociale interacties aannemen zijn niet bedoeld om andere mensen te misleiden of te bespelen. Het is eigenlijk precies andersom: die personas – de versies van ons die andere mensen verwachten te zien wanneer ze met ons omgaan bespelen ons op een vrij fundamentele wijze. Ze bepalen niet alleen ons gedrag, ze beïnvloeden ook onze waarnemingen en gedachten. Onze sociale maskers beïnvloeden onze emotionele reacties en mentale modellen. Ze laten ons denken en voelen zoals het personage voelt dat we hebben aangenomen, zodat we waarnemen wat dat personage zou waarnemen en negeren wat dat personage liever niet zou zien. Experimenten hebben aangetoond dat onder druk van de groep individuen onbewust hun eigen opvattingen over de waarheid veranderen om niet uit de toon te vallen met de mensen om hen heen. In andere woorden: we neigen te worden wat andere mensen ons verwachten te zijn.
Betekent dit dat we machteloos zijn in de aanwezigheid van anderen? Zijn we eenvoudigweg gedoemd om variaties van onszelf te spelen bepaald door de hoe andere mensen ons zien? Zijn we in werkelijkheid dan slechts toneelspelers op het toneel van onze medemensen, gedwongen om de rollen te spelen die zij aan ons toewijzen, hulpeloos de teksten herhalend die zij van ons willen horen?
Niet persé! Er is een manier om de macht van de verwachtingen in ons eigen voordeel te gebruiken en de macht over onze eigen missie in dit leven terug te nemen. Die manier begint met de realisatie dat wat andere mensen van ons verwachten niet een vaststaand gegeven is, maar groeit en evolueert gedurende de tijd dat we met ze omgaan. Verwachtingen zijn niet statisch maar vloeibaar, onderhevig aan verandering en beïnvloed door vele factoren, soms direct door ons te bepalen of tenminste sterk te sturen in de richting van onze eigen doelen en intenties. Beginnend met de eerste indruk die mensen van ons hebben – die zich doorgaans al begint te vormen voor ze ons ontmoeten, gebaseerd op geruchten, roddels, en andere informatie die publiekelijk over ons beschikbaar is – tot de veel meer gedetailleerde en dieper ingebedde mentale modellen die ze opbouwen als ze ons vaker zien en ons in meer detail kunnen observeren: wat andere mensen van ons verwachten wordt gedeeltelijk door henzelf bepaald, maar tevens gedeeltelijk gevormd door hoe wij ons naar hen toe presenteren.
Als we ons niet bewust zijn van dit verwachtingsmechanisme kan het makkelijk een zelf-bevestigende vicieuze cirkel worden: wat mensen van ons verwachten zorgt dat wij ons gedragen in overeenstemming met die verwachtingen, wat bevestigd wat zij al verwachtten en hun mentale model van ons versterkt, waardoor het nog moeilijker wordt voor ons om daar niet aan te voldoen. Als we niet opletten kunnen we terechtkomen in een voortdurende dans van verwachtingen en voorspelbare reacties en steeds meer een fictieve versie van onszelf spelen, in plaats van onze ware aard te tonen en ons authentiek te gedragen. Hoe langer we dit doen, hoe meer ‘gedomesticeerd’ we raken: we vergeten zelfs dat we een authentieke zelf hebben, en zouden ons verloren en hulpeloos voelen als de verwachtingen waar we ons door laten sturen ineens zouden verdwijnen.
Als we ons wel bewust zijn, en de druk begrijpen die verwachtingen op ons uitoefenen, kunnen we die macht inzetten in ons eigen voordeel.
Om dit te kunnen doen moeten we allereerst onze eigen verwachtingen ten opzichte van onszelf duidelijk definiëren en helder voor ogen hebben, iedere keer dat we met andere mensen omgaan. In plaats van de versie te accepteren die andere mensen van ons willen zien moeten we werken aan een authentieke versie: de fictie die het dichtste ligt bij wie wij zelf willen zijn, en hoe we gezien willen worden. We moeten iedere ontmoeting met andere mensen zien als een kans om ze die authentieke versie te tonen, en ons voorbereiden om die versie van ons zo consistent en overtuigend uit te beelden in onze woorden en daden dat de mensen waar we mee omgaan niet anders kunnen dan hun verwachtingen en mentale modellen van ons aanpassen aan wat wij ze laten zien. Het klinkt misschien paradoxaal, maar om de krachten die ons wegduwen van onze authentieke zelf moeten we ons bewust oefenen in het authentiek zijn en dat net zolang repeteren tot we het spontaan kunnen doen. Dit is de ultieme vorm van ‘method acting’: de rol spelen van wie je wilt zijn tot je het niet langer meer speelt, maar bent.
De rol van wie je werkelijk bent of wilt zijn goed spelen is vooral belangrijk in de eerste directe ontmoeting met iemand. Zoals gezegd, de meeste mensen hebben al verwachtingen over ons gedrag voor ze ons ontmoeten, gebaseerd op publiekelijk beschikbare informatie, maar in de meeste gevallen is dat mentale model vrij oppervlakkig en onder voorbehoud. Door ze in die eerste cruciale momenten van die eerste ontmoeting duidelijk, consistent en overtuigend gedrag te laten zien hebben we een redelijke kans hun verdere verwachtingen van ons dicht aan te laten sluiten bij hoe wij willen dat ze ons zien. En als die verwachtingen eenmaal verankerd zijn kunnen we onszelf zijn zonder verder te hoeven vechten tegen ongewenste verwachtingen, simpelweg door datgene te doen wat toch al van ons verwacht wordt. Dit werkt in ieders voordeel: wij hoeven ons niet te verzetten tegen onwelkome verwachtingen, en zij voelen zich veel meer op hun gemak in ons gezelschap omdat we ons steeds gedragen zoals zij van ons verwachten.
Dat is, in een notendop, de macht van verwachtingen: ze direct aan het begin van onze interacties met mensen op de juiste manier verankeren en vervolgens zorgvuldig onderhouden zorgt ervoor dat wat mensen van ons verwachten en wat wij willen dat ze van ons verwachten op een lijn liggen, waarmee die verwachtingen een krachtige ondersteuning worden om ons verder te helpen op onze weg en om ons het leven te laten leven waar wij zelf voor kiezen. Laten we echter die verwachtingen over aan het toeval en de omstandigheden en negeren we ze in hoe we ons gedragen in het gezelschap van mensen die belangrijk voor ons zijn, dan kan diezelfde macht ons tegenwerken en proberen ons terug te duwen in het verhaal dat andere mensen voor ons bedenken, in plaats van ons eigen verhaal te kunnen volgen en beleven.
Nadat er vele maanden voorbijgegaan zijn waarin de sneeuw – hoe vaak ze ook veranderde – een constante deken was over alles, brengt één ochtend iets nieuws in deze vrijwel verstilde wereld. In de plekken die het meest aan de zon zijn blootgesteld begint het water te ontwaken uit haar ijzige staat. Druppels beginnen te vallen, onhoorbaar in de sneeuw, of duidelijk spetterend op de kale rotsen. Als de zon stijgt en haar warmte dieper doordringt in de sneeuw, verzamelt het smeltwater zich in minuscule stroompjes and groeit het geluid van water stromend onder de sneeuw en over de rotsen, tot de constante en permanente stilte van het bevroren landschap vervangen is door de constant veranderende maar even voortdurende uitbundigheid waarmee het water opgewonden een gesprek aangaat met zichzelf en alles waar het mee in aanraking komt.
Het is niet moeilijk om ons machteloos te voelen in deze grote en complexe wereld. We zijn tenslotte maar kleine individuen in een zee van miljoenen mensen. Hoe zouden wij ooit kunnen denken enige invloed te kunnen hebben? En dus laten we ons min of meer meeslepen met de stromingen in de wereld om ons heen, zonder echt stil te staan bij waar dit ons heenleidt. We voelen ons verloren in een wildwaterstroom van vluchtige gebeurtenissen en willekeurige momenten en mogen blij zijn dat we nog net ons hoofd boven water kunnen houden. En zelfs als we ons gelukkig prijzen in leven te zijn blijft er nog het constant knagende gevoel dat er meer zou moeten zijn in het leven; dat deze slopende strijd om te overleven niet alles kan zijn waar het leven om gaat. Zelfs als we relatief succesvol zijn en ons naar de top gewerkt hebben, als al wat we doen het nog even uitstellen is van het onvermijdelijke einde laat dat ons achter met een diepgevoelde onrust en gebrek aan vervulling.
Het hoeft niet zo te zijn. We hoeven ons niet machteloos, stuurloos en leeg te voelen. Zelfs als we door het woeste water van het leven heen en weer gegooid en onweerstaanbaar voortgetrokken worden kunnen we keuzes maken. Meer keuzes dan we ons kunnen voorstellen. De levensstroom is complex of zelfs chaotisch, en dat betekent dat er vele momenten zijn waarop verschillende mogelijke toekomsten zich afsplitsen van de hoofdstroom; momenten waarop zelfs een minieme verandering van richting ons heel ergens anders kan doen uitkomen. Het zijn die momenten van divergentie – de plaatsen waar die ene stroom er twee of meer wordt – waarin onze momenten van keuze liggen. Waar het heden vele toekomsten heeft is het onze daad van kiezen – bewust en doelgericht kiezen – waar wij zelf het verschil kunnen maken. Keuze is de macht de ieder van ons heeft over de oneindige complexiteit waar we allemaal aan meedoen.
Die macht doelgericht toepassen: dat geeft ons leven vervulling. Ervaren hoe wij zelf een andere toekomst teweegbrengen dan degene waartoe we leken voorbestemd, dat geeft ons het gevoel dat we verschil maken. Onze keuzes doelbewust maken, met voorbedachte rade en zo doordacht mogelijk – zelfs als we ten volle beseffen dat we maar een beperkt deel kunnen weten en zien van waar die keuzes ons toe leiden – dat is wat ons een gevoel van richting geeft.
Om daartoe in staat te zijn moeten we drie dingen oefenen: bewustzijn, een gevoel van richting, en de kracht voelen van een doel in ons leven hebben. Met die krachten voldoende ontwikkeld kunnen we onze keuzes doelgericht maken en wordt elke keuze, hoe klein en schijnbaar onbelangrijk ook, een steentje in het pad dat ons voorwaarts leidt naar een toekomst de we zelf creëren. Bewuste, weloverwogen, doelgerichte keuzes geven ons de macht om de woeste rivier van het leven te bevaren en haar snelheid en kracht in ons eigen voordeel te gebruiken. Bewuste keuzes veranderen ons van een hulpeloze drenkeling die zich wanhopig vastklampt aan stukken wrakhout en laatste strohalmen in de stuurman van ons eigen lot – werkend met de rivier in plaats van ertegen vechtend, haar wildheid en verrassende wendingen accepterend als geschenken en nieuwe mogelijkheden.
Gebruiken wij de rivier of de rivier ons?
Voor het maken van zulke keuzes hebben we een raamwerk nodig: iets dat ons helpt onze keuzes te af te wegen zodat we de opties kunnen kiezen die ons het meest waarschijnlijk verder zullen brengen op het pad dat we besluiten te lopen. We hebben een geloofssysteem nodig met waardes, doelen en prioriteiten. Onze opvoeding bood ons vele van zulke geloofssystemen: de culturele raamwerken van onze families, leeftijdgenoten, collega’s, leraren en leraressen, bazen, politieke en religieuze leiders, …. Maar als we passief accepteren wat al die anderen ons aanbieden – zonder vragen te stellen en duidelijkheid te eisen – worden onze keuzes hun keuzes, toegepast op ons leven en worden we gestuurd en geleefd waar anderen ons willen hebben.
Om onze keuzes echt eigen te maken moeten we eerst op reis gaan; een reis naar binnen, naar onze eigen gevoelens, emoties, traumas, gewoontes, … Dit is een reis van verkenning, onderscheid, aanpassing, en focus. Maak deze reis met goed gevolg en we komen ervan terug met een geloofssysteem dat nu echt van onszelf is. Het past nu bij ons temperament, als een perfect passend maatpak, en bovenal geeft het ons een gevoel van stroming en synchroniciteit wanneer we kiezen en handelen in harmonie met dit eigen geloofssysteem, en we zien hoe de wereld zich daarnaar plooit.
Wanneer we dat momentum vinden en onze keuzes gebruiken om ons voort te stuwen op onze eigen stroming, dat is wanneer we de auteurs worden van ons eigen levensverhaal. Dat is wanneer we kunnen zeggen: “Dit is mijn verhaal – Ik schreef dit, en dit is wat ik leef.”